Dominostenen vallen gunstig voor Van Gaal

ARNHEM - Voor nauwgezette volgers van het voetbalspel geldt Louis van Gaal al jaren als een van de slimste jongens van de trainersklas. De Vitesse-spelers - toch gezegend met een flinke dosis eredivisie-ervaring - piekerden zich gisteren suf over de tactische ingrepen van de Amsterdammer. De serie positiewisselingen die hij in negentig minuten doorvoerde, hadden een effect waar bedenkers van bordspelen slechts van durven dromen.

Ajax won met 1-4 en inde zo op ruim een-derde van de competitie de eerste uitoverwinning. Een indirect gevolg van de gevolgde strategie, suggereerde Van Gaal gretig. De coach had in grote lijnen gelijk. Vitesse raakte het spoor bijster, nadat Frank de Boer en Rody Turpijn halverwege het veld hadden geruimd voor Mario Melchiot en Dave van den Bergh. Het waren niet zozeer de invallers die het spel een beslissende wending gaven. Arnhem raakte vooral in last door de massale volksverhuizing die er het gevolg van was. Ronald de Boer - die op het middenveld was gestart - mocht in de tweede helft als diepste spits en later als de nummer tien opereren, John Veldman verhuisde van rechts naar links, Richard Witschge (eerst actief vlak voor de defensie) schoof een linie door en ook Martijn Reuser kreeg een multi-functionele invulling van zijn taak.

De Arnhemmers zagen op slag de problemen op zich afkomen. Het was op zich al heel knap geweest, dat Vitesse in de eerste helft de angel uit het Ajax-spel had gehaald. Door de afwezigheid van Ferdi Vierklau en Steve Goossen had het elftal achterin op de flanken geen snelheid en Beenhakker had het gevaar slechts kunnen keren, door Theo Bos enkele meters naar achteren te halen.

In die eerste periode leek het er geen moment op dat Van Gaal een broedermoord op zijn ex-collega Beenhakker ten uitvoer zou kunnen brengen. De schrik zat er aan Ajax-kant al snel in, toen Dejan Curovic binnen drie minuten - scheidsrechter Reygwart kende een vrije trap toe en Roy Makaay zorgde in de muur voor nuttig sleurwerk - de bal achter doelman Van der Sar deponeerde. Ajax bleef onrustig; het gemak waarmee uitblinker John van den Brom (“Het was voor mij natuurlijk prachtig om een aanvallend type als Witschge tegenover me te krijgen”) de spitsen Makaay en Curovic regelmatig in vrije positie bracht, zei veel over het gebrek aan scherpte in de Amsterdamse afweer.

Bang voorgevoel

Na de 1-0 zag Beenhakker Makaay (drie keer), Curovic (eveneens drie maal), Mise en Sturing doelpogingen wagen, maar de opvolger van Frans Thijssen had al tijdens die eerste 45 minuten een bang voorgevoel. “Ik proefde, naarmate de wedstrijd vorderde, dat mijn spelers de voorsprong koesterden. Het is een fout, die ons al eerder punten heeft gekost. We praten erover en trainen erop, maar op de een of andere manier vergeten de spelers die boodschap.”

De 1-1 van Patrick Kluivert (48e minuut), via het been van de arme Bos, bracht de tot dan eenzijdige wedstrijd tot leven. Beide ploegen kozen voor een open speelwijze en de charges werden wat grimmiger. Die ontwikkeling was in het voordeel van de Amsterdammers. Witschge maakte de omslag in de wedstrijd ook op het scorebord zichtbaar. Hij maakte een onopvallend eerste uur meer dan goed door bij een vrije trap de bal vlak langs de paal te prikken. De beslissende en fortuinlijk tot stand gekomen 1-3 kwam van de voet van de ijverige - maar vaak ondoordacht spelende - Nordin Wooter. Hij corrigeerde een rare misser van Santos.

De naam van scheidsrechter Reygwart viel vaak tijdens de nababbel op Monnikenhuize. Louis van Gaal had zijn bedenkingen bij het openingsdoelpunt van de thuisclub - hij betwistte de vrije trap na een overtreding van Marcio Santos op Makaay -, Leo Beenhakker was op zijn beurt ontevreden over het afkeuren van de tweede Arnhemse treffer in de 38e minuut. Zijn elftal kwam en masse verhaal halen bij de leidsman nadat zijn assistent met zijn geheven vlag het Arnhemse feest had verstoord. De grensrechter meende dat de bal even voordien de achterlijn was gepasseerd; een lezing die door de tv-beelden werd weersproken, vond Makaay, de aanvaller die als eindstation fungeerde na een fraaie combinatie tussen Laros, Van den Brom en Atteveld.

Beenhakker achtte het echter onsportief de nederlaag aan de scheidsrechter op te hangen: “Zulke lastige taxaties zitten in het spel besloten.” En met een - niet zo stille - hint naar de wedstrijden Roda JC - Vitesse (twee maal geel voor Vierklau) en Feyenoord-FC Utrecht (strafschop): “Reygwart is in ieder geval iemand die een wedstrijd aanvoelt. Iemand die geen misbaar maakt en niet direct met kaarten wappert.” Door de vergevingsgezindheid van de arbiter ontsprongen vooral Carlos van Wanrooy (ondanks veel overtredingen slechts één keer geel) en Raymond Atteveld de dans.

Na de vijf verliespunten in twee wedstrijden is Vitesse teruggeworpen naar de zesde plaats. Daarom is Leo Beekhakker gelukkig met de komst van de 26-jarige Joaquin Del Olmo, die vandaag kennismaakt met Monnikenhuize. De Mexicaan Del Olmo is een ex-leerling van Beenhakker, die bij de club America problemen ondervindt. Beenhakker: “In Mexico is het niet mogelijk tijdens het seizoen van club te wisselen, daarom wil America hem aan ons uitlenen. Del Olmo is een international die WK-wedstrijden en de regionale variant op onze EK heeft gespeeld. Als het dezelfde Del Olmo is, die ik uit mijn tijd ken, is het een waardevolle versterking voor ons middenveld.”

Van Gaal kon zich met de 1-4 op zak - Van den Bergh gaf de wedstrijd in de slotminuut een geflatteerde uitslag - enig optimisme veroorloven. De sores rond zijn hinkepoten Blind, Litmanen, Hoekstra, Juan, Babangida, Overmars, Bogarde, Kluivert (gisteren nog veel te bang in de duels, maar tenminste een heel uur bruikbaar) en Frank de Boer kon voor even naar het tweede plan worden verschoven.

Vier doelpunten in één wedstrijd . . . dat is dit seizoen voor Ajax uniek. “Daarom ben ik er ook zo blij mee”, zei Van Gaal. “Dit komt precies op het goede moment.” De technisch directeur kan zich vastklampen aan het feit dat Glasgow Rangers door de zee aan kaarten in de heenwedstrijd woensdag minstens zo gedupeerd het veld instapt. Het Schots-Nederlandse onderonsje wordt een spel tussen twee partijen (Smith en Van Gaal) waarin - door de stand in de groep - beiden uitsluitend gebaat zijn met een overwinning. De gebeurtenissen in Arnhem geven Louis van Gaal vooraf een voorsprong. Op zijn elftal is onveranderd veel aan te merken, maar de scheidende coach weet hoe hij de domino-stenen moet laten vallen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden