Review

Donald Spoto, 'Marilyn Monroe, de biografie', ...

Donald Spoto, 'Marilyn Monroe, de biografie', uitgeverij Anthos, Baarn, 660 blz., F 49,90. ..meisje

Marilyn zou, als ze was blijven leven, nu 67 zijn. Zou ze zich hebben teruggetrokken uit het pretpark Hollywood met de slangenkuil in het midden? Of zou ze, gelijk Elizabeth Taylor, met de tiende facelift achter de kiezen, een dagtaak hebben verworven als eregast bij banketten voor Goede Doelen? Ik vermoed het laatste. Want ze mag nog zo gestreefd hebben naar het hogere, uit haar hele levensloop blijkt dat ze de aanbidding van velen niet kon missen. Maar we zullen het nooit weten, want toen ze stierf was ze zes-en-dertig en de doden blijven jong. Ze heeft met haar lichaam en geest heel wat strapatsen uitgehaald, maar met haar lijk is op veel gruwelijker wijze gesold. De ene biografie na de andere verscheen, vol roddel en rumoer, vol uit de lucht gegrepen theorien. De gebroeders Kennedy werden er bij gesleept; ze zou een verhouding met John en met Robert hebben gehad, ze zou uit de weg zijn geruimd, omdat ze te veel wist. Met die verzinsels maakt Donald Spoto, die haar leven heeft nageplozen in een boek van bijna zevenhonderd bladzijden, korte metten. Ze is een keer met de president naar bed geweest en nooit met Robert, de data wijzen het uit. In die moordtheorie heb ik overigens nooit geloofd: Jack leek me een veel te uitgekookte politicus om in bed geheimen te verklappen. En als hij iedere vrouw met wie hij wel eens de wip maakte had omgebracht of laten ombrengen, zou hij te boek staan als een van de grootste massamoordenaars aller tijden. Is die biografie helemaal waar? Ik weet het niet, ik ben Marilyn niet. Ik moet afgaan op mijn intuitie. Die zegt me dat Spoto in het eerste gedeelte vrij objectief is, maar gaandeweg steeds sterker in de ban raakt van het fenomeen. Ik heb haar betoverende uitstraling nooit goed begrepen. Ik sla nimmer een boek op om nog eens te kijken naar een van haar foto's, ze blijft voor mij buitenkant. Yves Montand, een van haar vrijers, heeft mijn gevoelens uitstekend verwoord: “Une petite piece, bien faite.” Zou ik jaloers zijn? Dat kan, maar .

. er zijn andere actrices die ik wel graag zie. Met een vertederde glimlach beschouw ik op gezette tijden bijvoorbeeld een foto van Louise Brooks, die in de jaren twintig en dertig nooit helemaal de sterstatus bereikte. Of de Chinese Gong Li. En dan fluister ik: “O, wat ben je mooi!” . Ben ik een snob dan? 't Zou kunnen maar ik geloof dat ik me terecht erger aan het feit dat Marilyn, die volgens eigen zeggen zo graag een echte actrice wilde worden en volgens andermans zeggen daarvoor de potentie in huis had, altijd dingen deed die het gewenste imago in de weg stonden. Er hoefde maar iemand met zijn vingers te knippen of ze sprong voor de camera uit de kleren. Het boek van Spoto bevat geen foto van haar in het gewaad dat ze droeg op John Kennedy's verjaardag in 1962, maar die heb ik wel gezien. Ze zong-fluisterde “Happy Birthday to you” in een gazen niets met een paar lovertjes dat haar letterlijk op het naakte lijf was genaaid. Zou een van de mannen die haar zagen, hebben gedacht: “Die is geknipt voor Lady Macbeth” of “Daar staat Groesjenka uit de gebroeders Kamarazov”, twee rollen die ze ambieerde? Ik durf er mijn hoofd onder te verwedden dat ze alleen maar dachten: “Mm .

.mm .

.mm .

.' Zo werd ze op de middelbare school genoemd, toen ze nog Norma Jean heette: het mmm .

.mmm .

. meisje. Kijk eens aan, nauwelijks ben ik bezig of ik word persoonlijk.

Toch een gevaarlijke heks, die Marilyn, zij weet nog steeds de mensen te lokken. Volgens Spoto is dat de reden van haar dood. Haar artsen Greenson en Engelberg sjouwden de pillen en ampullen met karrevrachten aan. Ze hoefden niet eens te kikken, ze wilden zo graag invloed op haar uitoefenen, dat Engelberg haar meerdere malen per dag een griezelig mengsel van amfitaminen en slaapmiddelen inspoot. Terwijl Greenson, nota bene een Freudiaanse analyticus die toch voor alles afstand tot zijn patienten diende te bewaren, haar een tijdlang in zijn huisgezin opnam.

Toen de regisseur John Huston hoorde dat ze dood was, riep hij woedend: “Niet Hollywood heeft haar doodgemaakt, het waren die vervloekte dokters.” Spoto zegt het hem na. Volgens hem was Marilyns dood moord noch zelfmoord, zij stierf door een fout van haar lijfartsen. De een gaf haar pillen die dodelijk waren in verbinding met het klysma dat ze van de ander kreeg. Dat is het nieuws wat de schrijver ons brengt. Het lijkt geloofwaardig. Geloofwaardiger dan zijn poging tot ontzenuwing van de conclusies die uit haar stamboom worden getrokken. Weliswaar hing die van krankzinnigen en zelfmoordenaars aan elkaar en verbleef haar moeder tientallen jaren lang in een inrichting, maar volgens Spoto is dat allemaal toeval, het zat niet in de genen. Wie zal het zeggen .

Haar opkomst, from rags to riches, is algemeen bekend. Ze had een ongelukkige jeugd, maar niet zo ongelukkig als ze later wilde doen voorkomen om medelijden te wekken. Haar hunkering naar iemand die onvoorwaardelijk van haar hield, haar gebrek aan zelfvertrouwen, haar angst om verlaten te worden en haar afhankelijkheid van bewondering zijn daaruit echter wel te verklaren. Als ze niet in het weeshuis verbleef, werd ze van het ene pleeggezin naar het andere gesleept, en al werd ze daar niet geslagen en niet gepest, er was niemand aan wie ze zich kon hechten. Dat de toneelschrijver Arthur Miller, haar derde man, al vlak na het huwelijk bedenkingen had, omdat hij vreesde voor haar totale emotionele afhankelijkheid, is dan ook niet iets wat hem dient te worden nagedragen, zoals Spoto doet. En toen hij het scenario schreef voor 'The Misfits', de film waarin zij de vrouwelijke hoofdrol speelde, was het voor niemand meer een geheim dat hij haar haatte. Treurig, maar wie moet je daarvan de schuld geven? Natuurlijk heeft dat invloed gehad op het karakter dat hij schiep, hoewel hij zeker geen monster van haar maakte.

Volgens mij schrijft Spoto te lang en te enthousiast, bijna opgewonden, over haar films. Zij was een aardige comedienne, met 'Some like it hot' kan ik me nog altijd uitstekend vermaken, maar in een ernstige rol, als femme fatale bijvoorbeeld in 'Niagara', vond ik haar een karikatuur. Dat geschuddebuik, dat zwoele gefluister .

. Maar ja, ik ben een vrouw. Spreek je met het gros van het manvolk, dan blijkt dat ze nog altijd kwijlebabbelen over die rode jurk. En of ze nu zo geestig was en zo intelligent als Spoto ons wil doen geloven .

. Geen van haar geciteerde uitspraken bracht ook maar een glimlach bij mij teweeg. Zijn pogingen om te bewijzen dat zij een zeer begaafde vrouw was, een intellectuele vrouw zelfs die tot grote dingen in staat was, doen hem aan het eind van het boek op hol slaan. Hij spiegelt ons dan een Marilyn voor die een stralende toekomst tegemoet ging: een carriere als echte actrice en een huwelijk (voor de tweede maal) met Joe DiMaggio.

Maar niets wijst erop dat ze gelukkig was, integendeel. En je kunt op je vingers natellen dat het tweede huwelijk net zo funest zou aflopen als het eerste. Hij was met de jaren nog in zichzelf gekeerder en neetoriger geworden, zij nog neurotischer.

En dan komt de klap op de vuurpijl. De arme, trouwe Joe, zo schrijft Spoto, “had de nacht bij zijn geliefde doorgebracht. Met zijn handen krampachtig samengevouwen had hij naar Marilyns gelaat gestaard: het was een eenzame wake van een liefdevolle ridder die haar aan de vooravond van een grote veldslag van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat aanbad.” Wauw! Hollywood op zijn walgelijkst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden