Door de ogen van Jan Soldaat

Eindelijk is er een boek over het wonder van de Tachtigjarige Oorlog: hoe een paar provincies het machtige Spaanse leger wisten te trotseren.

De manier waarop Leo Tolstoj in zijn 'Oorlog en vrede' de beroemde Slag bij Borodino beschreef, dat is hoe militaire geschiedschrijving zou moeten zijn. "Die passage is zo magnifiek", zegt Petra Groen, militair-historicus en tot 2009 bijzonder hoogleraar op dit vakgebied. "Als lezer beleef je de hele slag mee door de ogen van de militairen. Wat betekent het nou om als soldaat op die plek te zijn geweest? Dat is de wijze waarop wij krijgshandelingen willen benaderen."

Die 'wij' is het Nederlands Instituut voor Militaire Geschiedenis, dat in 2005 ontstond door de fusie van de drie historische diensten van de krijgsmachtdelen (landmacht, marine, luchtmacht en marechaussee). Voor die tijd hadden alle onderdelen een eigen geschiedenisinstituut. Om zich als kenniscentrum op dat terrein op de kaart te zetten nam het NIHM een ambitieus besluit: er moest een integrale historie komen van de Nederlandse krijgsmacht in Europa en overzee, bestemd voor een breed publiek.

Onlangs kwam daarvan het eerste deel uit, uiteraard over de start van de Nederlandse militaire geschiedenis: de Tachtigjarige Oorlog. De komende jaren zullen nog vijf delen volgen met een tempo van ongeveer één per jaar.

Zoals gezegd hoeft de lezer in het eerste deel geen gedetailleerde beschrijving van de Slag bij Nieuwpoort te verwachten. Van die zogeheten 'histoire de bataille', de ouderwetse slagveldanalyse die militaire geschiedschrijving in de academische wereld een slechte naam heeft gegeven, willen Groen en haar collega's juist af. Het gaat erom het militair optreden in een maatschappelijke context te plaatsen.

"De oude vorm van militaire geschiedschrijving was een topografische kaart met daarop een pijl van A naar B, die ging ook nog naar C, en toen kwam daar de tegenstander aan", legt Groen uit. De hele slag werd in kaart gebracht en buitenstaanders hadden geen idee waar die pijlen voor stonden. "Het was onnavolgbaar en vaak niet heel erg interessant. We weten op die manier niet waarom die oorlog werd gevoerd en hoe de militairen die slag hebben beleefd", aldus Groen, gespecialiseerd in de Nederlandse dekolonisatieoorlog in Indië en projectleider van deze serie en redacteur van dit eerste deel. "Wij willen weten wat een militair op een bepaald moment heeft gemotiveerd."

Uitdrukkelijk is het de bedoeling van het NIMH om oorlogen in een politieke, economische en culturele context te plaatsen. "De Tachtigjarige Oorlog is natuurlijk op vele wijzen beschreven", zegt Adri van Vliet, een van de auteurs van het eerste deel. "Sociaal-economisch, godsdienstig, belasting-technisch. Maar we wilden niet alleen een gesloten militaire geschiedenis schrijven. We wilden alles juist in samenhang beschrijven."

Het deel over de Tachtigjarige Oorlog is een schitterend boek geworden dat een nieuw en fris licht werpt op de ontstaansgeschiedenis van Nederland. De belangrijkste vraag die zij wilden beantwoorden was: hoe is het mogelijk dat een paar provincies het konden opnemen tegen een grootmacht als Spanje na het uitbreken van de opstand van 1568? En hoe kon een groep opstandelingen de Republiek vervolgens laten uitgroeien tot een wereldmacht? "Het succes van de Republiek is voor een groot deel militair te verklaren, maar niet alleen. Al die factoren hebben we geprobeerd bij elkaar te brengen", zegt Van Vliet.

Eigenlijk zou het volkomen logisch zijn geweest als de Republiek door het Spaanse leger onder leiding van Alva in de pan zou zijn gehakt. Maar dat gebeurde niet. De opstandelingen konden het in de beginperiode 1572-1576 vooral volhouden dankzij het maritieme overwicht van Zeeland en Holland. Die provincies bezaten een vloot van kleinere handels- en vissersschepen en dat was van cruciaal belang. Het domineerde de zeeën en beheerste de handelsstromen waardoor de gewesten veel geld verdienden.

Met dat geld werden weer huursoldaten in dienst genomen. Onderzoeken wezen uit dat Holland en Zeeland opdraaiden voor zestig procent van de kosten van de oorlog. Die soldaten bleven de Republiek trouw, omdat ze goed werden betaald. De Spanjaarden hadden daarentegen te kampen met muiterijen vanwege de gebrekkige betaling van soldij. Het is volgens Van Vliet opvallend hoe goed het leger en de marine van de opstandelingen samenwerkten, waardoor zij de talrijkere tegenstander konden weerstaan.

Een van de verklaringen van het militaire raadsel zijn de militaire capaciteiten van Maurits, die zijn vader Willem van Oranje opvolgde. "Hij was, samen met zijn neef Willem Lodewijk van Nassau, een militaire innovator van belang", stelt Groen. Hij slaagde erin een manier te vinden om de toen nog zeer onnauwkeurige vuurwapens op het slagveld optimaal te benutten. Daarvoor was het nodig dat de troepen zich gedisciplineerd aan een soort 'choreografie' hielden.

"Uit brieven blijkt dat Willem Lodewijk dat had afgekeken van de Griekse reidansen, want met de klassieken was hij altijd in de weer", zegt Van Vliet. "In stukken valt te lezen dat bataljons deze manoeuvres eens op de markt van Leeuwarden oefenden en dat de omstanders daar lacherig over deden. Maar het was een enorme uitvinding waar de Republiek profijt van had en die door andere legers werd overgenomen en in de kern tot 1850 standhield."

De samenhangende benadering van de geboorte van de Republiek laat zien dat toen in 1568 in de Nederlandse gewesten een opstand tegen de Spaanse koning uitbrak, geen rekening werd gehouden met een eventuele scheuring van de Nederlanden. Het is nu duidelijk geworden waarom alleen de noordelijke gewesten militair stand wisten te houden.

In het verlengde daarvan was voor Groen de cruciale rol van Antwerpen in de Tachtigjarige Oorlog een eyeopener. "Zestig jaar lang is om die stad gevochten. Het oorlogsdoel van de Republiek was om alle Nederlandse gewesten op de Spanjaarden te veroveren, dus inclusief Vlaanderen en Brabant, de kerngewesten met veruit de meeste rijkdom. We hebben het beeld dat de scheiding tussen Noord- en Zuid-Nederland door de opstandelingen gewild was, maar dat klopt niet. De tragiek is dat Nederland nooit verder is gekomen dan Antwerpen."

Petra Groen (red) e.a.: De Tachtigjarige Oorlog. Van opstand naar geregelde oorlog, 1568-1648. Uitgeverij Boom. 496 blz. euro 39,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden