Domineeskinderen / 'Ik betaal nog steeds de kerkelijke bijdrage'

De pastorie heeft haar sporen nagelaten. In de aanloop naar de Dag van het domineeskind, 26 oktober in de Nieuwe Kerk, portretten van meer en minder bekende pastoriekinderen. Vandaag: journalist Cisca Dresselhuys.

,,Ik ben vooral het kind van een dode dominee: toen mijn vader stierf, was ik elf. Het leven in de pastorie heb ik dus maar kort meegemaakt. Maar ik ben wel een écht domineeskind, zelfs een verschrikkelijk domineeskind. Ik sta op mijn eigengebreide preekstoel: de kansel van het feminisme en de vrouwenbeweging. Ik heb van mijn vader de gave van het woord geërfd, maar ook de zendingsdrang. Ik wil mensen overtuigen van iets dat ik rechtvaardig vind. Dat zie je trouwens bij veel domineeskinderen: die belanden vaak in de journalistiek, het onderwijs of de psychologie. Het blijven mensen met een missie.

Ik ben in een heel andere situatie opgevoed dan mijn zusjes en mijn broer. Zij brachten hun kinderjaren door in het Friese Oldeboorn, waar iedereen hervormd of gereformeerd was. Ik was een nakomertje en groeide op in een katholieke omgeving. In Roermond was vrijwel niemand gereformeerd. Ik volgde godsdienstles bij de nonnen. Officieel hoefde dat niet, maar ik wilde horen of ze geen leugens over de protestanten vertelden. Ik zat daar als een kleine Luther in de klas. En ik was pas elf.

Ik was een erg vaderskindje. Toen hij er niet meer was, had ik sterk het gevoel dat ik moest staan voor wat zijn levensvulling was geweest. Dat bleef, ook toen ik allang niet meer tot de gelovigen behoorde. Dat is toch iets van 'eenmaal gereformeerd, altijd gereformeerd'. Het zit in je genen hoe je in de wereld staat. Als ik niet in de vrouwenbeweging terecht was gekomen, dan was ik wel opgekomen voor de bedreigde grasspriet of de in kommervolle omstandigheden levende huisslak. Het zit in me om me ergens voor in te zetten. Dat is het calvinisme, of nog meer het domineeskindachtige.

Tegelijk had ik de neiging om me te verzetten tegen het stereotiepe beeld van het gereformeerde meisje. Dat deed ik door me heel anders te kleden dan andere gereformeerde meisjes. Ik ben altijd met mijn uiterlijk bezig: dat heb ik van mijn moeder, al was mijn vader ook gek op mooie pakken. Ik liep in tijgerbroeken, ik blondeerde mijn haar en ik was zwaar opgemaakt. Toen ik in mijn begintijd bij Trouw een honderdjarige moest interviewen, kreeg de hoofdredacteur een knorrige brief van de 65-jarige dochter waarom hij een revuegirl op haar moeder had gestuurd.

Dat recalcitrante heb ik altijd gehouden, ook in de vrouwenbeweging. Ook daar had je zo'n verwachtingspatroon over hoe je er moest uitzien. Geen nagellak, maar Donald Duck-schoenen en een slobbertrui. Bij mij niet dus. Ik citeer in toespraken nog al eens de bijbeltekst: 'Laat u niet opnieuw het slavenjuk opleggen'.

Ik heb uit mijn jeugd een antipathie tegen de zondag overgehouden. Mijn vader preekte vaak drie keer, dat legde een erge druk op die dag. Nog steeds vind ik de zondag een regenachtige, stille dag, die maar snel voorbij moet gaan. Er komt dan vaak zo'n eenzaam gevoel over me. Als wij nu op vakantie gaan, reizen we vaak op zondag. Dan is die dag tenminste goed besteed. Ik zit ook de halve zondagmiddag te bellen met vriendinnen, dat heeft daarmee te maken. Of ik schrijf mijn stukken of lees mijn documentatie. Wat dat betreft is het niet zo slecht dat de winkels op zondag open zijn; dan kun je tenminste nog ergens naartoe.

Een dominee heeft voor mijn gevoel een onmogelijke baan. De paus is de waarnemer van God op aarde, maar de dominee is dat op de vierkante centimeter toch ook een beetje, vond ik vroeger. Zoals mijn vader daar elke zondag in z'n jacquet op de kansel het paradijs stond te verkondigen, was hij God voor mij, en God was mijn vader. Maar door de week zag ik hem op zijn Solex door Roermond rijden. Dat was een grote discrepantie.

Ik ga niet meer naar de kerk, maar ik betaal nog steeds mijn kerkelijke bijdrage. Dat is voor mij de laatste band met mijn vader. Als ik daarmee zou stoppen, zou ik voor mijn gevoel ook de band met hem doorknippen. En dat kan ik niet.

Ik ben met veel domineeskinderen opgegroeid, ook op mijn werk. Wat mij opvalt is dat ze vaak een cynisch trekje hebben: ze zijn ironisch, hebben gevoel voor cabaret. Bert Klei, de vroegere chef van de Trouw-kerkredactie, zei wel eens: ze hebben een antenne voor huichelachtigheid. Ze hebben mensen met vrome praatjes redelijk snel door.''

Cisca Dresselhuys (1943) is hoofdredactrice van het feministische maandblad Opzij en oud-redacxteur van Trouw. Haar vader was gereformeerd predikant in onder meer Oldeboorn en Roermond.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden