Dood trekt scheur door bestaande orde

Deugden zijn geen beperkende normen of vage waarden, maar kwaliteiten waarin je uitblinkt. Vandaag: ritueeldeskundige Thomas Quartier over orde. „Vroeger kwam de dominee bij een sterfgeval aan huis. Nu laten we ballonnen op.”

Matigheid, vlijt, zuinigheid en ordelijkheid. Deze deugden ontstonden met de opkomst van het protestantisme en het kapitalisme in het midden van de achttiende eeuw. Maar deze deugden verburgerlijkten de aristocratische deugdethiek. Zo leidden, vond men, de deugden niet langer tot een voortreffelijk leven maar tot een truttig bestaan. Inmiddels zien we in dat overvloed leidt tot vetzucht, en chaos niet gelijk staat aan een groots en meeslepend leven.

„Lange tijd identificeerde men de deugd van de orde met een kamer die netjes was opgeruimd’’, zegt religiewetenschapper Thomas Quartier, „of met belastingpapieren die op tijd waren ingevuld. Mijn begrip van de deugd ’orde’ reikt verder: om voortreffelijk te kunnen leven, moet je je leven op orde zien te krijgen. Hoe? Rituelen bieden hier handvatten voor.’’

Is ons leven dan zo’n chaos?

„Meer dan je denkt. Om te begrijpen wat ik bedoel, is het zinnig te kijken naar situaties van wanorde. Ik ben gepromoveerd op het uitvaartritueel. De dood trekt een scheur door de bestaande orde. Neem een sterfgeval in je naaste omgeving. Die veroorzaakt wanorde in je gevoelsleven. Door middel van rituelen kun je orde scheppen in die wanorde.’’

Bij zo’n sterfgeval lijkt het me allereerst zaak de dode onder de grond te krijgen.

„Natuurlijk. Bij een overlijden van een dierbare moet je op minstens drie manieren orde scheppen. Rituelen helpen daarbij. Er is een verplaatsingsritueel: een dood lichaam moet verplaatst worden naar een begraafplaats, een crematorium. Dat gebeurt niet zo maar, zo’n verplaatsing kun je vormgeven. Hetzelfde geldt voor alle andere praktische beslommeringen die bij een overlijden komen kijken: brieven schrijven, een advertentie opstellen, een uitvaart regelen. Dan is er dus de psychische wanorde bij de nabestaande: ineens valt er een dierbare weg, die een belangrijke rol in jouw dagelijkse leven vervulde. Hoe ga je met zo’n verlies om? Ten slotte is er de sociale wanorde: in het sociale netwerk van de overledene valt een gat, dat op een of andere manier gedicht moet worden.’’

En orde is de deugd die bij deze vormen van wanorde helend werkt.

„Ja, en zelfs veel sterker dan vroeger. Bij een overlijden kwam de dominee of de pastoor op bezoek, hij vertelde je hoe het nu verder moest. Er waren normen waaraan je je hield. Uit mijn onderzoek komt naar voren dat deze normen tegenwoordig zelfs door veel kerkelijken als beperkend worden ervaren. Wij willen rituelen zelf vormgeven. Gevolg daarvan is weer dat we onmiddellijk nieuwe normen ontwerpen. Laat iemand bij een begrafenis ballonnen op, dan zie je binnen mum van tijd overal ballonnen opstijgen. Alsof er bij een moderne begrafenis ballonnen horen. Wie de deugd van de orde beheerst, is in staat te ontdekken welke rituelen rechtdoen aan zijn behoeftes. Wie deze deugd niet beheerst is hier niet toe in staat.”

„Volgens Aristoteles moeten we ons in een deugd bekwamen, oefenen. Dat geldt dus ook voor de orde. In het dagelijks leven moeten we ons in de deugd van de orde trainen om er in extreme situaties bijna vanzelfsprekend op terug te kunnen vallen.’’

Eerst je kamer netjes opruimen, dan je vader netjes begraven.

„Nee, zo werkt het niet. Orde is een houding die je je eigen maakt in de loop van je leven, waardoor je rite de passages zo vormgeeft dat ze passen in jouw levenscyclus. Van oudsher is het huwelijk ook zo’n overgang naar een nieuwe levensvorm. Nu is het huwelijk los komen te staan van deze overgang. Ik pleit niet voor herstel van oude patronen, maar het is wel belangrijk dat je zo’n stap als het huwelijk echt tot een overgang maakt. Wie dat doet, schept orde in zijn levensverhaal en zal ook beter in staat zijn de scheur op te vangen, die de dood door de bestaande orde trekt. Want wat je op rituele wijze doet, heeft implicaties voor het hele leven. Het is een soort programma – een ideaal dat je je zelf stelt.”

Dood, huwelijk, de geboorte van een kind – zo veel momenten zijn er niet om je te oefenen in de deugd van de orde.

„Jawel, want wij kunnen ook onze alledaagse levensloop ordenen. Wij leven in een tijd waarin de vanzelfsprekende inkadering van de week is verdwenen. Als ik op zondag door Amsterdam loop, merk ik nergens meer aan dat het zondag is. De ordening die de kerken aanbrachten, is verdwenen. Toch is het van groot belang de week te structuren, want ritme helpt mensen hun leven op een bewustere manier te beleven. Zonder orde gaat de dag ook voorbij, maar je beleeft hem dan niet.

Daarvoor hoeft niet iedereen opnieuw naar de kerk. Er ontstaan andere structuren. Afgelopen jaren is wandelen zo’n zondagsactiviteit geworden dat ik er rituele trekken in zie.’’

Dat is de zondag, wat doe je op maandag?

„Zoals je de week kunt ordenen, zo kun je de dag ordenen. Vroeger waren de gemeenschappelijke maaltijden het structurerende element van een gezinsleven. Die maaltijden staan onder druk, schieten er in een gezin met twee werkende ouders en drukke kinderen vaak bij in.’’

Doordat de maaltijden er bij inschieten, beleven wij het leven nu minder bewust.

„Ordening is niet alleen bewustwording. Op een structuur kun je ook terugvallen, bijvoorbeeld bij een fikse ruzie. Hoe los je die op? Door te praten. Dat werkt lang niet altijd, praten verergert de boel vaak. Een ritueel zorgt ervoor dat we, letterlijk, terugkeren tot de orde van de dag. Ondanks de ruzie zit je toch met elkaar aan tafel. Eerst zwijgend, daarna wordt er wat brommerig een opmerking gemaakt over het eten, vervolgens komt er schoorvoetend een gesprek op gang en aan het einde van de maaltijd is de twist al keuvelend op de achtergrond geraakt. De orde van de dag heeft de ruzie overwonnen.’’

Die orde van de dag zorgt er ook voor dat wij onze dierbaren beter begraven.

„Nee. De dood veroorzaakt zo’n schoksituatie dat je daar begeleiding bij nodig hebt. Vroeger gaven pastoor en dominee die. Tegenwoordig heb je ritueelbegeleiders, die je helpen een passende houding te ontplooien. Het is zeker niet zo dat de deugd van de orde je automatisch het goede antwoord influistert over de vorm van een begrafenisritueel. Maar het is wel zo dat de deugd van de orde je leert in te zien hoe belangrijk rituelen zijn in zo’n situatie.

Orde draagt er toe bij dat je na zo’n schoksituatie de draad weer kunt oppakken. Tot de begrafenis is er drukte alom, maar na de begrafenis slaat de leegte toe. Waarom zou ik opstaan? Voor wie? Wat zou ik moeten doen? Vragen die met woorden nauwelijks te beantwoorden zijn. Op zo’n moment helpen kleine rituelen de dagorde te herstellen, en de dagorde draagt er op zijn beurt toe bij de grote orde te hervinden. Het ritueel heeft wel degelijk ook een ethische connotatie: doe wat gepast is, en durf je leven vorm te geven’’

Orde helpt misschien jezelf te hervinden. Maar naast orde heb je een fikse dosis moed nodig om die allesoverheersende vragen naast je neer te leggen, en ’gewoon’ te gaan ontbijten.

„U zegt nu: naast orde heb je moed nodig. Dat is niet helemaal juist gezegd. Aristoteles heeft het over allerlei deugden. Maar hij onderscheidt vier kardinale deugden. Dat zijn deugden die op een of andere manier ín elke deugd aanwezig zijn. Moed is daar een van.

Ja, het vergt moed na zo’n verlies je bed uit te komen. Maar er is telkens weer moed voor nodig om de structuur in je leven te aanvaarden en de taken op je te nemen die je dagelijks moet volbrengen.’’

U steekt nu de loftrompet op de orde, maar ik ken mensen die hun leven helemaal stuk geordend hebben.

„Klopt. Naast moed is maat ook zo’n kardinale deugd. De schrijver Cees Nooteboom heeft die mateloosheid mooi verbeeld in zijn roman ’Rituelen’. In de hoop structuur aan zijn leven te geven, ordent de hoofdpersoon, Inni Wintrop, zijn leven zo strak dat hij bijna in een binnenwerelds klooster terecht lijkt te zijn gekomen. Door je bestaan zo rigide te ordenen, maak je je leven ontoegankelijk voor de medemens.

De deugd is altijd het ultieme midden, bij orde een midden tussen vastgelegd en vrij, tussen voorgeschreven en creatief. Dat zie je ook bij begrafenissen. Er zijn mensen die hun eigen uitvaart tot in de jota plannen. Het is goed dat iemand nadenkt over zijn uitvaart, maar ook de nabestaanden moeten de deugd van de orde kunnen betrachten, anders zullen zij er moeite mee houden orde te scheppen in hun eigen gevoelschaos. In de rituele orde moet je je zelf tegenwoordig kwijt kunnen, en mensen hebben de behoefte om de regie daarbij mee te mogen voeren.’’

Thomas Quartier (1972) is docent voor rituele studies aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Onlangs verscheen: Bridging the Gaps. An Empirical Study of Catholic Funeral Rites. Münster: Lit Verlag 2007. Meer over nieuwe dodenrituelen: www.ru.nl/rdr.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden