Door de Poort van de Graafschap

De Achterhoek, ben je geneigd vast te stellen als je de toren van de Zutphense Sint Walburgiskerk achter de IJssel ziet opdoemen. Niet echt fout, maar Zutphen laat zich liever de Poort van de Graafschap noemen. Hier, waar Achterhoek en IJsselvallei elkaar ontmoeten, begint het deel van Gelderland dat vernoemd is naar het vroegere graafschap Zutphen. Zo'n duizend jaar geleden ontstaan, waar de Berkel uitmondde in de IJssel, op een rivierduin tussen de moerassen Zutphen, wat staat voor zuidveen.

Het is de poort naar een prachtig gevarieerd fietsgebied met de uiterwaarden van de IJssel in het noorden en een landschap met lanen, bossen en beken ten oosten van Zutphen. En in dat groen ligt een rijkdom aan landgoederen en kastelen. Maar eerst gaan we door het noorden van de hanzestad en langs een stukje provinciale N348 -oppassen bij de Van der Capellenlaan, het ANWB-bordje van de Graafschapsroute West wijst bijna een woonwijk in- naar Warnsveld, dat nog een half jaar als zelfstandige gemeente heeft te gaan. Met zijn leuke huisjes, klinkerweggetjes en robuuste Martinuskerk wordt Warnsveld er niet minder pittoresk van. Hier steken we voor de eerste keer de Berkel over die voor ze werd getemd vaak voor wateroverlast zorgde.

Wij buigen bij de politieschool rechtsaf -foei, alweer geen zeskantig rood bordje- en zien in de verte al het eerste buiten: De Voorst, ook wel het Versailles van de Achterhoek genoemd. Het is aan het einde van de 17de eeuw gebouwd door de stadhouderlijke architect Jacob Roman, die ook paleis Het Loo ontwierp. Opdrachtgever was Arnold Joost van Keppel, die als page naar het schijnt wel een heel intieme vriendschap onderhield met stadhouder-koning Willem III. In 1943 werd De Voorst deels door brand verwoest en na restauratie wordt het buiten nu gebruikt voor bruiloften en partijen. In de bossen er om heen is een rijke schakering aan flora en fauna, zoals paddestoelen, libellen, vleermuizen en vogels als het winterkoninkje en de ijsvogel. En op de boerderijen doet men aan ecologische landbouw.

Iets verderop staat de havezate Den Dam, voor het eerst in 1399 genoemd. Van het oorspronkelijke gebouw is niets meer over. Nu staat er een witte 19de eeuwse villa, die net als de tuin verboden terrein is. Over beboomde laantjes en zandpaden gaat de tocht langs lui grazende koeien verder in de richting van Gorssel. Op het Twentekanaal, waar we inmiddels evenwijdig aan rijden, komen binnenschippers ons met hun lange gevaarten tegemoet. Een bootje van Rijkswaterstaat laat even later zien dat het kanaal is opgegaan in de IJssel. Koeien, knotwilgen, plassen, poelen en vergezichten met boerderijen zorgen voor een arcadische sfeer. Een ooievaarsstation met zeker 25 vogels maakt het gevoel compleet. De trek wordt even later gestild bij een van Gorssels snackbars. Simpele kost, want zoals het vanachter de vitrine wordt meegedeeld, ze doen hier niet aan apartigheid.

Ook hier wordt een goede ANWB-routeaanwijzing gemist en volgen we, naar later blijkt terecht, het bordje richting Almen. Ons milieubewuste hart bloeit op als we bij het bungalowpark Caluna een drietal containers zien staan, die met een pasje moeten worden geopend, zodat ook goed kan worden gecontroleerd wie wat dumpt. Het is vlekkeloos netjes bij de containers.

Alweer wordt het Twentekanaal overgestoken en nu gaat het naar Almen, dat aan het begin van de 19de eeuw is vereeuwigd door de dichter Staring, die meldde hoe de hoofdige (koppige) boer Scholte Stuggink hier weigerde de 'nieuwigheid' brug te benutten en de Berkel via een doorwaadbare plek overstak. Het standbeeld van Staring zullen we later nog treffen voor de dorpskerk van Vorden. Buiten het dorp, bij de Almenseweg, is er een keuzemogelijkheid om de lange route van 102 kilometer te nemen of de korte, de 'Westroute'.

Het wordt de laatste. En dus gaat het even later richting Ruurlo (ook hier weer letten op de borden). Bos en lommer maken het hier aangenaam vertoeven op warme zomerdagen. Vlak voor Vorden zijn twee landgoederen te bewonderen: Den Bramel uit de 14de eeuw, dat nog twee spoken schijnt te hebben en 't Enzerinck, dat voor de helft uit parkbos bestaat biedt een keur aan wandelmogelijkheden. Ook hier is de biologische landbouw populair. Bij binnenkomst in Vorden is het improviseren geblazen, want de routebeschrijving heeft geen rekening gehouden met een opgebroken weg, even voor de spoorwegovergang.

Wie wil kan in Vorden van de route afwijken om in het koetshuis van De Wierse een tentoonstelling van de Brit Peter Blake te bekijken. Wij gaan meteen door richting kasteel Hackfort, de laatste bezienswaardigheid tijdens de tocht. Het landgoed is een van de mooiste bezittingen van Natuurmonumenten en is twintig jaar geleden nagelaten door Barend van Westerholt, die ascetisch leefde. Hij weerde alle luxe en maakte geen gebruik van gas en elektriciteit. En ook zijn pachters dwong hij tot deze uiterste soberheid.

Op de laatste kilometers terug naar het centrum van Zutphen valt ons langs de oevers van de IJssel nog de Vesting De Bronsbergen op. Dagrecreatie? Vakantieoord? Inderdaad, een luxe vakantiepark. Wat ons vooral treft is het grote aantal zonnepanelen. Een opsteker, in dubbele zin. Ze verwachten hier kennelijk een mooie zomer en ze zijn van plan daar heel milieuvriendelijk van te gaan genieten. Mooier kan het nauwelijks.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden