Dominique De Villepin: arrogante hoveling

Dominique Galouzeau de Villepin (Rabat, 1953) lijkt in veel opzichten op de man die hem in de politiek introduceerde, Jacques Chirac. Beiden gelden als hyperactief en onvoorspelbaar, beiden zijn binnenskamers opmerkelijk grof in de mond en allebei eten ze uitzonderlijk veel.

Maar in tegenstelling tot zijn onzekere chef, beschikt Villepin over een grenzeloos zelfvertrouwen, is hij een indrukwekkende spreker en beschikt hij over een een groot improvisatietalent.

Op die laatste kwalititeiten moet hij de laatste dagen voortdurend een beroep doen. Inmiddels staat vast dat hij heeft gelogen in de schimmige Clearstream-affaire en is er vrijwel niemand die nog gelooft dat hij het niet had voorzien op zijn rivaal Nicolas Sarkozy.

Gisteren, op zijn maandelijkse persconferentie, haperde de machine niet één keer. Hij zag zelfs nog kans het journaille te wijzen op de diepe kloof tussen hun suggestieve manier van werken en de hoge ethische eisen die hun beroep stelt.

Villepin is de zoon van een industrieel die voor de bouwmaterialenreus Saint-Gobain in Marokko en Venezuela glas aan de man bracht en later senator werd. Als kind al besloot hij dat hij zijn vaderland, dat hij nog nooit had gezien, zou gaan dienen.

Na de Ecole Nationale d’Administration, de elite-opleiding voor het openbaar bestuur, trok Villepin eind jaren zeventig voor het eerst de aandacht van Chirac, voor wie hij een aantal nota’s over buitenlands beleid schreef. Hij maakte carrière als diplomaat in Washington en New Delhi. In 1986 trouwt hij met de mannequin Marie-Laure Le Guay en in 1993 wordt hij de rechterhand van minister van buitenlandse zaken Alain Juppé, Chiracs grote favoriet.

Hij valt nogmaals op bij Chirac, die zich opmaakt voor zijn derde poging president te worden. Maar niet alleen door de lof die hij krijgt voor zijn werk op Buitenlandse Zaken, ook door zijn afkeer van Chiracs grote concurrent op rechts, de ’slappeling’ Edouard Balladur.

Als Chirac door vrijwel iedereen is verlaten, onder anderen door Nicolas Sarkozy die voor Balladur kiest, blijft Villepin in hem geloven. Chirac wint de verkiezingen van 1995 en Villepin wordt zijn secretaris-generaal.

Hij begint met het uit de deur werken van een aantal oudgedienden. Zij klagen hierover tegen de journalist Franz-Olivier Giesbert die onlangs uit de school klapte met zijn onthutsende bestseller ’La tragédie du président’.

Villepin is in dit boek een arrogante intrigant, die conflicten bedenkt om Chirac vervolgens te demonstreren hoe hij hem beschermt tegen de meest weerzinwekkende complotten.

Zijn ondergeschikten op het Elysée verdeelt hij in petits connards (kleine klootzakken) en gros cons (grote idioten). Chirac kan ondertussen dag en nacht op hem rekenen. Ooggetuige Giesbert noteert hoe Villepin zich ’s ochtends voortdurend ’met de snelheid van een hond die op zijn baas wacht’ naar de telefoon spoedt. En steeds zichtbaar teleurgesteld is als hij iemand anders aan de lijn krijgt.

Het gaat mis als Chirac twee jaar na zijn triomf besluit nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Premier Juppé’s poging het land te hervormen is volledig vastgelopen en de eerste schandalen over illegale partijfinanciering en vriendjespolitiek bij de toewijzing van woningen steken de kop op. De ingreep, een idee van Villepin , draait uit op een ramp, een cohabitation: het land krijgt een socialistische premier en Chirac is vijf jaar lang vleugellam.

Bernadette Chirac heeft het Villepin , die naar haar idee de slechte eigenschappen van haar man niet corrigeert maar alleen maar versterkt, nooit vergeven. Zij noemt hem ’Nero’, de ’strateeg van de eerste verdieping’ (naar de plaats van Villepins werkvertrek in het Elysée), of ’de poëet van mijn man’. Want Villepin is ook dichter en een auteur van een geschiedenis van Frankrijk van enkele duizenden pagina’s die hij naar eigen zeggen zonder petit nègre (een hulp) heeft geschreven.

Even overweegt Chirac zich van hem te ontdoen, hij heeft behoefte aan frisse lucht. Villepin , zegt hij tegen andere vertrouwelingen, biedt hij een mooie ambassade aan, Washington misschien. Maar tegen Giesbert beweert Villepin : „Hij kan me niet ontslaan. Ik weet veel te veel, eenmaal buiten zijn systeem verander ik in een tijdbom.”

Het lijkt er sterk op dat Villepin slachtoffer dreigt te worden van zijn eigen methoden en obsessies. Politiek is voor hem ’de voortzetting van oorlog met andere middelen’, schrijft Giesbert. „Als hij een zwakke plek bij iemand heeft ontdekt, blijft hij erop slaan tot hij bloed ziet. Alles is geoorloofd.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden