Doof van jezelf of van dat andere decibelkanon?

De vraag figureerde een paar weken terug in de Nationale Wetenschapsquiz. Of een operazangeres met haar stem haar eigen gehoor kan beschadigen?

Ik moest deze week aan die vraag denken toen ik in Brussel bij de première van Richard Strauss’ opera ’Elektra’ was. Het aantal decibellen dat Strauss in dat werk op sommige plekken van het orkest verlangt, krijgt een logische pendant in de keel die zangers op moeten zetten. Wil je nog hoorbaar zijn boven al dat lawaai – bedenk dat operazangers zonder microfoon zingen – dan moet je over een wel heel bijzondere longinhoud beschikken.

Sommigen hebben er aanleg voor, zijn natuurtalenten in volume, maar anderen moeten er echt voor knokken. Vaak ten koste van veel. Maar ten koste van je gehoor?

Het antwoord op de quizvraag luidde namelijk: ja. Een beetje operazangeres haalt de 120 decibel. Ze hoort haar gezang via het bot, maar dat wil niet zeggen dat de trilhaartjes in haar oor buiten schot blijven.

Ik ben geen wetenschapper en het zal wel kloppen, maar ik ken geen zangeressen die aan het eind van hun carrière gehoorbeschadiging hebben opgelopen dan wel stokdoof werden. Ook niet zij die veel meer halen dan 120 decibel. Wat ik me wel kan voorstellen, is dat je doof wordt als je in de buurt staat van een goede Elektra als die boven het orkest uitschreeuwt: ’Sei verflucht’. Doof door je collega dus.

Nog een geluk dat Strauss de vrouwen in ’Elektra’ niet samen laat zingen. Je moet er niet aan denken – of juist wel – dat hij voor deze drie personages een terzet geschreven zou hebben, waarin ze gedrieën door en tegen elkaar zingen. Ik denk dat de op elkaar botsende geluidtsunami’s dan voor eigenaardige trillingen in de oren van de zangeressen zelf en die van hun toehoorders zouden zorgen.

Het opvallende is dat Strauss in zijn volgende opera wél zo’n stuk voor zijn drie vrouwelijke hoofdpersonen (een ervan is een jongeman, maar wordt door een mezzosopraan gezongen) heeft gecomponeerd. Aan het slot van deze ’Der Rosenkavalier’ smelten de hoge stemmen daar samen in een wonderschone samenzang die niet op de trommelvliezen beukt, maar er juist heel zalvend voor is.

Velen nemen het Strauss kwalijk dat hij van de opgeslagen weg met ’Elektra’ weer afstapte. De ruige rauwheid die Elektra uitschreeuwde, maakte plaats voor heuse harmonie en weldadige welluidendheid. En het was juist dit terzet uit ’Der Rosenkavalier’ dat Strauss op zijn begrafenis uitgevoerd wilde hebben. Geen oorverdovend geschreeuw toen zijn rijke en gecompliceerde leven voorbij was. Ik begrijp dat wel. Maar er zijn nog steeds mensen die al die jaren na zijn dood samen mét Elektra naar de componist zouden willen roepen: ’Sei verflucht!’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden