DOOR DE DELLEN EN LANGS DE KLEINE GEUL

Het was nog vroeg op die zaterdagmorgen, even na tienen. Er waren nog nauwelijks mensen op de been. Van het centrum van Meerssen bij de basiliek is het over het spoor en langs het Stella Maris College maar tien minuten lopen en je bent al bij de Geul, het bij natuurliefhebbers roemruchte zijriviertje van de Maas dat heel Zuid-Limburg doorstroomt.

Natuurlijk ga je even kijken bij de Grote Molen, een watermolen in de Geul, maar van de rivier krijg je hier toch weinig te zien. Daarom kun je beter doorwandelen onder de rijksweg A 79 door naar de hellingbossen van het Geuldal, de Dellen. Een aanzienlijk deel ervan, 43 hectaren, is eigendom van de Stichting Het Limburgs Landschap. De Geul heeft in onheuglijke tijden een breed en diep dal uitgeslepen in het plateau. Achter de uitspanning De Nachtegaal rijst een metershoge, loodrechte mergelwand op, een deel van de dalwand. Een eindje rechts daarvan kun je over een voetpad omhoog. Die morgen is de mergeilleem hard bevroren en moet je goed oppassen voor uitglijden. Het afgevallen boomblad op en langs het pad is wit berijpt. Je kunt er gemakkelijk aan zien welke bomen in dit bos groeien: Amerikaanse eik, zomer- en wintereik, haagbeuk, boskriek, berk, es en zwarte els. Brede peulen tussen het dorre blad, meestal opengesprongen zodat de zwarte zaden te zien zijn, verraden dat er ook robinia's groeien. Klimop bedekt de stammen van heel veel bomen met een dikke, donkergroene mantel.

Ik zie nogal wat molshopen langs het pad, geel van de mergel. De mollen moeten er toch een karwei aan hebben om hun holen in de mergel te graven, ook al is die aan de oppervlakte verweerd en zachter dan in de diepte. Je zit hier helemaal in het Krijtdistrict, het gebied van de Limburgse mergel, waar lagen het daglicht zien die werden gevormd in de Krijtzee, zo'n tachtig miljoen jaar geleden. De kalkondergrond met daar bovenop kalkarme humusrijke lagen staat er borg voor dat hier een groot aantal planten voorkomt, die je elders in ons land niet of maar heel zelden tegenkomt. Je moet hier eigenlijk in de lente heen als de voorjaarsflora van het eiken-haagbeukenbos in bloei komt. Dan ziet het onder de bomen wit van de bosanemonen. Dan bloeien slanke sleutelbloem, gevlekte aronskelk, gele anemoon, overblijvend bingelkruid, aardbeiganzerik, veelbloemig salomonszegel en blauwsporig bosviooltje. Daar is nu niets van te zien. Tussen het afgevallen blad herken ik alleen de nog groene planten van het gewone nagelkruid.

Bosvogels

Het wemelt wel van de vogels. Kool- en pimpelmezen en een paar goudhaantjes maken zachte piepgeluidjes, terwijl ze in de struiken naar overwinterende rupsjes en spinne-eitjes zoeken. Trillende geluiden maakt een familietroepje staartmezen, een stuk of zeven kleine vogels met lange staarten, die een voor een vlak voor me in golvende vlucht het pad overvliegen. Een glanskop roept met slepende tonen in een dwarsdal diep onder me. Hoog in de kroon van een els kwebbelen sijzen als een uitgelaten schoolklasje. Een merel schiet schetterend weg uit de berm van het pad, waar hij het dorre blad opzij had geworpen in de ijdele hoop er nog wormen onder te vinden. Een grote bonte specht roept zijn luide 'piek ...piek ...' ergens ver weg in het bos en van dichterbij klinkt het tikkeren van een roodborst. Ik ben al bijna het bos weer uit, als ik het tierelierende liedje van een boomkruiper uit een oude robinia hoor. De schors van deze boomsoort is diep gegroefd, als ruw vlechtwerk van grof touw, en daartussen konden allerlei insekten een winterschuilplaats vinden, die door de boomkruiper met zijn fijne kromme snavel tevoorschijn worden gepeuterd.

Lopend naar Rothem kom je uit het hellingbos op de Heideweg. Heide is er al lang niet meer te vinden, de Heideweg voert tussen weilanden door. Op de Bosch heet het hier. Toch moeten er vroeger heidevelden geweest zijn aan weerszijden van de Geul, op de van huis uit voedselarme zand- en grindlagen uit het begin van het pleistoceen, op het plateau afgezet door de Maas. De grote Limburgse rivier had toen nog een heel andere loop dan tegenwoordig.

Het trieste van het Zuidlimburgse landschap is dat nog maar een schijntje over is van wat hier pakweg zeventig jaar geleden nog aan natuur was. Er staan prachtige knotpopulieren in de berm van de Heideweg, maar kijk je even over de hoge berm, dan zie je overbemeste weilanden. En dat is overal zo op het Zuidlimburgse plateau. De prachtige hellingbossen zijn niet meer dan een facade voor wat op het plateau is vernield. Niet alleen de heidevelden zijn verdwenen, ook de bijzondere onkruidbegroeiingen van de vroegere verschillende vormen van akkerbouw. De orchideeenrijke kalkgraslandjes behoren vrijwel tot het verleden. We kunnen ons er nu haast geen voorstelling meer van maken, tot we een stuk zuidelijker dan onze landsgrens weer op zulke plekken stuiten en ons verbazen over de soortenrijkdom.

Hazelaars

Waar de verharde Dellenweg op de Heideweg uitkomt, staat een veldkruis voor een mooi uitgegroeide knotlinde. Bij Rothem ga je met een brug over de rijksweg heen. Er staan opmerkelijk veel hazelaars langs de wegen. De katjes die in januari zullen opengaan, zijn al heel duidelijk te zien.

Door het dorp ga ik snel weer richting rijksweg langs de Kleine Geul, een aftakking van de Geul die zich verder stroomafwaarts weer met de Geul verenigt. Een opvallend teken in het landschap is een grote populier met geknotte taktoppen die bijna geheel bedekt is met klimop. Erachter is de toren van de basiliek van Meerssen te zien.

Er staan prachtige knotwilgen aan de beek. Op de voet van een ervan groeien kaneelbruine platte tonderzwammen. Deze boomzwammen zijn zo hard als hout en ongevoelig voor vorst en ander winterweer. De vruchtlichamen worden verscheidene jaren oud. In de herfst krijgen ze een slagroomwitte groeirand en groeien dan weer een eindje verder uit.

Een grote gele kwikstaart vliegt op van wat bijeengedreven rommel in een bocht van de Kleine Geul. De grote gele kwikstaart is een karakteristieke beekvogel. Hij broedt in de Meerssense watermolen in een gat in de muur, hoor ik van iemand die zijn hond uitlaat en nieuwsgierig informeert wat ik hier kom fotograferen. Hij wijst me een mooie groeiplaats van muurvarens op de muur van het park dicht bij het station.

NATUUR DEZE WEEK

- De ganzen die we in deze tijd zien of 's nachts ook wel in het donker horen overvliegen, zijn meestal kolganzen. Deze overwinteren in grote aantallen in ons land. In het rivierengebied zijn het ook rietganzen, die verblijven op uiterwaarden en dode rivierarmen. - Zingen doen in deze tijd de koolmezen, heggemussen, winterkoningen en roodborsten. En daarvoor hoeft het niet eens zulk prachtig weer te zijn. De meeste zang is te horen bij windstil, zacht weer.

- De mussen pluizen in de harige vruchtenkluwens van de bosrank. Ze morsen daarbij veel vruchten, die door de wind worden weggeblazen naar plekken waar het zaad kan ontkiemen. - Er vliegen nu heel veel kleine wintervlinders. Ze dwarrelen voorbij in het licht van straatlantaarns, als je een avondwandeling maakt. Ze worden aangetrokken door kunstlicht en zitten soms met tien tegelijk op verlichte ramen. Het zijn allemaal mannetjes.

De vrouwtjes kunnen niet vliegen, omdat ze pluisjes hebben waar andere vlinders vleugels hebben. Ze wachten zittend op een stam van een vruchtboom geduldig op de vliegende mannetjes, die ze lokken met een speciale geurstof, een sexlokstof (feromoon). - Tussen dor blad op de grond overwinteren de jonge spanrupsen van de bonte bessevlinder, die nu een centimeter lang zijn. De rupsen zijn wit met zwart en donkergeel, dezelfde kleuren die de in juni vliegende vlinders vertonen. - Ook tussen afgevallen blad, maar meer nog in dorre planten en in huis zijn overwinterende lieveheersbeestjes te vinden. - Vooral op oude wilgen komen nu oesterzwammen aan zijdelingse stelen te voorschijn. Ze zijn glad en leigrijs van boven en bezet met witte plaatjes aan de onderzijde. - Na de vorst is het met de bloei van allerlei taaie planten toch gedaan. Deze week zag ik een paar bloeiende kamillen, raapzaad, duizendblad, straatgras en herderstasje. - Het zandhaarmos, dat groeit op oude stuifplekken op de heide en langs bospaden, heeft nu prachtig rode sporenkapsels.

EN VERDER

Vandaag begint een twee uur durende wandeling in het Corversbos in Hilversum over sporen, mossen en paddestoelen om 10 uur bij het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten, waar de bekende vogelfotograaf Wim Janszen uit Harderwijk tot 2 januari zeer bijzondere opnamen van roof- en andere vogels exposeert.

Het centrum is open van dinsdag tot en met zondag van 10 tot 17 uur. - Vandaag kan men met Rene Haverdings en Gerrit van Leeuwen van het IVN Veenendaal anderhalf uur wandelen op de Elsterberg, om 14 uur bij het sportcomplex Elst aan het eind van de Sportweg. - Morgen gaat de jaarlijkse lange IVN-wandeling in de Gelderse Achterhoek over schouwpaden van de Berkel tussen Lochem en Warnsveld. Vertrek om 11.05 uur na aankomst van de bus uit Warnsveld op het Graafschapterrein in Lochem, om 13 uur rust in de Hoofdige Boer in Almen (geld meenemen voor consumptie), om 15.30 uur aankomst in Warnsveld.

- Morgen houdt het IVN Eemland een excursie in het pinetum Birkhoven te Soest, om 14 uur halverwege de Zandlaan, zijweg van de weg Soest-Amersfoort, naast het Witte Huis, CN-bus 70. - Tot woensdag 29 december hangen in de Openbare Bibliotheek 'De Schutse', Julianastraat 22 in Haamstede, werkstukken van twaalf Zeeuwse amateurfotografen, die zich door de herfst hebben laten inspireren in een cursus onder leiding van natuurgids Jan Midavaine. Open op maandag tot woensdag van 13.30 tot 16.30 uur, op vrijdag van 10 tot 12 uur en op de avonden van maandag en vrijdag van 19 tot 21 uur.

- De afdeling Hoorn/West-Friesland van de KNNV Vereniging voor veldbiologie heeft zaden van 200 soorten wilde planten vanaf een gulden per zakje te koop. Er zijn ook speciale mengsels verkrijgbaar voor een bonte berm of een vlinder- of vogeltuin. Bij de teelt is geen kunstmest of chemisch bestrijdingsmiddel gebruikt. De opbrengst komt ten goede aan de vereniging. De zadenlijst is te bestellen voor f 2,50 op giro 3692553 t.n.v. De Hoornbloem te Zwaag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden