Review

'Dom konijn moet zijn bek houden!'

Het voor kleuters bestemde boekje 'Dom Konijn' van Edward van de Vendel begint onverwacht hard. 'Dom Konijn moet zijn bek houden', zo luidt de openingszin, en daarmee schudt de schrijver zijn jonge publiek meteen flink wakker. Dit knaleffect als opmaat is minder overdreven dan het lijkt. Want wat is het geval? Oud Konijn ligt dood te gaan en Groot Konijn reddert nerveus aan diens sterfbed. En nu wil Dom Konijn, een kind nog, weten 'hoe het is om dood te zijn'. Het is een vraag die volwassenen ook op minder tragische momenten in verlegenheid brengt en Groot Konijns antwoord, bek houden, is met zijn bijklank van wanhoop en lichte paniek dus zo vreemd niet.

Op zijn beurt kan Dom Konijn hiermee onmogelijk genoegen nemen. De vraag maalt door zijn hoofd en móet gewoon gesteld worden. Hij trekt eropuit en zijn tocht voert hem langs een viertal dieren. Ieder van hen ziet de dood anders. Kaal Kuiken stelt zich er een lief wijfje bij voor, dat goed in de veren zit en zich laat betoveren door zijn zang. Droge Pad heeft maar één associatie: 'Zwart. Verder niets.' Grijze Muis, die al veertienhonderd kinderen heeft gebaard en constant pijn heeft, kan bijna niet wachten tot het zover is. Want 'de dood, dat is een oude muis met mooie ogen! Zachte klauwtjes! Wippende oren en fluisterzinnetjes.' Uil ten slotte stelt zich de dood voor als luilekkerland: 'Er staan eekhoorns voor je klaar. En ook domme konijntjes.'

Dan haast Dom Konijn zich terug naar het hol van Oud Konijn en vertelt de stervende hoe het is om dood te zijn. Eerst is het zwart, maar daaruit komen mooie dingen tevoorschijn: lieve ogen, warme zachte veertjes, heerlijk eten, veertienhonderd kinderen, welluidende klanken... 'Alles is er, Oud Konijn, alles wat je wilt. Niet bang zijn.' Terwijl Groot Konijn eikeldoppen gaat zoeken ('Voor straks. Over zijn ogen'), richt Oud Konijn zijn laatste woorden hortend en stotend tot Dom Konijn: ,,Hij zegt: 'Dankjewel'. En: 'Slim Konijn'.' Slim Konijn! Dom Konijn zucht ervan en hij durft nu dichterbij Oud Konijn te komen. Waarna deze fraaie slotzinnen volgen: ,,Inderdaad. Ontzettend stille ogen. En hij schiet naar buiten. 'Eikeldoppen!' roept hij, 'eikeldoppen'!'

Een fraai en vooral oprecht einde. Hoe troostrijk Dom Konijn zich de dood ook voorstelt, hij kijkt hem als het erop aankomt liever niet recht in de ogen! Van de Vendel behandelt dit moeilijke thema op de hem typerende wijze: poëtisch, gevoelvol en met wrange humor nu en dan. De tekeningen van Gerda Dendooven sluiten met hun hoekige, silhouetachtige expressie mooi op de sfeer van het verhaal aan: aandoenlijk en scherp tegelijk.

De prinses komt om vier uur van Wolfdietrich Schnurre is een variant op het sprookje van de betoverde prinses die in diergedaante door het leven moet. Haar tegenspeler is een mannetje met een wonderlijk hoedje en een ziekenfondsbrilletje. Een typische nerd zo te zien, maar wel een met een ruim hart. Tijdens een bezoek aan de dierentuin wordt hij getroffen door de treurige aanblik van een mottige, stinkende en door aasvliegen en ander ongedierte omgeven hyena. Het dier vertelt hem dat het is betoverd en eigenlijk een prinses is. De betovering kan alleen verbroken worden als iemand haar bij zich thuis uitnodigt.

Het geschrokken mannetje ('Hemeltje!') nodigt haar prompt op de koffie. Hoe zij uit haar kooi weet weg te komen, vertelt de tekst niet, maar in elk geval staat ze die middag om vier uur bij het mannetje op de stoep, die een heerlijke koffiemaaltijd heeft bereid. Ze doet zich eraan te goed zoals je dat van een hyena verwacht: kwijlend, likkend en boerend, zij het tevens intens dankbaar. Het verhaal eindigt minder voorspelbaar dan je van dit soort sprookjes gewend bent. De hyena verandert niet in een prinses en niettemin zien we hem op het slotplaatje aan de arm van het mannetje in de romantische maannacht verdwijnen.

De tekst is even beknopt als doeltreffend en laat veel aan de fantasie van het kind over. Het boekje is schitterend geïllustreerd door Rotraut Susanne Berner. Elke tekening neemt steeds twee tegenover elkaar liggende pagina's in beslag en voegt allerlei gekke en ontroerende details (het damestasje van de hyena bijvoorbeeld) aan het relaas toe. Dierfabels en sprookjes zijn ver te zoeken in 'Wat goed van Saar!' van Elle van Lieshout en Erik van Os. Het is een pretentieloos maar in zijn soort geslaagd boekje in het realistische genre. We lezen hierin onder meer hoe Saartje, mede dankzij het engelengeduld en de inventieve pedagogische invallen van haar moeder, van het bedplassen afkomt. Uit het leven gegrepen kortom, en beslist niet ongeestig en evenmin zonder fantasie. Er komt zelfs een 'plaskaboutertje' aan te pas om Saartje te helpen bij haar streven het 's nachts droog te houden. Saartje's belevenissen laten zich moeilijk vergelijken met die van Dom Konijn of het mannetje met zijn stinkende prinses. Qua literaire ambitie en suggestiviteit kan 'Wat goed van Saar!' niet in de schaduw van beide andere boeken staan. Anderzijds sluit het met zijn directe stijl, humor en onderwerpskeuze heel nauw aan bij de belevingswereld van een driejarige en dat is ook wat waard. Smaak, en zeker literaire smaak, kun je pas ontwikkelen wanneer je vrijuit aan een goed voorziene en rijk gevarieerde dis mag toetasten. Er is daarom niets op tegen om ook Saartje op het leesmenu van peuters en kleuters te zetten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden