Doodeerlijke observaties

Wat eigenlijk nooit een boek had mogen worden, staat nu toch op papier. In woord en beeld. Het verslag van een pelgrim die geen pelgrim is.

Bij strips denken veel mensen automatisch aan Kuifje-achtige verhalen, waarin actie het wint van diepgang. De strips die de Vlaamse Judith Vanistendael maakt zijn het tegenoverstelde: gevoelige verhalen over liefde, verlies, kwetsbaarheid. In het beeldverhaal 'Hoe David zijn stem verloor'(2012) vangt ze het verdriet over een terminaal zieke man in even tedere als hartverscheurende aquarellen. Het avontuurlijke ligt in de manier waarop ze gevoelens verbeeldt, niet in de actie zelf.

Van die instelling getuigt ook haar nieuwe boek 'Pelgrim of niet?'. 'Zelden was er iemand die naar Santiago ging om af te vallen of om zijn conditie op peil te houden', schrijft ze in het voorwoord.

Het verslag van haar tocht naar Santiago de Compostela (ondernomen in 2010) had eigenlijk nooit boek moeten worden. "Het is eigenlijk een dagboek dat niet voor anderen is bedoeld. Geheel ongecensureerd. Ik heb gewoon opgeschreven wat ik voelde", vertelt ze in zacht Vlaams. Maar dat ongecensureerde is ook de charme van het boek.

Haar doodeerlijke observaties relativeren de al te romantische ideeën over zo'n pelgrimage. Als ze hoort dat er 50.000 pelgrims met haar op weg zijn 'voelt ze zich niet meer uniek'. En hoewel ze tranen in haar ogen krijgt als ze hoort dat een medepelgrim leukemie heeft gehad, geeft ze eerlijk toe dat de andere pelgrims een bezoeking zijn. Een slaapzaal met 120 bedden is verschrikkelijk, vooral om het 'leger snurkers'. De enige plek waar je alleen kunt zijn is op de wc of onder de douche. Bovendien zijn pelgrims meestal niet pad gegaan omdat ze zo gelukkig zijn. "Ze delen vaak hun diepste geheimen met je. Omdat ze je daarna nooit meer zien." En daar heb je niet altijd behoefte aan als je je eigen hoofd leeg wil maken.

Want dat wilde Vanistendeal: afstand nemen, een pauze in haar bestaan inlassen. Haar twee jonge kinderen, destijds 4 en 7 jaar oud, liet ze daarvoor zes weken achter. Tot haar eigen verbazing had ze daar helemaal geen moeite mee. Het is een van de lessen die ze aan de tocht heeft overgehouden: moederliefde is een sociaal gegeven, je kunt het best een paar weken opzijzetten om het later weer op te pakken als je terugbent in je eigen omgeving. "Identiteit is flexibel", concludeert ze.

Wandelen zelf is wel een activiteit die de tijd stilzet. Alleen al omdat je niet kunt versnellen. "Snelwandelen lijkt een soort parodie op wat wandelen is." En dat geldt ook voor tekenen naar de natuur, zeker bij een lastige techniek als aquarel. Anders dan bij het maken van een foto moet je er echt voor gaan zitten, wat natuurlijk niet te combineren is met wandelen. Zo leggen wandelen en tekenen (Vanistendael droeg zichzelf op elke dag één tekening te maken) een regime van vertraging op. En daarmee volgens Vanistendael 'zelfs een subversief kantje'.

De beloning is er ook, soms, tussen ergernis, pijn en vermoeidheid door. "Ik kan uren in de zon zitten. Zonder meer. Als je dit kan meenemen naar je gewone bestaan, ben je - denk ik - een tevreden mens." Op de Meseta, de droge hoogvlakte waar iedereen haar voor gewaarschuwd heeft, voelt ze zich "als een ajuin die langzaam de gedroogde rokken laat vallen. Een gepelde ajuin. De muren die ik had opgetrokken rondom mij zijn afgebrokkeld en ik sta naakt in het heelal. Ik voel me groot en sterk en leeg."

Maar in Santiago, het doel van haar tocht, wachtte haar een bizarre verrassing. Als ze haar oorkonde, haar 'Compostela' wil halen moet ze invullen of ze de tocht uit religieuze, spirituele of sportieve overwegingen heeft ondernomen. Dat weigert ze. "Het was alsof iemand mijn tocht kaapte. Niemand heeft het recht om dat voor mij te beslissen. Bovendien wist ik het niet, ik ben gewoon vertrokken." Uiteindelijk beslist 'de meneer van Compostela' dat Judith Vanistendael spiritueel is. En krijgt ze haar oorkonde.

Maar als je haar vraagt of die banale tegenslag niet afleidt van de spirituele ervaring die je als pelgrim (van de tweede soort) wil bereiken, spreekt ze dat resoluut tegen. De banale ervaringen die ze beschrijft en tekent - een wasje doen, de ene voet voor de ander zetten - zijn zo oppervlakkig niet. "Je wordt je bewust dat alles lichamelijk is. En het spirituele is niet los te koppelen van het lichaam." Eten bijvoorbeeld, lijkt iets heel banaal-fysieks: je lichaam moet nu eenmaal iets tot zich nemen. Maar samen eten is juist iets spiritueels, heeft Vanistendael ervaren, omdat je het eten samen deelt. Sommige mensen begrijpen dat uit zichzelf al, geeft ze toe, anderen moeten het leren. "Door iets aan den lijve te ervaren, weet je pas wat het is."

Succesvol striptekenares

Judith Vanistendael (Leuven, 1974) is een Belgische striptekenares en illustratrice. In 2007 verscheen het eerste deel van haar succesvolle stripalbum 'De maagd en de neger', 'Papa en Sofie'. Deel 2, 'Leentje en Sofie', verscheen in 2009 en kreeg ook veel aandacht. Het tweeluik is in zeven talen vertaald, waaronder het Koreaans en het Zweeds. In 2012 verscheen 'Toen David zijn stem verloor' een ontroerende graphic novel over een man die wordt aangevreten door kanker en daarover niet wil praten met zijn familie. Judith Vanistendael is de dochter van de schrijver Geert van Istendael (1947), die zich vaak boos maakt over 'de desastreuze modernisering' waarin de menselijkheid dreigt verdrukt te worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden