Doodzwijgen

Mijn moeder komt uit een familie van zwijgers. Ook ik ben met dat virus besmet. Je gelooft het niet als je mij ontmoet.

Ik ben verre van stil. Mijn familie zwijgt niet als het gaat om het uiten van onbenulligheden, of om het laten horen van een gulle lach, maar houdt haar mond als het gaat om het tonen van liefde, haat, betrokkenheid en verdriet. Kortom: wij zwijgen als het graf en houden onze gevoelens onderhuids.

Als kind vond ik het heerlijk, zo'n ongecompliceerde familie. Lekker op zondagochtend naar opa en oma Almelo, waar ik uren speelde met mijn nichtje en mijn neefjes. De voorkamer was voor de volwassenen, de achterkamer en de tuin was voor de kinderen.

Natuurlijk was ik soms ook in de voorkamer te vinden. Om iemand een hand te geven, om even op schoot te kruipen, om een gebakje of een chocolaatje te eten, maar de rook verdreef mij en de andere kinderen al snel weer naar achteren. Naar Pim-Pam-Pet, naar kaartspelletjes en vooral naar buiten.

Die volwassenen leken het zo op het eerste gezicht heel goed met elkaar te kunnen vinden. Er werd gelachen, de ooms en opa dronken jenevertjes met suiker en bier, de tantes sinas en er werden ditjes en datjes uitgewisseld. Wat wil je nog meer. Later viel pas op dat die ene oom de andere niet kon luchten of zien. En dat die ene tante eigenlijk de pest er over in had dat die... Maar dat werd nooit uitgesproken. De boel werd gezellig bij elkaar gehouden. Dat was belangrijk: zorgen dat iedereen bij elkaar blijft. En dat is heel makkelijk want als je niets zegt kan er ook niets gebeuren.

Tot de bom viel in onze familie. De oudste dochter, mijn moeder, werd ziek en ging dood. Er werd nog harder gezwegen dan daarvoor, want dat wat je hardnekkig doodzwijgt verdwijnt op den duur. Maar dat gebeurde niet. Haar dood ging etteren. Bij ons geen ontroerende familiebijeenkomsten waarin de overleden dochter en zus liefdevol herdacht werd: naast het zwijgen werd er gemompeld dat mijn vader beter voor zijn vrouw had moeten zorgen. En een keer werd er geschreeuwd: dat mijn vader toch wel koffie had kunnen zetten ook al was zijn vrouw toen doodziek. Verbijsterd ben ik toen weggerend.

Wat had ik, achteraf natuurlijk, graag gewild dat iemand had gezegd: wat AFSCHUWELIJK dat ze dood is, of WAT MIS IK HAAR. In plaats daarvan ging het gesprek over de neef van de achterbuurman die ook zijn vrouw was verloren, en die en die had gisteren een ongeluk gehad en o wat moest die nu met zijn koeien. Maar nooit ging het over ons. En de naam van mijn moeder kwam in mijn bijzijn nooit meer over de lippen van haar ouders en broer en zussen.

Als ik mijn vader en broer niet had gehad, had ik nooit meer gehoord dat ze van me heeft gehouden. Als ik geen emotionele vader had gehad, had ook ik nu alles wat maar een beetje moeilijk was doodgezwegen. Door hem leerde ik mijn emoties er soms uit te gooien. Maar denk niet dat het zwijgen uit mij is. Het is eerder zo dat ik soms uit het zwijgen kruip.

Al een paar jaar voel ik dat ik wil vertellen hoe erg het was dat mijn moeder na haar overlijden werd doodgezwegen. Mijn fatsoen weerhield me hiervan. Kwaad spreken over je familie: dat doe je niet. Ook in Twente hebben ze de krant en internet. Maar deze dingen gebeurden. En ik heb het niet gewild. Ik kon er niets aan doen. Waarom zou ik er dan nog langer over zwijgen. En mijn grootouders kan ik er niet meer mee kwetsen: die zijn inmiddels ook overleden.

Zwegen ze nou met opzet? Nee, dat geloof ik niet. Neem ik ze nog iets kwalijk? Nee. Niet wat mij betreft. Wel voel ik pijn in mijn hart als ik er aan denk hoe mijn vader soms behandeld werd. Maar dan verman ik me en hou me voor dat zij soms ook radeloos moeten zijn geweest van verdriet, en niet wisten hoe ze hier mee om moesten gaan. De veilige cirkel was doorbroken en die moest weer geheeld worden. Wij werden uiteindelijk de familie uitgesodemieterd, natuurlijk om iets onbenulligs.

Mis ik ze nog? Nee. Wel kijk ik met weemoed terug op een jeugd vol appel en pruimenbomen, op klimmen op schuurtjes, op struinen door de tuin en composthoop, op voetballen tot we er bij neervielen, op kerstdiners met het mooiste servies. Maar dat is geweest. Voorgoed voorbij. Mijn opa heeft op zijn stervensbed via via nog een poging gedaan om weer met mij in contact te komen. Maar dat kon ik niet opbrengen. Ik schreef hem een brief waarin ik het goede benoemde en beschreef waarom ik niet meer met hem kon praten. Voordat ik de brief had gepost lag zijn overlijdenskaart in de bus. Die brief was tevergeefs. Maar ik had er niet over gezwegen. Ik had het opgeschreven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden