DOODSE STILTE OM ASBESTVEZEL

De oude Romein Plinius wist al dat werken in de asbestmijnen niet goed was voor de gezondheid. Toch zijn er nu nog bedrijven die beweren dat ze van niets wisten. Jaarlijks sterven honderden mensen aan de schade die de asbestvezel in hun lichaam heeft aangericht. Maar de statistieken zwijgen erover. Evenals de rechter, want er zijn maar weinig slachtoffers die er een zaak van maken. Het asbestgevaar loert nog overal. Nog tientallen jaren.

JOOP BOUMA

De advocaat aarzelt. Het is ook nogal wat. Vier jaar terug is zijn client overleden aan kanker. Nu overweegt hij de familie toestemming te vragen het graf te openen. In een laatste poging alsnog de doodsoorzaak onomstotelijk vast te stellen. "Want asbest verteert niet. Dat moet je nu nog terug kunnen vinden."

Rob Bedaux, advocaat te Heerlen, kreeg eind '86 een telefoontje van de 59-jarige Wil Widdershoven uit Susteren. De man, werkzaam bij het chemische bedrijf DSM, lag toen al op sterven. Widdershoven wilde dat Bedaux namens hem een schadeclaim zou indienen bij zijn werkgever. Hij leed aan mesothelioom, kanker van het longvlies. De ziekte was, zo had de longarts van het ziekenhuis in Sittard hem verteld, veroorzaakt door inge

ademde asbestvezels. Widdershoven had bij DSM jarenlang onderhoud gepleegd aan buizen en leidingen die met asbest waren ommanteld. Hij stierf een half jaar nadat de eerste ziekteverschijnselen zich hadden geopenbaard.

DSM heeft de weduwe geld aangeboden op voorwaarde dat ze zou afzien van een civiele procedure en zich verder gedeisd zou houden. Ze weigerde. De vrouw wilde een behoorlijke genoegdoening. Het geld wilde ze in de door haar en haar zoon opgerichte stichting Asbestslachtoffers stoppen. Want ze wist inmiddels dat er niet alleen bij DSM maar ook elders in Nederland, veel meer mensen slachtoffer waren geworden van asbestziekten.

Bijna vier jaar later nam de zaak-Widdershoven voor de kantonrechter een onvoorziene wending. De rechter vroeg drie deskundigen alsnog vast te stellen wat de doodsoorzaak was. Het drietal kwam tot de slotsom dat dit, jaren na het overlijden, niet meer mogelijk was. De kantonrechter wees de vordering af.

Mr. Bedaux is nog altijd verbijsterd over het verloop van de zaak. "De familie zag destijds op tegen het laten verrichten van sectie. Omdat in het medisch rapport van de longspecialist de doodsoorzaak naar mijn oordeel duidelijk was omschreven, heb ik niet aangedrongen. Ook DSM zelf heeft nooit twijfels geuit bij de oorzaak van het overlijden." Het geschil ligt nu in hoger beroep bij de rechtbank.

Asbest en kanker. Pas de laatste jaren begint langzaamaan het probleem in z'n volle omvang door te dringen. Asbest heeft een kwade roep gekregen. Het vezelige mineraal, ooit op grote schaal toegepast in Nederland, wordt nu nog slechts met de grootste omzichtigheid aangepakt.

Deze week nog ontstond er rumoer in een Veghelse woonwijk toen bleek dat daar plukjes asbest ronddwarrelden. Kinderen hadden ermee gespeeld. Het asbest, afkomstig uit gevelplaten van een opgeknapte woning, werd opgeruimd door 'maanmannetjes' in witte pakken met gezichtmaskers op en knalgele handschoenen aan.

Gevaar voor omwonenden hebben de asbestsnippers niet opgeleverd, wist de loco-burgemeester van Veghel. Want het zou - citaat van de wethouder - 'niet gaan om een soort asbest waarvan bekend is dat het gevaar kan opleveren'. Een opmerkelijke uitspraak, volgens de huidige stand der wetenschap schuilt in elke soort asbest gevaar. Maar dan is er in ieder geval geen sprake van 'acuut gevaar', meldde de Veghelse bestuurder nog. Klopt. Het directe gevaar van asbest is gering. Als iemand van asbest kanker krijgt, zal dit doorgaans pas na tien tot veertig jaar blijken.

Het incident in Veghel geeft pijnlijk aan dat het asbestprobleem groot is in Nederland. In kantoorgebouwen en woningen, gebouwd tussen de jaren '40 en '70, zijn grote hoeveelheden asbest verwerkt. "In de Verenigde Staten zit in de helft van de gebouwen uit die periode asbest. Dat zal in Nederland niet veel anders zijn" , denkt de Rotterdamse jurist George Deibel, auteur van een juridische handleiding voor asbestslachtoffers. Volgens ruwe schattingen zit er Nederlandse gebouwen nog bijna 600 000 ton asbest. Dat spul kan alleen tegen fabelachtige kosten worden verwijderd. "Maar je hoort daar niets over" , zegt mr. Deibel. "Niemand heeft er kennelijk belang bij duidelijk te maken dat de situatie echt ernstig is. De overheid zeker niet, als een van de grootste eigenaren van gebouwen."

Minstens zo luguber is de stille dood van vooral mannen die tien, twintig, dertig jaar terug met asbest hebben gewerkt. De vakgroep veiligheidskunde van de Technische universiteit in Delft heeft berekend dat er jaarlijks in Nederland 600 tot 800 mensen sterven aan asbestkanker. "En dat is dan nog een voorzichtige berekening" , zegt asbestdeskundige drs. Paul Swuste van de TU. Het CBS meldt jaarlijks zo'n 250 gevallen van mesothelioom - buik- of borstvlieskanker veroorzaakt door het inademen van minuscule asbestvezeltjes - tegenover tienduizenden gevallen van longkanker. Een sluitende registratie van mesothelioom in Nederland ontbreekt. Aangenomen wordt dat tientallen, zo niet honderden gevallen onder de noemer 'longkanker' schuilgaan.

De komende jaren zal de sterfte aan mesothelioom alleen nog maar toenemen. In het Nederlands Tijdschift voor Geneeskunde (1991, nr 3) voorspellen zes medisch specialisten in de komende twintig jaar enkele duizenden sterfgevallen. "Een ernstig volksgezondheidsprobleem" , zeggen zij.

De stijging is verklaarbaar door de lange periode tussen blootstelling aan asbest en het ziek-worden van gemiddeld 35 jaar. Pas na 2010 zal het aantal gevallen wat afnemen, doordat na 1975 het bedrijfsleven het gevaar serieus is gaan nemen.

Nederland is wereldwijd een van de belangrijkste verwerkers van asbest geweest. Tot 1980 is alleen al in de bouw meer dan een miljoen ton van het goedkope vezelige mineraal gebruikt. Ook is asbest volop verwerkt in de scheepsbouw, in remvoeringen en koppelingsplaten van auto's, in pakkingen van motoren, in filters en als isolerend- en brandwerend materiaal. In vaste vorm wordt asbestcement tot op de dag vandaag gebruikt, bijvoorbeeld bij de bouw van veestallen. Pas in de loop van volgend jaar wordt een verbod van kracht voor de meeste toepassingen van asbest.

Door het vele asbest in Nederland is de sterfte aan mesothelioom relatief groter dan in bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Engeland. Opmerkelijk is echter dat het aantal schadeclaims tegen de (voormalige) werkgever in Nederland zeer klein is. In de VS zijn honderdduizend, in Engeland tienduizend procedures aanhangig gemaakt. In Nederland zijn het niet meer dan een stuk of tien. Zelfs in een klein land als Denemarken hebben asbestslachtoffers collectief en met succes juridische procedures gevoerd, onder meer tegen asbestverwerker Eternit, die forse schikkingen betaalde. In Nederland verzet de Eternit-vestiging zich tegen schadeclaims.

Zelfs de verzekeraars verbazen zich over het geringe aantal claims. "We weten niet eens bij benadering over hoeveel gevallen we in Nederland eigenlijk praten" , zegt mr. E. P. M. Pompen, secretaris van de Nederlandse vereniging van algemene aansprakelijkheidsverzekeraars.

De jurist Deibel schat dat er minstens voor vier miljard gulden aan claims in de lucht hangt. Hij heeft sterke vermoedens dat de verzekeraars er alles aan doen Nederlandse jurisprudentie over asbestzaken zo lang mogelijk tegen te houden. "Bij iedere zaak worden batterijen aan deskundigen en advocaten ingeschakeld. Voordat een kantonrechter zo'n zaak in behandeling neemt, is er al een jaar verstreken. Iemand die aan mesothelioom lijdt is dan meestal overleden. Dat is de eerste winst voor de werkgever en verzekeraar. Zij hebben belang bij vertraging. En als ze het dan vervolgens toch dreigen te verliezen, proberen ze tot een schikking te komen. Want een uitspraak wordt gepubliceerd en daar zitten de verzekeraars helemaal niet op te wachten. Die maken liever niet te veel deining."

Secretaris Pompen werpt de suggesties van opzettelijke vertraging verre van zich. Maar, zegt hij, "wij zullen niet van de daken gaan schreeuwen: dien uw claims bij ons in. Beroepsziekten zijn voor verzekeraars een betrekkelijk nieuw verschijnsel. De polissen van destijds hielden daar helemaal geen rekening mee en dus werd dat risico niet in de premies verrekend. Niettemin heeft een werkgever die zich voor aansprakelijkheid heeft verzekerd, in beginsel dekking. Maar als het dan tot een zaak komt, schakelen wij vanzelfsprekend deskundigen en advocaten in. Een beetje advocaat die zich voor een zaak inzet, trekt alle registers open. Dat doet de tegenpartij toch ook?"

Ook Pompen kan geen sluitende verklaring vinden voor het feit dat Nederlandse asbestslachtoffers de weg naar het recht niet makkelijk inslaan. "Het enige dat ik kan bedenken is dat de cultuur in Nederland niet zo is dat je je werkgever, bij wie je vaak je hele leven hebt gewerkt, aansprakelijk stelt wegens ziekte. Maar dit is geen wetenschappelijk onderbouwde visie."

Drs. Harriet Vinke en drs. Ton Wilthagen, rechtssociologen bij het Hugo Sinzheimer Instituut (centrum voor onderzoek van arbeid en recht) van de Universiteit van Amsterdam, hebben gepoogd wel een wetenschappelijk antwoord te vinden. De vraag intrigeerde hen omdat Nederland, ondanks de drieste bezuinigingen, nog altijd een heel behoorlijk netwerk van sociale rechtshulp kent.

Vinke en Wilthagen hebben een kleine honderd mensen uit het adressenbestand van de stichting Asbestslachtoffers van de familie Widdershoven aangeschreven met een lange vragenlijst. Er kwamen 58 vragenlijsten ingevuld terug. Begin dit jaar waren van die 58 asbestslachtoffers er nog 12 in leven, de meerderheid is tussen het vijftigste en het zestigste jaar ziek geworden. Van de 58 waren er slechts drie verwikkeld in een juridische procedure.

Het feit dat de levensverwachting van iemand bij wie mesothelioom is vastgesteld gemiddeld een jaar is, is een belangrijke rem op het indienen van een claim. Advocaat Bedaux weet uit eigen praktijk dat het indienen van een claim geen makkelijk besluit is. "Stel je voor, mensen met een levensverwachting van een jaar, moeten een strijd gaan voeren met zichzelf en met hun werkgever. Dat is moeilijk. Heel moeilijk."

Toch vindt, zo blijkt uit de enquete van Vinke en Wilthagen, de overgrote meerderheid van de slachtoffers of nabestaanden wel dat de werkgever schuld heeft aan hun ziekte. Bijna de helft heeft wel eens stappen tegen de werkgever overwogen, maar zag er vanaf om persoonlijke of financiele redenen. Geen van de werkgevers heeft uit zichzelf een financiele regeling aangeboden.

Van de 58 slachtoffers of nabestaanden heeft de helft spijt dat er geen rechtszaak tegen de werkgever is aangespannen. Een derde overweegt nog om te gaan procederen.

Opvallend is dat Vinke en Wilthagen op grond van hun onderzoek vaststellen dat artsen niet staan te springen om asbestslachtoffers te 'mobiliseren'. Eerder is het tegendeel het geval. "Artsen hebben kennelijk een weerstand tegen aansprakelijkheidsprocedures. Ze hebben geen zin in de rompslomp die eraan vastzit." Datzelfde heeft mr. Bedaux ervaren. "Een arts die mesothelioom vermoedt, zal zich eerst afvragen wat voor ellende hij over zichzelf uitstort, voordat hij het overlijdensformulier invult."

Beroepsziekten zijn volgens Vinke en Wilthagen sowieso een taboe in Nederland. "Het is een weggecollectiviseerd probleem. Wij hebben de mooiste wao van heel Europa, maar van de registratie van beroepsziekten deugt eigenlijk niks. Volgens de officiele cijfers worden jaarlijks minder dan duizend beroepsziekten geregistreerd. Dat klopt natuurlijk niet met de werkelijkheid. Voor de erkenning van de slachtoffers is dat funest. En uit preventief oogpunt is het ronduit slecht." Ook de vakorganisaties hebben op dit punt volgens de beide rechtssociologen een slechte staat van dienst.

"Het belangrijkste is dat het probleem van de asbestziekten zichtbaar worden gemaakt. Het zijn stuk voor stuk trieste verhalen die deze mensen te vertellen hebben. Het is een rampzalige ziekte, waar je niets aan kunt doen, en waarvoor je geen erkenning krijgt."

Tot dusver heeft nog geen mesothelioom-zaak de Hoge Raad gehaald. Voor de slachtoffers is dat een extra reden goed na te denken of een procedure tegen de werkgever op dit moment wel slim is. Bij de weinige zaken die nu lopen, is vooral veel discussie geweest over de vraag wanneer de werkgever is te kort geschoten in zijn 'zorgplicht'. Het Nieuw Burgerlijk Wetboek verplicht de werkgever om de werknemer te vrijwaren van gevaren.

Bij asbest komt daar nog de vraag bij wanneer de werkgever redelijkerwijs kon weten dat onbeschermd werken met asbest de gezondheid zou kunnen schaden.

Nu is de bezorgdheid om asbest niet van vandaag of gisteren. In de eerste eeuw voor Christus wees de Romein Plinius er al op dat asbest slecht was voor de arbeiders in de asbestmijnen. Die bezwaren zijn tot voor kort nooit echt serieus genomen. Alleen asbestose (asbest-stoflongen) was al vroeg een erkend en onderkend probleem.

Bij asbest-kanker ligt de zaak ingewikkelder. Momenteel wordt de grens tussen verwijtbaarheid en vrijuit-gaan voor bedrijven nog gelegd bij het jaar 1969. Toen publiceerde J. Stumphius, destijds bedrijfsarts bij de werf De Schelde op Walcheren, zijn proefschrift 'Asbest in een bedrijfsbevolking'. Zijn conclusies sloegen in als een bom. Sindsdien kon 'iedereen' weten dat het met asbest echt niet goed zat, oordeelde onder anderen de Rotterdamse kantonrechter eind 1990.

Swuste (TU), die in diverse asbestzaken als getuige-deskundige optrad, vindt dat je nog veel verder terug kunt gaan. Hij heeft met enkele collega's een studie gedaan naar asbest-risico's in de wetenschappelijke pers en in de vakbladen. "Rond de eeuwwisseling waren er in Engeland en Duitsland de eerste signalen dat er long-effecten optraden. Met de opkomst van de rontgen-diagnostiek in de jaren '20 werd duidelijk dat de longfoto's van asbestwerkers er beduidend anders uitzagen dan die van mijnwerkers met silicose-longen. Begin jaren '30 werd asbestose in Engeland een erkende beroepsziekte."

Ook in Nederland nam sinds de jaren '30 de aandacht voor asbest-risico's sterk toe. Swuste: "Vooral na de oorlog schreef de vakpers zo uitgebreid over asbestose dat de risico's bekend moesten zijn. In de jaren '50 kwam het longkankerrisico in beeld en zo'n tien jaar daarna werd mesothelioom bekend als uniek ziektebeeld voor asbestwerkers."

Werkgevers beroepen zich in procedures doorgaans op het feit dat de overheid pas in 1977 kwam met maatregelen, het Asbestbesluit. Maar de rechter verwerpt dat argument: werkgevers hebben een eigen verantwoordelijkheid en mogen als zij van bepaalde risico's al langer op de hoogte zijn, niet wachten totdat Den Haag iets doet.

Mr. Bedaux, die namens de familie Widdershoven optreedt tegen DSM, heeft ontdekt dat het bedrijf lang voor het cruciale jaar goed op de hoogte moet zijn geweest van de gevaren. DSM had al in de jaren '50 een abonnement op het vakblad 'De Veiligheid'. Daarin is tussen de jaren '30 en '60, met name door medewerkers van de Arbeidsinspectie, uitvoerig geschreven over de risico's van asbest. Bedaux: "Zo'n groot chemisch concern, dat bij uitstek weet wat veiligheid is, waar honderden deskundigen rondliepen die alles wisten van chemische reacties, waar het regent van veiligheidsvoorschriften, zo'n bedrijf zou niet al in een vroeg stadium van het asbestprobleem hebben geweten? Dat is schrijnend."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden