Dompteur van bomen en planten

In de serie De Schepping vertellen kunstenaars hoe hun werk tot stand komt. Vandaag: beeldend kunstenaar Sjoerd Buisman, die knopen in takken legt en bomen ondersteboven hangt.

Hij zag het meteen liggen: een stuk bast van een wilg met allemaal spikkels erop. De meeste mensen zouden eraan voorbij gelopen zijn. Sjoerd Buisman herkende in die puntjes de snavelpikken van een specht. Waarschijnlijk was het een grote bonte specht, de drummer van het bos, die er een stevige roffel op heeft gegeven. Met als gevolg heel kleine gaatjes in de bast. Doordat de boom is doorgegroeid zijn die perforaties als littekens in de schorslaag achtergebleven.

We hebben elkaar nog maar net begroet, of Sjoerd Buisman begint enthousiast te vertellen over zijn recente vondst. "Ik wandelde op het landgoed Oud-Amelisweerd en daar lag die bast zomaar op het pad. Bomen hebben meestal wel littekens, van een storm, vraat of ziekte. Maar van een vogel, dat zie je niet vaak."

Hij loopt altijd 'rond te loeren' in de natuur, op zoek naar materialen voor zijn (plantaardige) kunstwerken. Wat hij met de wilgenbast gaat doen, weet hij nog niet. Misschien legt hij hem wel in een glazen vitrine, omdat hij van zichzelf al mooi is.

Hoe weet u eigenlijk zo zeker dat het een grote bonte specht was?

"Dat zie ik aan de kaarsrechte lijn van de spikkels. Precies zoals de grote bonte specht hamert met zijn snavel." (Hij imiteert het geluid van de roffelende snavel.)

Spreekt hier een bioloog of een kunstenaar?

"Als jongetje wilde ik bioloog worden, maar ik hield niet van studeren. Ik was altijd in de natuur te vinden, in de uiterwaarden en de grienden van de Merwede bij Gorinchem, waar ik ben opgegroeid. In die tijd zaten daar nog otters. Schedeltjes, fossielen, schelpjes, van alles verzamelde ik. Ik kon goed tekenen, daarom ging ik in 1965 naar de kunstacademie in Rotterdam. Na twee jaar ben ik ermee gestopt, omdat er op een traditionele, Bauhausachtige manier uit de jaren '20 les werd gegeven. Een jaar later werd ik toegelaten op de Ateliers '63 in Haarlem. Dat was een bevrijding. Daar kon ik verder gaan met wat ik als kind al in de Biesbosch deed. Ik liet zaden groeien, planten rotten, eindelijk kon ik iets doen met mijn fascinatie voor groei- en rottingsprocessen in de natuur. Toen voelde ik me voor het eerst kunstenaar."

We lopen door de verwilderde parktuin van Museum Kranenburgh in Bergen (NH), dat een overzichtstentoonstelling wijdt aan zijn werk, binnen én buiten. Als je door de grote ramen van het museum naar binnen kijkt, zie je in het trappenhuis drie bomen op hun kop hangen. De wortelkluiten steken potsierlijk in de lucht. En dat is geen rare spiegeling van het glas. Ook buiten groeien bomen op een onnatuurlijke manier. De wilgen die in cirkelvorm om de vijver staan, buigen zo diep naar elkaar toe dat ze een puntig prieel vormen. Maar de takken en jonge scheuten die uit de ingesnoerde wilgenstammen groeien, trekken zich daar niets van aan. Die groeien niet in dezelfde stand mee met de stammen, maar gewoon recht omhoog. De wilgenpalisssade blijft er voor langere tijd staan. Buisman: "Ik voorspel dat het over een tijdje gewoon een wilgenbosje is, als je ze niet meer snoeit."

Wilt u hiermee laten zien dat de natuur zich niet laat manipuleren en insnoeren door de mens?

"Met mijn kunst laat ik zien dat de natuur altijd een oplossing heeft. Als je bomen op de kop hangt, groeien ze toch weer verder zoals ze dat altijd hebben gedaan. Dat geldt al helemaal voor wilgen, die zijn flexibel en weten zich razendsnel aan te passen. Ik herinner me uit mijn jeugd dat ze gebruikt werden om er zinkstukken van te vlechten voor de dijkversterking en beschoeiingen. Later zijn ze daar kunststof matten voor gaan gebruiken, maar ze ontdekten dat wilgentakken toch beter werken."

De Salix alba - de wilg - duikt voortdurend op in uw werk.

"Met wilgen ben ik opgegroeid. Wilgen horen bij Nederland. Zonder wilgen zou dit van oorsprong drassige land niet zijn wat het nu is. Ik begon er als kunstenaar eind jaren zestig al mee te experimenteren. Bij Almkerk en aan de oever van een kreek in de Biesbosch plantte ik een rijtje wilgen, met de kluit naar boven en de takken in de grond. De takken in de aarde kregen nieuwe scheuten die gewoon weer omhoog groeiden.

"Later legde ik tientallen grote wilgentakken over een lengte van 25 meter over een kreek. Uit de horizontale wilgenstammen schoten nieuwe verticale wilgentakken omhoog. Ik heb er foto's van gemaakt en dat is het enige wat er nog aan herinnert, want na een paar jaar was er niets meer te zien van mijn ingrepen. Toen was het een dichtgegroeid wilgenbos.

"Ik leg ook knopen in takken van wilgen en die laat ik een paar jaar groeien. De natuur vindt altijd een oplossing. Toch word je telkens weer verrast."

In de jaren zestig was u pionier in 'levende' kunst: ingesnoerde pompoenen, scheve bomen en vitrines met rottingsprocessen. Hoe werd daarop gereageerd?

"Het werd als verrassend gezien. Het was nieuw. Nu wordt mijn kunst meer als gevestigd ervaren, het wringt niet meer zo als toen ik ermee begon. Het is nu allemaal schoonheid.

"Wél een verschil is dat toen niemand zich stoorde aan mijn ingrepen. Nu lijkt er een nieuwe Victoriaanse tijd aangebroken. Er wordt zo overdreven gedaan over elke boom die gekapt wordt. Sommigen vinden dat ik te weinig respect toon voor de natuur, dat ik bomen mishandel en probeer een beetje God te spelen over de natuur. Maar de gruwelijkste dingen gebeuren nog altijd in de natuur zelf. Persoonlijk heb ik meer moeite met mensen die een musje uit de bek van hun kat halen of hun hond een gebreid jasje aandoen."

U laat bomen toch ook onnatuurlijke dingen doen?

"Zelf vind ik dat ik nooit iets kwaadaardigs doe. Het komt bij mij allemaal vanuit nieuwsgierigheid en speelsigheid. Je moet me meer zien als een dompteur, maar dan met planten en bomen. Zoals de dompteur kennis heeft van dieren en weet wat een zeeleeuw allemaal kan met een bal op zijn neus, zo weet ik alles van bomen."

"Mensen die mij verwijten dat ik God wil spelen, wil ik erop wijzen dat ik ook heel veel dingen uit de natuur heb gered. Ik heb bladeren ingelijst die anders al lang weggerot zouden zijn. Toen een dode boom bij mijn huis in Frankrijk gerooid moest worden, heb ik de stam in stukken laten zagen. De stronken met de mooiste knoesten heb ik een tweede leven gegeven. Die staan hier nu in het museum. Ik ontfutsel dingen aan de natuur om ze te bewaren voor de eeuwigheid."

U maakt bijna wetenschappelijke inventarisaties, bijvoorbeeld van blaadjes die aan de zon- en de schaduwzijde van een boom groeien. Van 175 bomen plukte u twee bladeren, die steeds samen in een lijst hangen. Om zo te laten zien hoe verschillend bladeren aan één en dezelfde boom kunnen zijn. Komen zulke ideeën spontaan op als u door het bos wandelt?

"Ik ga nooit op zoek naar een onderwerp, al loop ik wel altijd rond te loeren in de natuur. Daardoor krijg ik ingevingen, maar daar moet ik dan nog lang op broeden. Dat is ook de reden dat ik heb geaarzeld of ik de stad wel moest verlaten. Ik was bang dat het verrassingseffect zou verdwijnen als ik altijd in de natuur zou verblijven. In 1996 heb ik die stap toch gezet. In Normandië heb ik een oud huis met zeven hectare grond gekocht. Ik zit nu afwisselend daar en in Haarlem.

"Mijn angst bleek niet terecht. Ik werk daar veel in de tuin en dat geeft zoveel rust in mijn hoofd, dat ik veel meer dingen ga zien en ontdekken. Voltaire heeft eens gezegd: Il faut cultiver notre jardin (Men moet zijn tuin onderhouden). Het werkt echt. Je gaat er scherper van kijken."

Geeft het wel voldoening om kunst te maken die na korte tijd is vergaan of weer is opgegaan in de natuur?

"Dat hoort bij mijn kunst. De boom die ik nu plant zal waarschijnlijk doorgroeien na mijn dood. Het gebeurt ook dat bomen voortijdig dood gaan, of kunstwerken sneuvelen bij een storm. Ik vind alle stadia in het groeiproces belangrijk. Naast mijn kunstwerken met levende materialen maak ik ook bronzen afgietsels. Ik ben momenteel in de ban van de Viscum, de maretak. Ik heb een serie werken gemaakt waarin ik aan een bestaande stronk bronzen steeltjes heb toegevoegd. Zoals je misschien weet is de maretak een halfparasiet die leeft op andere bomen."

Wat hoopt u te bereiken met uw kunst?

"Ik ben niet van het vingertje, maar ik zou het mooi vinden als mensen anders door het bos gaan lopen, en met andere ogen naar een boom kijken."

Wie is Sjoerd Buisman?

Sjoerd Buisman (1948) groeide op in Gorinchem. Omdat hij goed kon tekenen, ging hij naar de Academie voor beeldende kunsten in Rotterdam. Later stapte hij over naar de Ateliers '63 in Haarlem. Buisman noemt zichzelf: beeldhouwer met de natuur als inspiratiebron. Bomen en bladeren vormen zijn werkmateriaal. Die leiden tot levende 'groeiwerken', die soms ook weer opgaan in de natuur of wegrotten. Ook maakt hij bronzen afgietsels van boomstronken en takken. Zijn werken zijn te zien in diverse beeldenparken en musea. In 1978 vertegenwoordigde Buisman Nederland op de Biënnale van Venetië. Hij woont en werkt afwisselend in Nederland en Normandië.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden