Dominees: geloven is theatervoorstelling

Protestantse predikanten van de vernieuwingsbeweging Op Goed Gerucht bogen zich gisteren in Doorn over het thema ’authenticiteit’. „Je kunt alleen geloven door te doen alsof God bestaat.”

Voorzitter Jan Offringa van Op Goed Gerucht draait er niet om heen: twee onderzoeken van afgelopen zomer maakten veel los bij hem en zijn collega’s.

Zo was daar professor Hijme Stoffels, godsdienstsocioloog aan de Vrije Universiteit, die concludeerde dat een op de zes predikanten van de in de Ikon vertegenwoordigde kerken niet gelooft.

Kort daarvoor had het Sociaal en Cultureel Planbureau beweerd dat het christendom een margeverschijnsel lijkt te worden.

In een reactie zei Rein Nauta, hoogleraar godsdienstpsychologie aan de theologische faculteit van Tilburg, dat de kerken die realiteit ontkennen. Je ziet de pastores „vluchten naar andere instituten”, zei Nauta in Trouw. „Dan worden ze pastoraal werker in een ziekenhuis, zo komen ze onder de terugloop van de kerk uit en het odium van die kerk die het niet goed doet.”

De dominees van Op Goed Gerucht noemde Nauta met name. „Niet weinigen vluchten in een verlicht of conservatief traditionalisme”, zei hij, „waarin een goed gesprek over kunst en cultuur, met een goed glas wijn of een geurige sigaar, de essentie is van hun rol als pastor.”

Dat kwam aan, zegt Offringa, maar in plaats van ’chagrijnig te piepen’ besloten de predikanten (’op zoek naar meer creativiteit, lef, spiritualiteit en humor in de kerk’) Stoffels en Nauta uit te nodigen voor een discussie.

Stoffels wilde, zegt hij, inzicht krijgen in de godsbeelden onder protestantse dominees. Die konden aankruisen welke benamingen – variërend van ’Vader’ tot ’Energie –zij aansprekend vonden. Sommigen hadden álle benamingen wel willen kiezen, schreven ze.

Stoffels: „Hoe krijgt u dat mentaal voor elkaar – de ene keer zo klassiek christelijk denken en de andere keer atheïstisch?”

In zijn onderzoek vroeg Stoffels ook of de predikanten verschil zien tussen wat zij ’privé’ denken en als ’professional’. Nauwelijks, vonden de dominees. Ze zijn allemaal ’oprecht’ en ’authentiek’. De onderzoeker toonde echter aan dat maar een kleine minderheid van de predikanten gelooft dat bijbelse wonderen echt gebeurd zijn, terwijl van de gemeenteleden een grote meerderheid dat denkt. Voorwaar een kloof.

Volgens Rein Nauta stelde Stoffels met ’Gelooft u dat God bestaat?’, een verkeerde vraag. „God bestaat, áls je gelooft”, zegt Nauta. „Niemand gelooft omdát God bestaat.” In moeilijke woorden: geloven is een performatieve act, een soort spel, te vergelijken met een theatervoorstelling. Daarbij is er wel een probleem, zegt een dominee. „Niemand die naar Shakespeare gaat, denkt dat hij morgen Hamlet zou kunnen tegenkomen op straat. Mijn kerkgangers denken dat wél van Petrus.”

Na de middagboterham willen de meeste dominees nader in discussie met Stoffels en Nauta. Een handjevol gaat naar een workshop van schrijver en cabaretier Arthur Umbgrove, over het ’ambacht’ van preken. Hem valt op (’De keren dat ik in een kerk ben’) hoe anders dominees beginnen te spreken zodra ze op de kansel staan. Doen ze misschien een dominee na?

Een predikant doet voor hoe hij normaal preekt. Hij heeft nog geen vier woorden gezegd als Umbgrove hem onderbreekt: „Zo’n lange stilte, begin je daar altijd mee?”

„Zoek jezelf, doe iets dat bij je past”, drukt hij de dominees op het hart. „En het is slim als je iets zegt waar je achter staat.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden