Doodvermoeiend, sterven op het toneel

'Hoe speel je het naderende einde?' luidt de vraag op theaterfestival

Abke Haring en Jacob Derwig zijn gisteravond uitgeroepen tot winnaars van de Theo dÓr en de Louis d'Or, voor de beste vrouwelijke en de beste mannelijke hoofdrol van het afgelopen toneelseizoen. Kirsten Mulder kreeg de prijs voor de beste vrouwelijke bijrol, Martijn Nieuwerf die voor beste mannelijke bijrol. De Gouden Gifbeker voor de beste stervende op het toneel ging naar Vincent van der Valk, voor zijn rol Caligula in het gelijknamige toneelstuk.

Sterven door een dolk, een slangenbeet, de gifbeker, een zwaardgevecht, wurging. Sterven op toneel gaat meestal dramatischer in zijn werk dan in het echt. Vooral vroeger, toen de sterfscène groots en meeslepend werd vertolkt. Neem Othello, die van Shakespeare een mooie slotmonoloog krijgt. Hij kijkt al filosoferend terug op zijn leven, steekt dan een dolk in zijn zij, zakt voorover op zijn knieën, praat nog een tijdje door en valt dan pas schuin opzij. Dood.

Zaterdagmiddag bekeek het publiek in de Amsterdamse Stadsschouwburg zeven sterfscènes, waarna kenners erover discussieerden. Aanleiding voor 'De kunst van het sterven' tijdens het Nederlands Theater Festival, was het overlijden van de Jordaanse acteur Mahmud al-Sawalka direct na het spelen van een sterfscène, in mei van dit jaar.

De sterfscène is voor acteurs nog altijd een proeve van bekwaamheid. Het lastige is dat je er - in tegenstelling tot liefdesverdriet, wraakzucht, ijzeren kalmte of woede - geen ervaring mee hebt. Dennis Rudge, die als Othello overtuigend een nepdolk vlak naast zijn zij stak, vindt dat geen probleem. "Je kent de tv-beelden, die interpreteer je vervolgens: ogen dicht, lichaam slap, een zucht en daar gaat de laatste levensadem."

Regisseur Paul Knieriem meent dat sterven meer dan vroeger in dienst van de voorstelling staat. Het moet realistischer. "In de echte wereld is ons idee van de dood ook veranderd. Vroeger was het einde van het leven voor de meeste mensen het begin van iets nieuws. Nu gaat het overgrote deel van het publiek er vanuit dat het met de dood echt is afgelopen. De dood wordt kaler. En banaler. Romantisch sterven - voor een ideaal - dat kennen we nauwelijks meer."

Knieriem kent het sterven ook van de tv-beelden. "Op YouTube vind je filmpjes van de gruwelijke executies door IS. Maar het valt me altijd op hoe slecht dat sterven 'gespeeld' is. Het is voorbij voor je er erg in hebt. Doodgaan is in werkelijkheid een naar binnen gekeerd proces, op toneel moet je laten zien dat je sterft."

Wie daar veel ervaring mee heeft, is Chris Nietvelt, verbonden aan Toneelgroep Amsterdam. In 'Sentimenti' schuifelt ze hoestend en rochelend naar haar doodsbed, klimt er moeizaam bovenop en gaat dan liggen uithijgen. Steeds langzamer klinkt het gerochel, tot ook de arm verslapt. Al in achttien rollen is ze gestorven. Op zichzelf is sterven op toneel niet moeilijker dan verliefd zijn en bedrogen worden, vindt zij. Maar het is wel zwaarder. "De dood is nooit mooi of leuk. Het roept gevoelens op van pijn, verdriet, angst, gemis. Ik heb een jaar gehad waarin ik in twee voorstellingen zelf stierf en in één voorstelling mijn dochter. Ik was tweehonderd avonden per jaar met sterven bezig. Ik was bekaf."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden