Doodswens komt vaak als het leven zinloos voelt

null Beeld

"Zou je het erg vinden als je morgen niet meer wakker wordt?" Ik stel me voor dat ik met mijn zoon van 15 aan de keukentafel zit. Hoewel hij niet vies is van een gesprek over de dingen des levens, zou hij me aankijken met opgetrokken wenkbrauwen. "Morgen niet meer wakker worden?" Een jongen die ervan droomt ooit gitaar te spelen in een band, nog stukjes wil schrijven voor de schoolkrant en Keltisch gaat studeren, kan maar één reactie bedenken: "Belachelijk!"

ANNEMARIEKE VAN DER WOUDE | GEESTELIJK VERZORGER VERPLEEGHUIS

Aan de keukentafel in mijn ouderlijk huis aarzel ik om mijn vader ¿ volgende maand wordt hij 86 ¿ dezelfde vraag te stellen. De reden is dat ik zijn antwoord vrees. Misschien zegt hij 'nee'. Natuurlijk: mijn moeder, de kinderen, de kleinkinderen, de tuin, zijn boeken, het koor: er is veel dat hem aan het leven bindt. Maar mijn vader 'staat in het einde' om met Herman Andriessen te spreken. Hij leeft in het besef dat er op een dag geen 'morgen' meer is.

Mijn vader de spreekwoordelijke 'pil van Drion' aanbieden? Ik denk dat hij een belachelijk voorstel zou vinden. Ik hoop ook dat de wetenschap dat zijn levenseinde nadert, voor hem niet gelijk is aan het dichterbij willen halen van de dood.

Vandaag debatteert de Kamer over een soepeler toepassing van de euthanasiewet, waardoor ook mensen met dementie ervoor in aanmerking kunnen komen. Ook de komst van ambulante 'euthanasie-teams' komt aan de orde.

De discussie gaat over de vraag hoe groot de stervenswens onder ouderen is. Door een tv-documentaire van de Nederlandse vereniging voor een vrijwillig levenseinde (NVVE) is de heer Jiskoot het gezicht geworden van dit debat. Een gezonde weduwnaar van 91 die lijdt aan de uitzichtloosheid van zijn bestaan. In België verzamelde hij pillen. In 2010 bood de initiatiefgroep 'Voltooid Leven' ruim 100.000 handtekeningen aan de Kamer aan. Hun wens: vrouwen en mannen van boven de 70 die klaar zijn met leven, moeten aanspraak kunnen maken op stervenshulp.

Ook toen al klonk de roep om nader onderzoek naar de omvang van het probleem. Een dergelijk onderzoek juich ik toe. Tegelijkertijd realiseer ik me hoe lastig die klus is. Net als in ieder gesprek komt het aan op het stellen van de goede vraag.

Het verbaast me niet dat mensen aan tafel in het verzorgingshuis zeggen dat ze het niet erg zouden vinden om morgen niet meer wakker te worden. Waarschijnlijk voegen ze eraan toe: "In mijn slaap, dat zou ik het liefste willen." De aanstaande dood is voor hen een dagelijkse metgezel. Met hun antwoord drukken ze uit dat zij hopen op een zachte manier te zullen sterven.

Het komt niet alleen aan op het stellen van de juiste vraag, maar ook op het duiden van het antwoord. Het verlangen om dood te gaan kan ook uitdrukking zijn van het gevoel dit leven niet meer te willen. Het heeft zijn glans verloren, door isolement, achteruitgang, depressie en rouw. Dan is het aanbieden van de dood een teken dat die vraag niet goed begrepen is. Niet het uitblijven van de dood is dan het probleem, maar een als zinloos ervaren leven.

De kwaliteit van de studie naar het doodsverlangen van mensen in de hoge ouderdom staat of valt met het zorgvuldig formuleren van de vragen en interpreteren van de reacties. Juist de organisaties die betrokken zijn bij het gesprek over het zelfgekozen levenseinde, zoals de NVVE, kunnen er beter even afzijdig blijven. De NVVE lobbyt immers voor het verruimen van de mogelijkheden zelf je stervensmoment te kiezen. Ook de artsenorganisatie KNMG is geen geschikte kandidaat. Het onderzoek kan directe gevolgen hebben voor de beroepsuitoefening. De kerk kan het ook niet doen. Wie voert het onderzoek dan wel uit? Deetman?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden