'Dominee, dat mannetje schijnt niet Jezus' vader te zijn, kunt u dat uitleggen?'

Twee en een half jaar geleden, toen ik afscheid nam van mijn gemeente, was ik uitgenodigd voor een praatje in de Tros-Nieuwsshow, een programma van Peter de Bie en Mieke van der Wey dat iedere zaterdagmorgen door de radio wordt uitgezonden. Live, van half negen tot elf. Ik stond voor het laatste kwartier op het programma, daarvóór vertelde uitgever Martin Ros enthousiast over de toen net verschenen biografie van Beel.

“U gaat de bijbel herschrijven?” vroeg Mieke van der Wey.

“Ho, ho”, riep ik, “die bijbel is destijds onnavolgbaar schitterend geschreven, dat hoef ik niet nog eens dunnetjes over te doen. Dus niet herschrijven. Wel hervertellen, met uitleg erdoorheen geweven. Zonder uitleg zijn die verhalen van eeuwen her en uit een andere cultuur niet meer toegankelijk. Maar uitleg alleen is geschoolmeester, de ontroering, de schoonheid zit in die verhalen. Dus hervertellen en uitleggen.”

“Maar wat valt er dan aan uit te leggen, er staat toch wat er staat?”

“Nee, dat is het hem nu juist, er staat niet wat er staat. Er staat bijvoorbeeld dat Jezus over het water wandelde, maar je weet pas wat dat betekent als je weet wat water in de bijbelse verhalen betekent, want anders denk je dat Jezus over H2 O loopt.

“Ja, dat heb ik altijd gedacht. Liep hij dan niet over dat meer?”

“Nee, daar zak je door.”

“Ja, dat heb ik óók altijd gedacht! Maar legt u het dan eens even uit.”

Ik legde het even uit. Dat water in deze verhalen voor dood staat, chaos, ondergang. Het is een paasverhaal, zei ik, verbeelding van het geloof dat God sterker is dan de dood en dat er een weg is waar wij geen weg zien. Als Jezus over de wateren schrijdt heeft hij de dood onder de knie, en zo gaat hij ons voor naar de overkant. Een droom is het. Een visioen.''

“Wat mooi”, zei Mieke. “Nooit geweten. Wanneer komt dat boek uit?”

Zo praatten we door, het kwartier vloog om. Martin Ros was erbij blijven zitten. “Martin, heb jij soms nog iets te vragen?”

“Ik heb maar één vraag: heb je al een uitgever?”

“Ja”, zei ik.

“Dan kunnen we die gelukwensen”, zei hij.

Het programma was afgelopen, in de ruimte ernaast werd nog even koffie gedronken en nagepraat met de mensen van de productie, de technici en ander loslopend volk. “Kom er ook even bij zitten”, zeiden ze. “We hebben het net over dat water, want dat komt in meer bijbelverhalen voor, toch? Niet dat wij er veel van afweten, maar bijna iedereen hier kende er wel eentje.”

En ja hoor, ze deden bijna allemaal een duit in het zakje: Jona in de vis, Mozes in het biezen mandje, Mozes door de Rode Zee, 'ik zal u vissers van mensen maken', water in wijn veranderen, de storm op zee, het kon niet op. De Tros-familie stond er zelf van te kijken dat ze samen nog zoveel in huis hadden. “En gaat het in al die verhalen over dood en leven?”

“Jazeker”, zei ik. Van de eerste bladzij van de bijbel, waar de geest van God over de wateren zweeft, tot en met de laatste bladzij, waar gedroomd wordt dat eens de zee niet meer zal zijn, gaat het over dood en donker. En dus ook over leven en licht.”

Ze vonden het jammer dat ik weg moest, en dat vond ik zelf ook, we hadden nog een hele tijd door kunnen praten. Ik moest beloven dat ik terugkwam als deel één af was.

Ik had veel om over na te denken, onderweg naar huis. 'Er staat toch wat er staat?' Vreemd, datzelfde zinnetje hoor je uit de mond van een flink geseculariseerde mevrouw in Hilversum en van een vrome op de Veluwe. Voor de geseculariseerden is het onzin wat er staat, een mirakel waaraan ze geen Boodschap hebben. Voor de anderen is het Gods heilig Woord, een troost in leven en sterven. De eersten denken bij water aan water, de diepgang ervan ontgaat hen en ze schenken er verder geen aandacht aan, en de anderen. . . ja, hoe zit het met die anderen? Verstaan die deze symbooltaal?

Ja en nee, denk ik. Op verstandelijk niveau niet, het wordt niet op catechisatie onderwezen en ook op zondagmorgen wordt het je niet verteld. Toch hoeven er dan nog geen ongelukken te gebeuren. Als kind vond ik het 't mooiste verhaal van de bijbel. De diepe betekenis kende ik niet met mijn hoofd maar des te meer met mijn ziel. Het verhaal sprak zijn taal omdat ik onbewust en haarfijn wist, aanvoelde, dat het hier over hetzelfde water ging als waar ik 's nachts zo angstig van droomde.

Zolang je dus zo'n 'gelovig kind' blijft, is er niets aan de hand, het verhaal openbaart wat het openbaren wil en het doet dat tot je tachtigste. Kom je evenwel vóór die tijd uit de kinderkamer tevoorschijn, schiet je uit je eerste argeloosheid, gaat iemand je op school vertellen dat water H2 O is en betrek je die wetenschap op de heilige schrift, dan krijg je een probleem.

Een jaar later was deel één af en zoals afgesproken verscheen ik weer in de Tros-Nieuwsshow. Terwijl de nieuwslezer bezig was, kroop ik achter de microfoon, het boek lag op tafel, ze vertelden me onmiddellijk dat ze het mooi vonden. Toen gingen we de lucht in.

“Dominee Ter Linden, een vrouw op een ezeltje, kind op schoot, er loopt een mannetje naast. Dat mannetje schijnt niet de vader van het kind te zijn, kunt u dat even uitleggen?”

Ik moest wel even snel schakelen. Voor ons lag een hervertelling van de eerste vijf boeken van het Oude Testament, maar we waren nog niet in de uitzending of Peter de Bie maakte de reuzenzwaai naar het begin van het Nieuwe Testament: Jozef, Maria en het kindje Jezus.

“Ja, dat kan ik wel even uitleggen”, zei ik.

Ik vertelde van een jongen in Zaandam die vader zou worden. Hij had een mooi geboortekaartje ontworpen, één voor als het een jongen zou zijn, één voor als het een meisje was. Het werd een jongetje. Toch vond hij dat dat kaartje zo niet kon, er moest nog iets bij. Die geboorte had hij zo'n wonder gevonden, zo'n genade, zoiets van Boven, en dat moest er wel bijstaan, want anders was het net alsof hij en zijn vrouw een kind genómen hadden in plaats van gekregen. Klassiek wordt die religieuze verwondering en ontroering uitgedrukt met de woorden: God schonk ons. . ., maar die taal spreekt die jongen niet meer aan en zijn Zaanse vrienden zouden er ook vreemd van opkijken als de jonge vader ineens in de Heer was. Maar dat dit kind door hen als een godsgeschenk was ontvangen, iets daarvan moest hij toch kwijt. Toen vluchtte hij in een andere taal en hij vluchtte in een grap, maar ondertussen maakte hij er wel iets heel moois van: Made in heaven zette hij erbij.

“Zo is het ook met het verhaal van de maagdelijke geboorte”, zei ik. “Jezus was door zijn vrienden als een geschenk uit de hemel ervaren, een Godsend, en toen zij daar na zijn dood getuigenis van aflegden, konden zij dat niet beter doen dan door zijn komst in dit leven, in hun leven, als een wonder uit te beelden, een wonder van God: Made in heaven.”

Het was even stil in de studio. Peter de Bie gooide zijn pen neer, liet zich achterover in zijn stoel vallen en zei niet zonder ontroering, met een mengeling van kwaadheid en blijde verrassing in zijn stem: “Dat heeft nu nog nooit iemand mij verteld! Waarom heeft niemand mij dat ooit verteld?”

Onderweg naar huis had ik weer het nodige om over na te denken. Waarom was Peter de Bie uitgerekend nu met dit verhaal over Jezus komen aanzetten, terwijl er een paar honderd bladzijden Oude Testament voor zijn neus lagen? Ik bedacht het wel eens een lievelingsverhaal uit zijn jeugd zou kunnen zijn, een lievelingsbeeld: de heilige familie, vader, moeder, kind, saamhorig en bij God geborgen. Dat verhaal is hij waarschijnlijk net als zovelen kwijtgeraakt, veronderstelde ik. Lezend in mijn boek, dat een poging is om mensen die verhalen en beelden weer terug te geven, moet hij hebben gedacht: misschien kan die meneer mij dit verhaal, dit beeld uit mijn kinderjaren, óók wel teruggeven. En omdat hij geen zin had om op het verschijnen van deel twee te wachten, begon hij er maar meteen over.

Zoiets zou het kunnen zijn. Misschien kan ik het hem vragen, eind maart, als dat tweede deel uitkomt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden