Dood en gelukkig

Dennis Verhoeve (Trouw)

Tandarts en bergbeklimmer Dennis Verhoeve had alles onder controle. Altijd. Tot het moment dat zijn touw brak.

In een sneeuwveld, op ongeveer 7600 meter hoogte in de Himalaya, ligt Dennis Verhoeve op de flanken van de 8201 meter hoge Turkooizen Godin. Vanaf de Cho Oyu, zoals de berg in het Tibetaans heet, kijkt hij uit over een vallei in Nepal. Volgens Dennis en zijn echtgenote Hella is dat afgelegen dal de mooiste plek op aarde. Dennis is dood. Maar ook ’waanzinnig gelukkig’. De woorden komen uit zijn dagboek, dat wél terugkeerde uit de Himalaya. Dennis schreef ze tussen 12 en 27 mei, voordat hij de top op de grens van Tibet en Nepal zou bereiken.

Vanaf zijn jeugd wandelde en skiede Dennis Verhoeve met zijn ouders en twee oudere zusjes in de Zwitserse Alpen. Toen hij net afgestudeerd een relatie kreeg met Hella, om wie hij maanden heen had gecirkeld, bracht hij zijn liefde voor de bergen op haar over. Samen bedwongen ze in 1991 de hoogste top van Europa, de 4808 meter hoge Mont Blanc. „Ik ga hier nooit meer naar toe”, zei Hella toen ze waren afgedaald. Om eraan toe te voegen: „Als je met me wilt blijven klimmen, moet je met me naar de Himalaya.”

Ze beklommen er samen de ruim 6400 meter hoge Mera Peak in Nepal. Ze maakten er trektochten. Ze leerden er sherpa’s en gevluchte Tibetanen kennen, verdiepten zich in de cultuur, zetten een stichting op die onderwijs verzorgt aan Tibetaanse kinderen in Nepal en ontmoetten er hun geadopteerde Tibetaanse zoon Mingmar (zijn naam betekent dinsdag).

Ze raakten geïnteresseerd in het boeddhisme. Niet dat ze zich als boeddhisten beschouwden. Maar veel elementen spraken aan. Dat je anderen de ruimte gaf, bijvoorbeeld. Dat je anderen het beste gunde. En Dennis bracht ’s morgens de zonnegroet en deed trouw lichaamsoefeningen. Niet zozeer uit religieuze overtuiging. Maar omdat ze hielpen bij het voorkomen van nekklachten, één van de grootste risicofactoren bij tandartsen. Dennis moest er niet aan denken dat hij zijn vak niet meer zou kunnen uitoefenen.

Hij deed dat met net zo veel overgave als klimmen. Met liefde ook voor de patiënten van zijn Amsterdamse praktijk. Voor de kinderen. En voor de volwassenen die soms net zo bang voor de tandarts waren als kinderen. Langzaam, als iemand die een grote vis aan de haak heeft, haalde hij die bange patiënten zijn praktijk binnen. Eerst maar eens gewoon een praatje in het portiek. Zonodig nog een tweede of derde keer. Als de patiënt voldoende moed had verzameld volgde een rondje door de wachtkamer. Of een gesprek in zijn kantoortje, waar géén tandartsstoel stond.

Het kostte tijd die hij niet in rekening bracht. Maar hij was in 1982 niet aan de Vrij Universiteit afgestudeerd om rijk te worden. Status en materiële rijkdom zeiden hem niets. Zeker, hij hield van mooie dingen. Hij kon heus wel genieten van een prachtig vormgegeven, bij voorkeur klassieke auto. Maar mooie dingen waren om naar te kijken, niet om te hebben. Als er eens een bijeenkomst was van vakgenoten parkeerde hij zonder enige gêne zijn oude pick-up tussen de fonkelende, veelal niet goedkope auto’s van zijn collega’s.

De verbindende schakel tussen klimmen en het restaureren van vervallen gebitten was de liefde voor het materiaal. Dennis hield ervan om met zijn handen bezig te zijn. Dat had hij al als klein jongetje thuis in Wassenaar, waar hij opgroeide. Hele middagen was hij op zolder in de weer met de metalen strips, wielen, bouten en moeren van zijn Meccanodozen. Nee, géén Lego. Die steentjes pasten maar op één manier op elkaar. Niet uitdagend genoeg, vond hij.

Dennis’ vader had carrière gemaakt. Hij had geen genoegen genomen met het mulodiploma. Hij leerde door, promoveerde cum laude in de rechten en eindigde als topambtenaar bij verscheidene ministeries. Dat zijn beide dochters arts werden, en zijn zoon tandarts, vond hij mooi. Maar het liefst had hij drie promoties bijgewoond en gezien dat zijn kinderen net als hij carrière zouden maken.

Dennis koos echter zijn eigen weg. Hij begon de tandartspraktijk, die nu onder leiding van zijn echtgenote Hella wordt voortgezet. Hij haalde voldoening uit het feit dat mensen met mooiere tanden de deur uitgingen dan waarmee ze binnenkwamen. Thuis kluste hij in de dijkwoning, waar hij met Hella en Mingmar woonde. En hij was altijd in de weer met bergsportmateriaal, altijd op zoek naar verbeteringen. Hij ging in alles zeer precies te werk, geordend ook. Op bergexpedities verzorgde hij steevast de medicijnkist. Alles zat, van labeltjes voorzien, in vakjes. Mocht hij er niet meer zijn, dan hadden de achterblijvers het zó voor het grijpen.

Op 2 juni bereikten de drie expeditieleden en drie sherpa’s de top van de Cho Oyu. Bij een abseilmanoeuvre ging het fout. Het touw waaraan Dennis hing, brak. In de tempel in Nepal waar de expeditie voor vertrek naar Tibet werd ingezegend, was een afscheidsceremonie. Dennis blijft in de Himalaya. Dat had hij zo afgesproken.

Dennis Verhoeve werd op 28 maart 1957 geboren in Den Haag. Hij overleed op 2 juni 2009 in Tibet.

(\N)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden