Doodstraf / Het passende antwoord op de dictator?

Zou Saddam Hoessein het recht moeten hebben om te blijven leven? Terwijl de executie van de oud-dictator naderbij kwam, laaide de discussie hierover op.

In Nederland, waar de doodstraf verboden is, reageerden politici verrassend verdeeld op zijn terdoodveroordeling. Bij misdadigers van de ’buitencategorie’ blijkt het taboe op de straf opeens niet meer zo absoluut.

Politiek Den Haag viel vorig jaar als een blok over VVD’er Patrick van Schie heen, toen de directeur van de Teldersstichting - het wetenschappelijk bureau van de VVD - een pleidooi hield voor herinvoering van de doodstraf.

Ook zijn eigen partij nam onmiddellijk afstand. Van Schie had zijn verlies ingecalculeerd. „Een blik op de Haagse werkelijkheid gebiedt te erkennen dat de kans dat mijn voorstel wordt nagevolgd uiterst klein is”, schreef hij in zijn artikel in Liberaal Reveil.

Tien jaar eerder had de zaak van Johannes van Damme, die wegens drugssmokkel werd opgehangen in Singapore, al voor grote beroering gezorgd. Maandenlang was geprobeerd zijn straf om te zetten in levenslang. En LPF-minister Hilbrand Nawijn krabbelde in 2002 snel terug nadat hij in een interview had gezegd voorstander van de doodstraf te zijn en de toorn van de Kamer over zich heen had gekregen.

Het verbod op de doodstraf hield in politiek Den Haag moeiteloos stand. Tot vorige maand (5 november) Saddam Hoessein wegens de slachting bij Doedjail werd veroordeeld tot de strop. Terwijl de Europese Unie de straf afwees, reageerde premier Jan Peter Balkenende in eerste instantie dubbelzinnig. De doodstraf is „iets waarvan Nederland heeft gezegd: dat hoort eigenlijk niet”, zei hij. Maar tegelijk vond hij dat ’recht’ werd gedaan aan Saddams misdaden. Later, na kritiek van de linkse oppositiepartijen, ontkende Balkenende dat hij er anders over dacht dan de EU.

VVD-buitenlandwoordvoerder Hans van Baalen ging verder: „In een uitzonderingssituatie kom je er niet onderuit”, zei hij over Saddams straf, die nu in hoger beroep is bevestigd. Van Baalen is tegenstander van de doodstraf, maar weigert in dit geval met ’een politiek correcte’ reactie te komen: „Ik verkeer in een enorme spagaat, zeg ik ronduit. Maar Saddam Hoessein is een grote massamoordenaar. Hij heeft de dood van honderdduizenden mensen op zijn geweten. Hij behoort voor mij tot een buitencategorie, net als Ceausescu of Pol Pot.”

In het verzet tegen de doodstraf spelen veel argumenten een rol. Amnesty International (AI),dat sinds de jaren zeventig ijvert voor wereldwijde afschaffing van de doodstraf, noemt de straf ’wreed, inhumaan en vernederend’ en ’in strijd met het recht op leven’. Er is het risico dat iemand ten onrechte wordt veroordeeld en geëxecuteerd, én het is nooit aangetoond dat de straf een afschrikwekkender voorbeeld geeft dan andere straffen, stelt AI.

In lijn met deze argumenten hebben de laatste decennia tientallen landen (zie kader) de doodstraf afgeschaft. In Nederland gebeurde dat voor het gewone strafrecht al in 1870; een verbod dat in 1983 in de Grondwet werd verankerd, ook voor het militaire en het oorlogsstrafrecht. Een andere belangrijke stap was het protocol uit 2002 bij het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat de doodstraf onder alle omstandigheden verbiedt; ook de VN-tribunalen voor Joegoslavië en Rwanda en het Internationale Strafhof kennen levenslang als zwaarste straf.

Maar of de doodstraf te zien is als iets onbeschaafds dat op den duur wel zal verdwijnen? Feit is dat na de Tweede Wereldoorlog deze straf ook in Nederland weer werd uitgevoerd, voor het eerst in tachtig jaar. De regering in ballingschap vond voor de berechting van oorlogsmisdadigers bijzondere rechtspraak met dito strafmaat gepast. De Duitser Wilhelm Artur Albrecht en de Nederlander Andries Pieters waren op 21 maart 1952 de laatsten van 39 oorlogsmisdadigers die onder de speciale wetgeving werden geëxecuteerd.

Rechtsfilosoof Paul Cliteur wijst erop dat nog altijd een grote groep Nederlanders (ongeveer 40 procent) vóór de doodstraf is. „Ik vind het dan ook merkwaardig dat wordt gesproken over landen die ’nog’ de doodstraf hebben. Monarchieën, ja, die sterven misschien langzaam uit. Maar dit is iets heel anders. In de Verenigde Staten is geen enkele aanwijzing dat de straf verdwijnen gaat; China, met zijn pro-doodstrafcultuur, krijgt wereldwijd juist meer invloed.”

Cliteur is zelf geen voorstander, maar hij vindt de discussie over de doodstraf in hoge mate hypocriet. „De tegenstanders pretenderen dat ze de moral highgrounds berijden. Maar in de relatie met de VS speelt het geen enkele rol dat veel staten daar de doodstraf kennen. En niemand praat over herstelbetalingen aan de nabestaanden van geëxecuteerde oorlogsmisdadigers. Het recht op leven is een volkomen fantasierecht. Je moet dat telkens weer afbakenen, in een oorlog, bij abortus, euthanasie. Ik vind een eerlijk proces wel zo belangrijk.”

„Levenslange opsluiting in combinatie met dwangarbeid”, dat noemt rechtsfilosoof Hendrik Kaptein, voorzitter van de themagroep doodstraf van Amnesty International, een goede straf voor Saddam Hoessein. Al zegt zelfs Kaptein - op persoonlijke titel - niet onvoorwaardelijk tegen de doodstraf te zijn en in zeer bijzondere gevallen wel ruimte voor enige afweging te zien. Bij Saddam spelen de gewone argumenten voor of tegen de doodstraf geen (hoofd)rol, vindt Kaptein. „Het gaat hier ook om de politieke situatie. Wat betekent zijn straf voor de toekomst van Irak? Als je kon concluderen dat het geweld zou eindigen door zijn executie en daardoor veel mensenlevens zouden worden gespaard, dan zou ik zeggen: doen. Maar zo is het niet.”

Kaptein benadrukt dat iemand die dood is niets meer kan ’goedmaken’, en dat is nu juist een hoofddoel van straf. „Bovendien weten we niet wat de doodstraf betekent, omdat we niet weten hoe het is om dood te zijn”, zegt Kaptein. „Levenslang is voor mij de werkelijke triomf in dergelijke gevallen. Iemand is er nog, heeft verloren en is in de macht van de rechtsstaat, die toch heeft gewonnen.”

VVD’er Hans van Baalen houdt vol dat hij alleen in het geval-Saddam de doodstraf steunt, puur vanwege de omvang van diens misdaden. Maar zou hij zich herinvoering kunnen voorstellen als in Nederland iemand op grote schaal slachtoffers maakt? Dat was ook waar partijgenoot Van Schie voor pleitte: schrappen van het grondwettelijk verbod om de doodstraf weer te kunnen invoeren in het oorlogsrecht, de anti-terreurwetgeving en voor misdadigers die meerdere moorden of een gruwelijke moord hebben gepleegd. „Het valt te vrezen dat Nederland zelf te maken moet krijgen met terreuraanslagen die honderden, zo niet duizenden doden kosten, eer de wens van een groot deel van de bevolking een politieke stem krijgt.”

Van Baalen kan zich voorstellen dat „je er anders tegenaan gaat kijken”, als er grootschalig slachtoffers vallen, maar daar wil hij niet op vooruitlopen. Zijn ’intellectuele spagaat’ kan in ieder geval rekenen op steun van de fractie. Anders dan Van Schie heeft Van Baalen uit eigen VVD-gelederen geen enkele negatieve reactie gekregen.

„Nieuw-rechts geleuter”, noemt Hendrik Kaptein de suggestie dat ook in Nederland de doodstraf weer nodig kan zijn. „Al die aandacht voor terreurbestrijding, er zijn zaken die veel ernstiger zijn. Alleen al door kindermishandeling komen jaarlijks zo’n vijftig kinderen om het leven en daaraan wordt praktisch niets gedaan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden