Donkere jaren

De wereld keek uit naar Salman Rushdie's verslag van zijn leven als vervolgde. Het resultaat valt tegen, schrijft Amal Chatterjee

Op 14 februari 1989 deed de toenmalig geestelijk leider van Iran, ayatollah Khomeini, een oproep die in de hele wereld weerklank vond. Hij sprak een fatwa uit over de destijds al gerespecteerde, maar nog tamelijk onbekende schrijver Salman Rushdie. Moslims aller landen werden uitgenodigd om de auteur van de roman 'De duivelsverzen' te vermoorden. Voor de schrijver, die als winnaar van de Booker Prize al een aardige reputatie had opgebouwd, kwam die doodsbedreiging als een volslagen verrassing. In zijn ogen waren 'De duivelsverzen' helemaal niet gericht tegen gelovigen, zijn roman was 'een eerste poging om een werk te scheppen vanuit zijn eigen ervaring met migratie en metamorfose'. Zijn behandeling van de geschiedenis van de islam was volgens hem in wezen vol bewondering, zelfs vol respect voor de Profeet van de islam.

Niemand, Rushdie al helemaal niet, had kunnen voorzien dat juist de ayatollah van Iran zo zou reageren. 'De duivelsverzen' waren in dit land gewoon gepubliceerd, en bovendien besproken, terwijl India, een seculiere staat, en apartheidsstaat Zuid-Afrika het boek niet hadden durven uitbrengen uit angst 'religieuze hartstochten te doen oplaaien'. Maar toen Khomeini erover vernam, ging het mis.

Rushdie's eerste reactie ws dat hij een oordeel van deze rechtbank niet erkende, dat die geen jurisdictie over hem heeft, de fatwa was 'het edict van een wrede, stervende oude man'. Toen vergeleek hij zijn positie met die van de Engelse Karel I. Ook die ontkende de wettigheid van het oordeel dat over hem was uitgesproken. "Maar dat weerhield Cromwell er niet van hem te laten onthoofden."

De boek en de schrijver waren nu het middelpunt van een orkaan, woedende menigten in de hele wereld, in Europa, Azië en Afrika, verbrandden zijn boek en zijn beeltenis. Zijn leven werd volkomen overhoop gegooid. Van een in bepaalde kringen gerespecteerde schrijver, werd hij een man die zijn voordeur niet meer uit kon. Sterker nog, niemand mocht weten waar die deur zich bevond. Religieuze fanatici die nog nooit een letter van hem hadden gelezen, wilden hem doden. Niet alleen individuen trouwens, ook regeringen. Hij moest 24 uur per dag worden bewaakt. Mensen die iets met het boek te maken hadden, onder wie zijn Japanse vertaler, werden vermoord.

Het was de donkerste periode in zijn leven, en uiteindelijk werd het stof voor dit boek. De titel 'Joseph Anton' is ontleend aan de codenaam die de schrijver overeenkwam met de Britse geheime dienst: 'Joseph', naar de Pools-Engelse schrijver Joseph Conrad, 'Anton' naar Anton Tsjechov.

De memoir laat zien wat vervolging betekent, in de woorden van de vervolgde schrijver zelf. Maar de persoonlijkheid die daarbij aan het licht komt, flatteert Rushdie niet altijd. Zo spreekt hij opvallend liefdeloos over de vrouwen met wie hij samenleefde. Over een van hen noteert hij in zijn dagboek, dat nu aan de hele wereld wordt prijsgegeven: "Hoelang hou ik het vol met deze vrouw, wier egoïsme haar voornaamste karaktertrek is." Over een andere ex noteert hij nogal cru het volgende verhaal: "Al zijn oude fotoalbums waren weg, vijf in totaal, met zijn hele leven van vóór Marianne. Net als zijn eigen exemplaar, nummer één van de beperkte oplage van twaalf genummerde en gesigneerde exemplaren van 'De duivelsverzen'. (...) Twee jaar later schreef journalist Philip Weiss een profiel van hem in Esquire dat schokkend onaangenaam over hem en vrij aardig over Marianne was. Minstens één van de illustraties kwam overduidelijk uit de verdwenen fotoalbums."

Het zal niet makkelijk geweest zijn zo geisoleerd te leven, je 24 uur per dag te moeten verstoppen, en dat zeven dagen per week, 365 dagen per jaar. Gezelschap had de schrijver wel, van de mannen en vrouwen die hem moesten beveiligen. Hij leerde hun insider's jokes kennen, de bijnamen die ze elkaar gaven. Maar vrijwillig gekozen vrienden waren dat natuurlijk niet.

Toch leefde hij niet helemaal afgesloten van de buitenwereld, integendeel, hij stond voortdurend in contact met beroemde en minder beroemde mensen, hij ontmoette ze, praatte met hen. Hun namen worden ons bepaald niet onthouden: Bianca Jagger, Bill Clinton, de toenmalige Oostenrijkse minister van cultuur, Doris Lessing, J.M. Coetzee, Michael Ondaatje, professor X en minister Y, beroemde en buiten hun cirkel niet zo beroemde literair agenten en mensen uit de wereld van de uitgeverij. Het wordt op den duur nogal vermoeiend, tenzij je een diepgaande en oprechte belangstelling hebt voor alle details van Rushdie's onderduiktijd. Dat is meer iets voor de ijverige student of biograaf dan voor de gewone lezer.

Tussen dat verslag van gebeurtenissen en namen in, sijpelt het menselijke soms toch naarbinnen. Soms klagerig, zoals wanneer hij herinneringen ophaalt aan de tijd dat hij op een Engelse kostschool zat. "Op een keer schreef iemand de woorden WEG MET DE BRUINJOEKELS op zijn muur. Hij zette zijn tanden op elkaar, slikte de beledigingen en deed zijn werk." Soms is hij geestig, bijvoorbeeld als hij een van de bewakers een foto van een in korte bruine jas gehulde Graham Greene laat zien "'Dit is Graham Greene', zei hij, 'de grote Britse schrijver.' 'O ja', zei de politieman nadenkend, 'vroeger was hij een van ons.'"

Het boeiendst is Rushdie in zijn overpeinzingen. Zo schrijft hij over de verontschuldigende verklaring die hij ooit aflegde nadat hem sterk werd aangeraden 'de druk van de ketel te halen': "Als de tekst doeltreffend wilde zijn, wist hij, moest hij als een onverbloemde verontschuldiging geïnterpreteerd kunnen worden. Hij werd fysiek onwel bij die gedachte."

'Joseph Anton' boekstaaft de ervaringen van een mens in een afschuwelijke situatie. Maar de herinneringen, ideeën en keuzes doen willekeurig aan, wat de schrijver wel enigszins karakteriseert. Bovendien is het boek nogal dik, te dik. Een strenge redacteur had goed werk kunnen verrichten. En waarom moest de Nederlandse uitgave per se vlak na de Engelse gepland worden? Het gevolg is dat drie bekwame vertalers in sneltreinvaart een boek moesten afleveren dat de consistentie van het origineel niet benadert. Eén vertaler de ruimte geven had getuigd van meer respect, voor dat vak, en voor de tekst zelf.

Salman Rushdie: Joseph Anton. Een memoir Vert. Martine Vosmaer, Els van der Pluijm en Karina van Santen. Atlas Contact, Amsterdam; 701 blz. € 24,95

Dit inkijkje in Rushdie's persoonlijk leven siert de auteur niet altijd. Over zijn ex-vrouwen schrijft hij wel erg harteloos.

Hij moest 24 uur per dag worden bewaakt. Mensen die iets met 'De duivelsverzen' te maken hadden, zoals zijn Japanse uitgever, werden vermoord

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden