Dooi op komst, dus was het vandaag de laatste schaatsdag

Schaatsers op het ijs van natuurgebied It Nannewiid bij Oudehaske Beeld Kees van de Veen

Als het geluid verder weg draagt in het zuiden, weet je genoeg. Dan draait de wind zuidwaarts, is er dooi op komst. Op deze zaterdagochtend op It Nannewiid, een meer vlak bij Heerenveen, weet iedereen dat het einde van deze winterprik in zicht is, de schaatsen spoedig weer in de kast zullen verdwijnen, misschien wel voor jaren, en dus wordt deze dag wanhopig geplukt, alsof het de laatste is.

Een bonte verzameling mutsen, jassen, sjaals, skibroeken, alles in de wonderlijkste kleurcombinaties, winters en ijdelheid gaan niet goed samen. Tientallen boodschappentassen en plastic kratten langs het ijs, vol droge sokken en krentenbollen met kaas. Krukjes, stoelen. Een slee. Schaatsers tsjaktsjaktsjakken voorbij, routineus voorovergebogen, armen op de rug. Kleuters in dicht ingesnoerde jasjes schuifelen voorzichtig achter een stoel of aan de hand van een ouder, of los, wild om zich heen maaiend.

Marije Westbroek deelt cakejes uit aan haar schoonfamilie. Bovenop de bekers warme chocomel komt voor iedereen een toef slagroom. Zelf is ze voormalig shorttracker, vertelt ze. Haar dochter zit nu op schaatsen, haar zoon wil ook. Maar goed, lacht ze, de hele familie is een beetje besmet. Zo gauw het een beetje kan, staat haar schoonvader op de schaatsen. Hij deed mee aan de Elfstedentocht van 1997. ''En die van 1985, én die van 1986'', corrigeert skoanheit zelf vanaf de rand van het ijs, gehuld in een professioneel ogend pakje.

Tekst loopt verder onder de foto

Nederland, Oudehaske, 03-03-'18; Schaatsers op het ijs van natuurgebied Nannewiid bij Oudehaske.Foto: Kees van de Veen Beeld Kees van de Veen

Och, zegt Westbroek, vroeger was het elke winter raak, geen slootje bleef onbereden, maar nu? ''De kinderen van nu kunnen het niet meer.''
Haar zwager Tieme Dolstra staat op de lijst: mocht er ooit weer een Elfstedentocht komen, dan heeft hij een startbewijs. Zijn vader verreed er drie, maar wat zit er voor hem in het vat? Dat is precies de magie van ijs, van schaatsen, zegt hij. ''Het kan bijna nooit. En áls het kan, dan weet je niet hoe lang het duurt.'' Jan Wolter Oosterhuis, een vriend van Dolstra, valt hem bij: ''Naar de bioscoop kun je altijd. Maar schaatsen? Als het moment dáár is, moet je letterlijk alles uit je handen laten vallen.''

Dooi

Is schaatskoorts te vergelijken met rokjesdag, de dag van de eerste voorzichtige zonnestralen, waarop we gek in de kop worden, de jas uit gooien en massaal de terrassen overspoelen? Een beetje, zegt Oosterhuis. ''Maar ijs is bijzonderder. Want het is elk jaar wel een keer mooi weer, maar schaatsen kan lang niet elk jaar.''
Als het water bevriest, zegt hij, gebéurt er iets met mensen. Je merkt het hier, zegt hij, kijk hoe gemoedelijk, hoe iedereen zijn tas aan de kant laat staan, hup, de schaatsen onder en gáán, kijk hoe vrolijk iedereen is. Morgen dooit het weer, moet iedereen naar het werk, neemt de waan van de dag de boel weer over, maar dat is morgen, en dit, hier, is nu. ''Alsof je aanvoelt dat je met elkaar iets bijzonders meemaakt.''

Tekst loopt verder onder de foto

Beeld Kees van de Veen

Stamt ongetwijfeld van vroeger, filosofeert Oosterhuis, van toen vaarten en kanalen de wegen waren. Als er dan ijs lag, kon je ineens overal komen, kwam je iedereen tegen. Ik denk dat dat gevoel nog steeds leeft in de harten van de mensen, en dat kinderen dat vonkje in de ogen van hun ouders zien.''

Op dagen als deze, glimlacht Tieme Dolstra, dan is hij trots een Fries te zijn.
Och, Friezen en schaatsen. Schrijver Hylke Speerstra tekende voor zijn boek It Wrede Paradys verhalen van Friese emigranten op. Frisian Nick emigreerde van Oudeschoot naar Nieuw Zeeland. Op een meertje in een onherbergzaam niemandsland zag hij ineens drie schimmen de ijsvloer zag betreden. Friezen, fansels.

De mannen schaatsten samen verder, zwijgend. Na uren liet een van hen zich voor het eerst horen. ''Ik heb de oplossing van het mysterie, mannen'', zei hij samenzweerderig. ''Zoals bijen een soort radar in de kop hebben om de bijenvelden te vinden, zo hebben wij Friezen een radar in ons hoofd die ons de kant van het ijs op stuurt. We voelen waar het is, al is het aan het eind van de wereld.''

''Weet je?'', zegt Dolstra, terwijl het gezelschap de boel opbreekt en terugloopt naar de auto, naar huis, waarna de schaatsen weer op de zolder zullen worden opgeborgen tot wieweetwanneer: ''Voor een Fries is het groter nieuws dat er geschaatst kan worden, dan dat er een prinses is geboren.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden