Review

Donner de Oude in wijngaard des Heeren

De jurist Job de Ruiter, oud-minister van justitie, heeft historici de loef afgestoken met een biografie over zijn vakbroeder en voorganger Jan Donner.

Het politieke leven van de gereformeerden in de afgelopen anderhalve eeuw was ongemeen rijk. Maar met de vakhistorische belichting van de mannen (zelden vrouwen) die daarop een stempel hebben gedrukt, is het karig gesteld. Aan een biografie van Abraham Kuyper wordt (eindelijk) gewerkt, van de biografie van Hendrik Colijn zijn slechts delen verschenen, en met het beeld van de naoorlogse periode is het niet veel beter gesteld: van Aantjes en De Gaay Fortman sr. zijn biografieën en journalistieke schetsen verschenen; Zijlstra en Bruins Slot stelden hun memoires te boek,maar figuren als Theo Heemkerk, Idenburg, Talsma, Anema, Gerbrandy, Jan Schouten en Biesheuvel liggen als het ware nog braak.

De socialisten en katholieken hebben de vooraanstaande figuren uit hun geschiedenis beter behandeld. Misschien speelt hun calvinistische inslag de protestanten parten. Het hoort niet, zoveel aandacht aan een persoon te wijden. De Ruiter vult hoe dan ook, dankzij zijn persoonlijke nieuwsgierigheid naar de figuur van Jan Donner, een van de vele witte plekken.

Donner (1891-1981) was dan wel geen politiek dier, hij had als ambtenaar, minister van justitie in twee opeenvolgende kabinetten, lid en president van de Hoge Raad en kerkelijk bestuurder wel te maken met de grote maatschappelijke kwesties van zijn tijd, en moest daar vanuit zijn discipline telkens een weg in vinden.

Donner was geen partijman. Maar hij genoot groot gezag in anti-revolutionaire kring, al was hij een onafhankelijke geest en week hij soms sterk van de partijlijn af. De Ruiter verantwoordt zijn keuze voor Donner dan ook wat te defensief (valt er over een deugdzame en algemeen geëerde man een boeiende biografie te schrijven?). Het boek 'Jan Donner, jurist' logenstraft die twijfel.

De Ruiter laat de feiten spreken en houdt de figuur van Donner na elke episode als het ware opnieuw tegen het licht, om vervolgens op de irenische wijze die we nog van hem kennen uit zijn ministerstijd, wikkend en wegend tot een oordeel te komen. Dit procédé is onnavolgbaar spannend en subtiel in de episode, die de pièce de résistance van de biografie vormt: de rol van de Hoge Raad tijdens de bezetting, 1940-1945.

Het college koos, gesteld voor het dilemma waarvoor alle publieke ambtsdragers in die jaren stonden, voor blijven zitten in het belang van de bevolking, maar tegen de prijs dat het veel bezettersonrecht moest slikken. Donner besloot pas na lang aarzelen en onder druk van 'het verzet' om op te stappen. Hij viel daardoor (en door enkele arrestaties, langdurige gijzeling en zijn rol in het kerkelijk verzet) na de bevrijding buiten de soms ongemeen felle kritiek op het rechtscollege, hoewel de afstand tussen en hem de andere leden niet zo groot was geweest.

Dat de familie Donner nog altijd een vooraanstaande rol speelt in het politieke leven van Nederland maakt het boek extra aantrekkelijk. Met het beschrijven van het leven en werken van Jan Donner wordt tegelijk het decor voor de latere Donners opgetrokken, zoon Jan Hein, de schaakgrootmeester, zoon André, hoogleraar en president van het Europees Hof in Luxemburg, en kleinzoon Piet Hein, de huidige minister van justitie.

De Ruiter rekent overigens af met het idee dat we met een regentengeslacht van doen hebben. Hij typeert de Donners liever als mensen met veel plichtsbesef en verantwoordelijkheidsgevoel, geen regenten maar 'harde werkers in de wijngaard des Heren'.

Dat is in lijn met de traditie van eenvoud en stille vroomheid van de groep gereformeerden die zich in 1834 van de Hervormde kerk afscheidde. Tot deze Afgescheidenen behoorden de grootvaders van Jan, beide predikant. De Ruiter schrijft mede aan deze achtergrond Donners opvatting toe dat de rol van de overheid in het maatschappelijk leven een beperkte behoort te zijn. De Afgescheidenen waren blootgesteld geweest aan een vervolging die op gespannen voet stond met de vrijheid van godsdienst. Staatsinvloed was voor Donner daarom meer iets om te vrezen dan om na te streven. De overheid moest zich beperken tot het zorgen voor publieke gerechtigheid en voor de openbare orde - een opvatting die nu weer sterk opgeld doet in de christen-democratie.

Tegen deze achtergrond is het opmerkelijk dat de scherpe jurist Donner, zoals De Ruiter constateert, niet meteen heeft onderkend en uitgedragen dat er in het geheel geen jodenvraagstuk maar uitsluitend jodenvervolging was.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden