Dominee halverwege het Opperwezen

Jan Siebelink schreef al over hem in 'Knielen op een bed violen'. Nu is er opnieuw een roman waarin dominee Jan Pieter Paauwe figureert. In zijn debuutroman rekent Gerard Koolschijn af met deze predikant. 'Er was gewoon een rechte lijn van God naar hem.'

REPORTAGE | GERRIT-JAN KLEINJAN

De hel wacht iedereen. Hij weet nog heel precies hoe het werd gezegd toen hij als kleine jongen in de kerk zat. "De preken gingen er altijd over dat we allemaal op weg naar de verdoemenis waren en dat bekering het enige nodige was." Duizenden keren hoorde Gerard Koolschijn (66) het als kind: het gros van de mensheid gaat naar de hel, slechts een enkeling bereikt de hemel.

De hele jeugd van Koolschijn, tegenwoordig bekend als vertaler van Griekse toneelschrijvers en de filosoof Plato, draaide om de religieuze obsessie van zijn vader Jan. Die koesterde een diepe verering voor dominee Jan Pieter Paauwe, zeer charismatische representant van het donkerste calvinisme denkbaar.

Koolschijn staat in de Haagse Waalse Kerk, schuin tegenover paleis Noordeinde. Op deze middag valt de bleke winterzon door de hoge vensters naar binnen. De kerk huurde Koolschijns vader ooit af, in zijn mateloze verering voor Paauwe. Zo kon deze zijn volgelingen herbergen. "Overal langs de kanten stonden extra banken", herinnert Koolschijn zich. Hij knikt naar de galerij waar het orgel hangt: "Daar zat het ook helemaal vol." Ook na ruim een halve eeuw weet Koolschijn nog scherp hoe het er toentertijd aan toe ging. "Sprak Paauwe, dan was het een absolute, doodse stilte."

Dominee Jan Pieter Paauwe (1872 - 1956) is de laatste jaren een inspiratiebron voor schrijvers die in een orthodox-protestants milieu zijn opgegroeid. 'Knielen op een bed violen' van Jan Siebelink werd een paar jaar geleden een bestseller. De roman beschrijft een gezin dat kapotgaat aan de godsdienstige obsessie van - ook al - de vader. "Siebelink lijkt Paauwe nooit te hebben gezien, terwijl mijn broers en ik hem aan tafel, in de auto en op zijn sterfbed hebben aanschouwd omdat mijn vader Paauwes grootste paladijn was", zei Koolschijn twee jaar geleden in Trouw.

Koolschijn besloot om zelf de pen ter hand te nemen. Het resultaat is een sterk autobiografische roman. De lezer maakt kennis met Koolschijns alter ego; een door zijn christelijke jeugd getekende man, die er zelfs na een ascetisch jaar in Griekenland, een vechthuwelijk, reizen, tegenvallend werk en Elfstedentochten amper in slaagt uit die slagschaduw los te komen.

Paauwe, over wie het eerste deel van de roman gaat, luistert in het boek weliswaar naar de naam Raave, maar alle gegevens over de dominee kloppen. Van zijn breuk met de hervormde kerk in 1914, die in zijn ogen niet strikt genoeg was, tot en met het psalmvers dat klonk uit de kelen van duizenden volgelingen op zijn begrafenis: 'Niet één profeet is ons tot troost gebleven. Geen sterv'ling weet hoe lang dit duren zal.'

Spreekt Koolschijn over dominee Paauwe, dan duurt het niet lang of hij praat vanzelf over zijn vader. "Mijn vader heeft zich in zijn hele leven in niets anders verdiept dan in die godsdienst. Hij had een succesvolle praktijk als advocaat, maar daarbuiten deed hij niets anders", zegt hij. En, op een ander moment: "Mijn vader had een soort magische benadering van Paauwe. Op Paauwes sterfbed moesten we hem zoenen. Hij was er van overtuigd dat Paauwe iemand halverwege het Opperwezen was. Hij had het idee dat de aanraking van de dominee je al dichter bij het eeuwig heil zou brengen."

Zijn jeugd in Den Haag, zo verklaart Koolschijn, was minder beklemmend geweest als zijn vader zich niet volledig had overgegeven aan de dominee. Er was geen gezinsleven buiten de godsdienst. Met fanatieke dwang poogde vader Koolschijn zijn gezin 'in' Paauwe te krijgen. "Mijn vader dacht: 'Ik ben totdat mijn zonen achttien zijn verantwoordelijk. Als zij zich misdragen, dan krijg ik het bij het Laatste Oordeel op mijn boterham. Dus als wij zaterdagavond later dan twaalf uur thuis kwamen, dan was hij benauwd voor zijn eigen zieleheil. Hij dacht dat God zou zeggen: 'Je hebt je zonen twee minuten over twaalf laten thuiskomen, aan twee minuten zondagsheiliging hebben ze niet meegedaan'."

Je kunt de godsdienstmanie beschrijven, merkt Koolschijn op, maar écht begrijpen is onmogelijk. Toch poogt hij de magie die Paauwe uitoefende op zijn volgelingen te typeren. "Paauwe had een enorme greep op de materie. Hij zei het met een kracht en enorme stilistische superioriteit. Hij stond echt boven de stof, hij praatte nooit iemand na. Hij was zichzelf: er was gewoon een rechte lijn van God naar hem. Daar stond niemand tussen."

Koolschijns stem galmt door de verlaten Haagse kerk. Bij een kerkbank vlakbij de kansel houdt hij halt. Hij wijst: "Hier zaten we compact opeengepakt onder het dictatorschap van mijn vader. Dicht onder de preekstoel." Toen hij een jaar of drie was, werd hij gedoopt in deze kerk, samen met zijn broer. "Eerst was er de onzekerheid of we wel gedoopt mochten worden. Want eigenlijk kon dat alleen als de ouders bekeerde mensen waren." 'Bekering' is de ultieme persoonlijke geloofservaring waarin God zelf ingrijpt, meenden Pauwes volgelingen. Het is voor een enkeling weggelegd en pas na een diepe geestelijke crisis te bereiken. Na de 'wedergeboorte' wacht de hoofdprijs: de hemel, in plaats van de hel. Koolschijn demonstreert de route van de bank naar het doopvont die hij als kleuter aflegde. "Toen zijn we met z'n tweetjes zelf uit de bank geklommen en tot onder de preekstoel gelopen." Het kost Koolschijn geen enkele moeite de scène voor de geest te halen. Paauwe daalde plechtig van de kansel af. "Ik zie nog zo vlak boven mij dat gezicht met die rare witte baard, een sik - een soort witte teelballen." Op kleuterleeftijd had Koolschijn al een instinctieve weerstand tegen de leer, iets dat niet minder is geworden. "Het was eng. Het was absoluut eng."

Paauwe preekte niet alleen in de Waalse Kerk. Tien minuten verderop, in een statig pand aan de Haagse Prinsegracht, huurde de dominee permanent een zaal. Op zondagochtend voor de hoofddienst en op woensdagavond voor de bijna even lange catechisatiezitting. Nu huist er een makelaarskantoor dat zich richt op de markt van expats, gerund door twee geblondeerde vrouwen met grote honden. Van de sfeer van Paauwe is niet meer veel over, constateert Koolschijn als hij binnenwandelt.

De achterzaal waar ooit honderden volgelingen naar hun geestelijk leider luisterden blijkt gesloopt. Het is nu een terras. Er staat een konijnenhok, er slingert wat tuinmeubilair. Bij de tuindeuren aan het eind van de gang houdt Koolschijn halt. "Vroeger was dit de toegang tot de kerkzaal." Hij wijst naar een tafel die buiten staat: "Daar was de preekstoel, daar waar nu die meniekleurige muur is". Koolschijn loopt met vaste tred heen en weer door de hoge gang. "Deze gang leek even een bevrijding te zijn, namelijk: van de preek naar de buitenwereld." Helaas, dat was nooit zo. "Dan kwam je in mijn vaders auto. Dan ging het gewoon door."

Het is niet aan hem te merken dat er meer dan een halve eeuw verstreken is sinds hij hier voor het laatst was. Koolschijn loopt er met een vertrouwdheid alsof hij er afgelopen zondag nog een preek hoorde. "Het kost geen enkele moeite om me voor de geest te halen hoe het was. Ik zie het permanent voor me. Daarvoor had ik hier helemaal niet hoeven te komen."

Toen Paauwe op 83-jarige leeftijd overleed, verdween de Waarheid uit de wereld, meenden zijn volgelingen. "Na zijn dood hadden ze het er over: 'zouden we nou ergens op de wereld de Waarheid nog kunnen vinden?' En dan zeiden ze: 'Dat is echt onmogelijk.'." Koolschijns vader geloofde dat niet helemaal. "Er was een gerucht dat er misschien ergens in de binnenlanden van Schotland nog wel een kleine kans was dat de Waarheid daar bestond. En mijn vader, dat was een heel materialistische man - dure auto's, paardrijden - die wist zichzelf wijs te maken dat als het waar zou zijn hij alles aan de kant zou schuiven, zijn huis, zijn baan, en naar een Schots dal zou reizen om daar in een kerkje de Waarheid te beluisteren."

Tot ver na Paauwes dood hoopte hij nog op een bekering. Tevergeefs. De angst voor de hel achtervolgde hem tot aan zijn dood. "Voordat hij ging sterven had hij het er nog steeds over: 'Kan ik de kans krijgen om bekeerd te raken?'", zegt Koolschijn. "En dan liep zijn gezicht weer vol tranen: 'Ik ben nu tachtig en nóg niet bekeerd'."

Gerard Koolschijn: Geen sterveling weet. Athenaeum - Polak & Van Gennep. ISBN 9789025369002; €19,95.

De auteur
Gerard Koolschijn (Den Haag, 1945) werd vooral bekend als vertaler van Plato en Griekse tragedies. Voor het toneel bewerkte hij onder meer Homerus' Ilias. Hij studeerde klassieke taal- en letterkunde en Nederlands recht. Koolschijn reisde veel, gaf les in klassieke talen aan Haagse scholen, doceerde strafrecht aan de Leidse universiteit en was rector aan het Haagse Sorghvliet-gymnasium. Hij woont nu in Orvelte, Drenthe.

'Geen achterlijke sekte'
De beweging rond dominee Jan Pieter Paauwe krijgt makkelijk het stempel van een achterlijke sekte, drie eeuwen te laat ontstaan om enige serieuze aanhang te verwerven. Toch waren het juist haar moderne kenmerken waardoor ze zich tot op heden heeft kunnen handhaven - inclusief een digitale contactgroep van 'thuislezers' en de website www.ds-paauwe.nl. Dat stelt religiehistoricus Fred van Lieburg in zijn boek over Paauwe, 'Het punt des tijds' (2008). Hij doelt op Paauwes organisatietalent, het preken in zaaltjes kriskras door Nederland en het tijdschrift van de dominee. De volgelingen van Paauwe die er nu nog zijn komen aan hun trekken met opnamen die in de jaren vijftig zijn gemaakt. Ze zitten in orthodox-protestantse kerken, maar zijn ook te vinden onder de zogeheten thuislezers. Volgens een recente peiling van het reformatorische gezinsblad Terdege zijn er daarvan zo'n 3.000 tot 6.000. Thuislezers houden zich afzijdig van elk kerkelijk leven. De kerk is in hun ogen besmet door de duivel.

Preekcitaten van Paauwe
"Kinderen, hoor in mijn stem de stem van God. Zo niet, dan zal ik, als ik jullie zal ontmoeten aan de rechterstoel van Christus, tégen jullie getuigen en me verblijden in jullie verdoemenis."
"Na mijn vertrek uit dit leven zullen zware wolven komen, die de kudde niet sparen! Wie weigert het Goede aan te nemen valt in de handen van de vertoornde God."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden