Dood en waanzinnig gelukkig

(Trouw)

Tandarts en bergbeklimmer Dennis Verhoeve had alles onder controle. Altijd. Tot dat ene moment waarop tijdens een afdaling het touw brak.

In een sneeuwveld, op ongeveer 7600 meter hoogte in de Himalaya, ligt Dennis Verhoeve op de flanken van de 8201 meter hoge Turkooizen Godin. Vanaf de Cho Oyu – de Tibetaanse naam van de berg – kijkt hij uit over een afgelegen vallei in Nepal. Volgens Dennis en zijn echtgenote Hella de mooiste plek op aarde. Dennis is dood. Maar ’waanzinnig gelukkig’. Woorden uit zijn dagboek, dat wél terugkeerde uit de Himalaya. Dennis schreef ze tussen 12 en 27 mei, voordat hij de op de grens van Tibet en Nepal gelegen top zou bereiken.

Vanaf zijn jeugd wandelde en skiede Dennis Verhoeve met zijn ouders en twee oudere zusjes in de Zwitserse Alpen. Toen hij, net afgestudeerd, een relatie kreeg met Hella won hij haar voor de bergen. Samen bedwongen ze de 4808 meter hoge Mont Blanc. „Ik ga hier nooit meer naar toe”, zei Hella toen ze waren afgedaald. Om eraan toe te voegen: „Als je met me wil blijven klimmen moet je met me naar de Himalaya.”

In Nepal beklommen ze de Mera Peak (6400 meter). Ze maakten er trektochten, leerden Sherpa’s en gevluchte Tibetanen kennen, verdiepten zich in de cultuur, zetten een stichting op die onderwijs verzorgt aan Tibetaanse kinderen in Nepal en ontmoetten er hun geadopteerde Tibetaanse zoon Mingmar (wiens naam ’dinsdag’ betekent).

Ze raakten geïnteresseerd in het boeddhisme. Niet dat ze zich als boeddhisten zagen. Maar veel elementen spraken aan: anderen de ruimte geven, het beste gunnen. Dennis bracht iedere morgen de zonnegroet. En hij deed lichaamsoefeningen. Niet uit religieuze overtuiging. Maar ze hielpen tegen nekklachten, een beroepsrisico voor tandartsen. En Dennis moest er niet aan denken dat hij zijn vak zou moeten opgeven.

Hij deed dat met net zo veel overgave als klimmen. Met liefde ook voor de patiënten van zijn Amsterdamse praktijk. De kinderen. En de volwassenen, die soms net zo bang waren als kinderen. Langzaam, als een visser die een grote vis aan de haak heeft, haalde hij ze binnen. Eerst een praatje in het portiek. Zonodig nog een tweede of derde keer. Als de patiënt het aandurfde een rondje door de wachtkamer. Of een gesprek in zijn kantoortje, waar géén tandartsstoel stond.

Die tijd bracht hij niet in rekening. Hij was in 1982 niet aan de Vrij Universiteit afgestudeerd om rijk te worden. Status en materiële rijkdom zeiden hem niets. Zeker, hij hield van mooie dingen. Hij kon bijvoorbeeld genieten van een prachtige klassieke auto. Maar mooie dingen waren om naar te kijken, niet om te hebben. Bij een bijeenkomst van tandartsen parkeerde hij zonder enige gêne zijn oude pick-up tussen de fonkelende auto’s van zijn collega’s.

De verbindende schakel tussen klimmen en het restaureren van vervallen gebitten was de liefde voor het materiaal. Dennis hield ervan om met zijn handen bezig te zijn. Dat had hij al als klein jongetje thuis in Wassenaar, waar hij opgroeide. Hele middagen was hij op zolder in de weer met de metalen strips, wielen, bouten en moeren van zijn Meccanodozen. Géén Lego. Die steentjes pasten maar op één manier op elkaar. Niet uitdagend genoeg, vond hij.

Dennis’ vader had carrière gemaakt. Hij had geen genoegen genomen met het mulodiploma. Hij leerde door, promoveerde cum laude in de rechten en eindigde als topambtenaar bij verscheidene ministeries. Dat zijn beide dochters arts werden, en zijn zoon tandarts, vond hij mooi. Maar het liefst had hij drie promoties bijgewoond en gezien dat zijn kinderen ook carrière zouden maken.

Dennis koos echter zijn eigen weg. Hij begon de tandartspraktijk, die nu onder leiding van zijn echtgenote Hella wordt voortgezet. Hij haalde voldoening uit het feit dat mensen opgelucht de deur uitgingen, met mooiere tanden dan waarmee ze binnenkwamen. Thuis kluste hij in de dijkwoning, waar hij met Hella en Mingmar woonde. En hij was altijd in de weer met bergsportmateriaal, steevast op zoek naar verbeteringen. In alles ging hij heel precies te werk, geordend ook. Op bergexpedities verzorgde hij immer de medicijnkist. Alles zat, van labeltjes voorzien, in vakjes. Mocht hij er niet meer zijn, dan hadden de achterblijvers de spullen zó voor het grijpen.

Op 2 juni bereikten de drie expeditieleden en drie Sherpa’s de top van de Cho Oyu. Tijdens de afdaling, bij een abseilmanoeuvre, brak het touw waaraan Dennis hing. In de tempel in Nepal waar de expeditie vóór vertrek naar Tibet werd ingezegend, was een afscheidsceremonie. Dennis blijft in de Himalaya. Dat had hij zo afgesproken.

(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden