Dood en ontbinding, maar dan reukloos

Naturalis gaat op de schop. In 2018 moet er een nieuw museum staan in Leiden. Maar wat moet er worden tentoongesteld uit een collectie van veertig miljoen objecten? Trouw volgt de conservatoren en tentoonstellingsmakers bij hun keuzes. Aflevering 5: Het verval.

In een museum dat ruim veertig miljoen dode objecten beheert, kom je er eigenlijk niet onderuit, vindt Marijke Besselink. Zij is de inhoudsontwikkelaar van de zaal met het thema 'de dood' in het nieuwe museum. "Je realiseert het je niet zo als je door het museum loopt, maar alles hier is dood. En waar het de collectie betreft, proberen we het leven ook juist buiten de deur te houden."

Ze doelt op motten en ander ongedierte dat dol is op honderd jaar oude opgezette dieren. Er wordt graag geknaagd aan pootjes en zachte opgezette oren en nestelen zich in al die fantastische pelzen.

Samen met de nieuwe zaal over voortplanting doorbreekt deze tentoonstelling de traditionele benadering van een natuurhistorisch museum. Door de dood te tonen wil Naturalis de vergankelijkheid laten zien die overal in de natuur is. "Doodgaan is daar maar een onderdeel van. De boodschap is dat dood ruimte maakt voor nieuw leven. Dood is een proces, geen status quo. Uiteindelijk vergaat alles. Ook deze collectie."

"Nou, dat vind ik wel erg negatief", grapt collectiedirecteur René Dekker, die naast haar zit. Hij is juist verantwoordelijk voor het buiten de deur houden van die vergankelijkheid in de collectietoren. Dekker moet ervoor zorgen dat de insecten, vissen, reptielen, zoogdieren en planten die in de afgelopen tweehonderd jaar verzameld zijn, zo lang mogelijk geconserveerd worden. "Het is een continue strijd met temperatuur, met licht, met ongedierte, met alcohol die verdampt."

Relikwieënmuseum

In de tentoonstelling wil Besselink de verschillende stadia van dood zijn laten zien. Het stadium van net dood, zal verbeeld worden met een opgezet jong hertje. Dat ziet er mooi uit, het zou zelfs nog kunnen slapen. Maar dan komt een grimmiger deel: de ontbinding.

Een groot deel van de dieren die daarin tentoongesteld worden, zullen afkomstig zijn uit het Relikwieënmuseum van kunstenaar Meinbert Gozewijn van Soest. Met alcohol en vuilniszakken struinde hij in de jaren tachtig de straten af op zoek naar dode dieren om de lijkjes te conserveren als laatste eerbetoon. Zijn collectie half vergane, maar geconserveerde dieren heeft hij beschikbaar gesteld aan Naturalis.

Het museum heeft wel voorbeelden van dieren waarbij het verval niet was tegen te houden door slechte conservering in het verleden. Tot eind twintigste eeuw was er nog geen moderne collectietoren waar licht, vochtgehalte en temperatuur optimaal gehouden worden. Het gevolg: apen met gebarsten huiden en vossen met vertrokken bekken door temperatuursverschillen en een tijger die eerst mooi oranje was maar nu een soort beige.

Of kinderen ook mogen ruiken, wil hij weten. "Nee, dat niet." Besselink was ooit op een tentoonstelling in Duitsland waar je lijkenlucht kon opsnuiven. "Het was echt heel smerig."

Om het allemaal behapbaar te maken voor het hele gezin, speelt Besselink in haar tentoonstellingsconcept met 'lekker griezelig'. Dat griezelige thema is overigens ook de strategie bij de zaal over voortplanting, om het gedeelte over seks luchtig te houden.

Maar ook weer niet té luchtig. "Als bezoeker realiseer je je dat ook jij doodgaat." Bij de ingang van de zaal een memento mori: een gorilla kijkt naar zichzelf en ziet zijn eigen skelet als een soort spiegelbeeld. "Kinderen zijn niet snel gechoqueerd, dat zijn juist eerder de ouders, al zal een kind dat net zijn oma heeft verloren anders door deze tentoonstelling lopen dan een kind dat zoiets nog nooit heeft meegemaakt."

Uitgestorven

Besselink moest in haar concept nog meer dan de andere tentoonstellingsmakers rekening houden met de kwetsbaarheid van sommige objecten. Want onder de dood vallen ook de uitgestorven dieren. Daar heeft Naturalis er verbluffend veel van. Dekker telde ze ooit: "Zo'n zeventig soorten uitgestorven vogels, enkele tientallen uitgestorven zoogdierensoorten. And counting helaas... ieder decennium sterven er weer soorten uit."

Dekker: "Deze soorten zijn van de aardbodem verdwenen. Dat wij ze nog hebben, komt alleen door het feit dat we zo'n oud museum zijn." De dieren zijn onvervangbaar zijn en vanwege hun kwetsbaarheid is Naturalis extreem voorzichtig met dit onderdeel van de wetenschappelijke collectie - ze worden bijvoorbeeld zelden uitgeleend. "Je kunt ze maar beperkt tentoonstellen," zegt Dekker. "Met name licht is funest vanwege de verkleuring die het veroorzaakt."

Dus koos Besselink alleen de dodo en de dinosaurus voor het thema uitsterven, eigenlijk de overtreffende trap van dood. "De dodo is het symbool van uitsterven van dieren door toedoen van de mens. In zo'n zestig jaar tijd - na de kolonisatie van Mauritius - was het met ze gedaan. De dino staat voor de houdbaarheidsdatum van soorten in de evolutie." De rest van de uitgestorven dieren zal in de toren blijven, hoe bijzonder ze ook zijn. En nee, dat is niet erg, vindt de tentoonstellingsmaker. "Het gaat om het verhaal, daar maak je uiteindelijk je keuzen op."

Uitroeiing door kolonisatie

Vrijwel alle uitgestorven dieren in bezit van Naturalis zijn er niet meer door toedoen van de mens.

Een hele stellingkast vol kleine kangoeroeachtigen en knaagdieren uit Australië overleefden de komst van de Europeanen niet. Ze konden zich niet verdedigen tegen de meegebrachte honden en katten. De laatste quagga, een soort zebra, staat in een van de gangpaden. Hij stierf in de negentiende eeuw als laatste van zijn soort in Artis.

Deze wat lompige zebra's werden bejaagd door kolonisten in Afrika. Verloren leefgebied door overbegrazing van vee gaf ze het laatste zetje.

Twee reuzenalken, eveneens uit de negentiende eeuw, staan gebroederlijk op een van de onderste planken. De laatste 44 van deze vogels zijn speciaal voor de collecties van natuurhistorische musea doodgeknuppeld omdat een slimme handelaar al voorzag dat de soort het niet meer lang zou maken. Een gang verder is een hele la vol met Hawaiiaanse vinken die besmet werden met vogelmalaria. De overbrengers waren muggenlarven in het drinkwater dat Europese schepen meebrachten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden