Doodmoe van háár ziekte

Partners van kankerpatiënten ervaren evenveel stress, angst en depressieve gevoelens als de zieke. Toch staat de psychologische hulp aan deze groep onder druk.

IRIS PRONK

Wil jij me wassen, vraagt een mevrouw aan haar man. Ze heeft kanker, is zwaar ziek, kan het washandje zelf niet meer hanteren. Nee, zegt hij, ik wil alles voor je doen, maar dát niet, dat is me te intiem.

Een kleine scène uit het leven van een echtpaar, beschreven door Michèle Hamel. Zij is therapeute bij het Helen Dowling Instituut (HDI) in Bilthoven, een centrum dat psychologische hulp biedt aan kankerpatiënten en hun naasten. Kanker, doodsoorzaak nummer één, kan een relatie op allerlei manieren ontwrichten, illustreert ze ermee. "Dat hij haar niet wil wassen, zegt niks over zijn liefde voor haar. Hij kan haar aftakeling niet van zó dichtbij zien. Terwijl zij zegt: ik wil absoluut geen vreemde handen aan mijn lijf. Heb je dat niet eens voor me over?"

'Nee' zeggen tegen een kankerpatiënt is voor partners erg moeilijk, weet Hamel, net als ruimte vragen voor hún gevoelens en behoeften. Daar hebben ze soms hulp bij nodig van psycho-oncologische deskundigen: hulpverleners die weten wat de ziekte aanricht in de geest, óók in die van naasten. Maar vanwege bezuinigingen in de geestelijke gezondheidszorg staat een deel van die psychologische hulp zwaar onder druk. Sinds begin 2013 worden rouw- en relatietherapie niet meer vergoed door de zorgverzekeraar. Eerder al werd de aanpassingsstoornis uit het verzekerde pakket geschrapt: een psychische reactie op hevige stress.

Dat betekent dat partners in de knel er zo slecht aan toe moeten zijn dat de diagnose 'depressie' of 'angststoornis' op hen van toepassing is. Maar er zijn ook veel mensen bij wie dat ernstige etiket niet past en die toch heel erg gebaat zouden zijn bij hulp. Zij moeten hun therapie zelf betalen, wat natuurlijk lang niet iedereen kan, zegt Anette Pet, hoofd patiëntenzorg van het HDI. En sowieso: een chronische ziekte is al zo duur, dan gaan partners toch geen 700 euro voor zichzelf uittrekken?

Hamel, Pet en collega's - ook van andere psycho-oncologische centra in Nederland - maken zich zorgen over deze ontwikkeling. Uit onderzoek van IPSO, Instellingen Psycho-Sociale Oncologie, blijkt dat partners even hoog (of laag) scoren op depressie en vermoeidheid en zelfs méér last hebben van spanning. Maar omdat hulp niet langer vergoed wordt, haken ze af.

Het effect van die gemiste therapie? Dat is gissen, zegt Hamel: "Ik denk dat er een groot risico is op verergering. Als mensen niet op het goede moment de juiste hulp krijgen, dreigen burnout-klachten en uitval op het werk. Somberheid kan omslaan in een depressie of angststoornis." Waarmee ze dan wél weer betaalde therapie kunnen krijgen, vult haar collega Pet aan. "Het moet dus eerst erger worden voordat ze hier terecht kunnen. Dat vind ik wel schrijnend."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden