Reportage

Dood aan het everzwijn!, klinkt het in Polen

Beeld DPA

De Afrikaanse varkenspest waart door Europa. Het everzwijn zou de grote schuldige zijn. In Polen zijn er honderdduizenden van. Die moeten allemaal dood, vinden boeren. Maar, zegt de wetenschapper, de belangrijkste verspreider van de ziekte zijn de varkensfokkers zelf.

"Dit seizoen staan er 182.000 wilde zwijnen op de planning om te worden afgeschoten." Artur Niebrzydowski zit aan het hoofd van de lange tafel in de trofeeënzaal van de Poolse jagersbond. De muren hangen vol met opgezette exemplaren uit het Poolse dierenrijk, glazig staren ze voor zich uit. Alleen de opgezette leeuw is uitheems. "Eind juli waren we al bijna halverwege met het afschieten."

In maart vorig jaar leefden naar schatting 340.000 wilde zwijnen in Polen, waarvan er tijdens het vorige jachtseizoen 309.000 zijn doodgeschoten. Dankzij nieuwe natuurlijke aanwas begonnen de Poolse jagers dit voorjaar met 210.000 potentiële slachtoffers. Een slachting? "Nee, dit is geen slachting, maar een geplande reductie." De Poolse regering heeft als voorlopig einddoel 0,1 everzwijn per vierkante kilometer. Een klein rekensommetje leert dat er dus 31.000 mogen overblijven.

Voor Grzegorz Pruszkowski, hij is varkensboer, is dat nog veel te veel. "Die wilde zwijnen moeten worden uitgeroeid. Als dat niet gebeurt, verbreidt die ziekte zich over heel Polen en daarna over heel Europa." Hij doelt op de Afrikaanse varkenspest. Met angst in het hart ziet de boer hoe die steeds dichterbij komt. "Eerst zeiden ze dat de ziekte de rivier de Wijssel niet over zou komen, maar nu zijn er ook hier uitbraken."

Pruszkowski houdt al vijfentwintig jaar varkens in Galomin, een dorpje even ten noorden van Warschau. Ongeveer duizend stuks. Een familiebedrijf waar hij trots op is. Op website van de Poolse Bond van Varkensfokkers presenteert hij zijn bedrijf met een promotiefilmpje waarin hij het publiek laat zien in welke propere omstandigheden hun hamlapjes worden gefokt. Moedervarkens liggen geklemd in stangen terwijl hun knorrende kroost rondscharrelt over de stro- en mestvrije vloer.

Geïnteresseerden moeten het met dit filmpje doen, want hoe minder mensen op het erf, hoe kleiner de kans dat het gevreesde Afrikaanse virus toeslaat. "Mensen kunnen de ziekte verspreiden", geeft boer Pruszkowski toe. Maar dat verandert niets aan zijn vaste overtuiging: "Als er geen everzwijnen waren, zouden mensen niets kunnen verspreiden."

Grenswacht

In februari 2014 werd een dood everzwijn aangetroffen op 900 meter van de Wit-Russische grens. Het bleek een slachtoffer van de Afrikaanse varkenspest, het eerste geval in Polen. Onmiddellijk deed het verhaal de ronde dat het dode dier met opzet over de grens was gegooid of gesmokkeld door de Russen om de Poolse economie te treffen. Veel waarschijnlijker is dat het doodzieke dier zich op eigen kracht over de groene grens sleepte. De grens met Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne bestaat niet voor everzwijnen.

Jaarlijks steken 200 tot 250 evers de oostgrens over, zegt de Poolse Jagersbond. Die wordt ingeseind door de grenswacht, waarna een speciale patrouille de indringers onschadelijk probeert te maken.

Voor oud-minister Jan Szyszko van milieu - in West-Europa is hij vooral bekend vanwege het kappen in het oerbos van Bialowieza - waren die patrouilles niet genoeg. Er moest een hek komen, ruim 1.200 kilometer gaas voor ruim 50 miljoen euro. Pas deze maand stopte de regering het plan in de vrieskist. En dat is maar goed ook, meent Andrzej Elzanowski, want het zou weggegooid geld zijn geweest. "Zo'n hek sluit de grens nooit hermetisch af."

Elzanowski is hoogleraar en bioloog. Hij kijkt vol afgrijzen naar de 'zinloze massaslachting'. "Wetenschappelijk onderzoek toont geen correlatie tussen de omvang van de wilde zwijnenpopulatie en de verspreiding van de Afrikaanse varkenspest." In Polen is het eerder andersom. Er zijn steeds minder everzwijnen en steeds meer besmette bedrijven.

Niet het everzwijn, maar de mens geeft het virus een lift over honderden kilometers, betoogt Elzanowski: "De belangrijkste verspreider van de ziekte zijn de varkensfokkers zelf." In de houtje-touwtje cultuur van het Poolse platteland is preventie volgens hem fictie. "Het is in de praktijk onmogelijk preventiemaatregelen op het Poolse platteland in te voeren en toe te zien op naleving", meent Elzanowski.

Beschavingsprobleem

Hij verwijst naar een rapport van de Poolse Controlekamer NIK, die lokale medewerkers van de veterinaire dienst erop betrapte dat ze valse gegevens over de ziekte naar de centrale in Warschau stuurden. En naar de bevindingen van een collega-professor: een boer werd erop betrapt 'goedkoop' een varken te hebben verkocht dat ziek was.

Het echte probleem is volgens hem 'een beschavingsprobleem'. "We produceren voedsel door dieren te houden, maar zijn niet in staat om dat te beheersen." En als de mens er een bende van maakt, geeft hij anderen de schuld. "Het everzwijn is de zondebok."

Met dit soort redeneringen hoeft de professor niet aan te komen bij de boer. "Ik ken de collega's in heel Polen", zegt varkensfokker Pruszkowski. "99.9 procent denkt er net zo over als ik: het everzwijn moet worden uitgeroeid, of op zijn minst drastisch gereduceerd."

Het platteland is een belangrijke electorale basis voor de nationalistische regering. Deze regering luistert volgens Pruszkowski beter naar de boeren dan de vorige, maar hij blijft wantrouwig. "Ze zeggen wel dat ze zoveel wilde zwijnen afschieten, maar waarom zijn er dan nog steeds veel te veel?"

Jagersethiek

De regering speelt de hete aardappel door naar de jagers. Die zitten er duidelijk mee in hun maag. Een jager is op zijn manier een natuurliefhebber, geen slager. "Een jager hoort zich te houden aan de jagersethiek", zegt Artur Niebrzydowski in de grote zaal van de Poolse Jagersbond. Hoe verhoudt zich dat tot de ministeriële verordening dat er nu het hele seizoen op zwangere zeugen en biggetjes mag worden geschoten? Daar wil de bond niet veel over kwijt. "Wij moeten ons voegen naar de wetgeving."

Maar buiten de burelen van de officiële organisatie willen jagers hun gram wel halen. Op sommige punten zijn ze het met de ecologen eens. "De belangrijkste verspreider van de ziekte is de mens", zegt ook Miłosz Koscielniak-Marszal. De jurist en hobby-jager is medewerker van het Jagersblad Brac Lowiecki. "De minister van landbouw probeert de schuld op de leden van de Jagersbond te schuiven." Op zich is hij niet tegen het reduceren van de everzwijnenpopulatie, maar dat is dweilen met de kraan open, meent hij.

Boeren zijn op steeds grotere schaal maïs gaan verbouwen om hun dieren - onder andere varkens - te voeren. Een maïsveld is een paradijs voor everzwijnen. Voedsel in overvloed en ideale beschutting, waardoor migratie over grotere afstanden makkelijk wordt. Bovendien, zo legt Koscielniak-Marszal uit, zorgen genetisch verbeterde maïssoorten ervoor dat wilde zwijnen zich sneller voortplanten. "Wij bestrijden de gevolgen, terwijl de oorzaak niet wordt aangepakt." De jager wijst dus naar de boer. En daarmee is de cirkel rond.

Lees ook:

Duitse boer ziet de wolf liever weer vertrekken

De wolf is in Duitsland al jaren een vertrouwde verschijning. Maar ook na twee decennia houdt het dier de gemoederen nog flink bezig. 'De terugkeer van de wolf en de veehouderij gaan niet samen.'

Nederlandse boeren vrezen voor hun vee, want de Afrikaanse varkenspest is plots dichtbij

Afrikaanse varkenspest heerste al in Oost-Europa, maar heeft nu opeens wilde zwijnen in België gedood. Boeren vrezen voor hun vleesvarkens, want er bestaat geen vaccin.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden