Dol op appeltjes van oranje

Zijn exclusieve liefhebberij opent de voornaamste deuren. Binnenkort banjert citrusspecialist Dirk Perdijk zelfs door de privétuin van de paus, op zoek naar oranjeboompjes. 'De citrus is deel van ons levende cultureel erfgoed.'

Een bijzonder verzoek was het, dat Dirk Perdijk, een paar jaar na de val van de Berlijnse muur onverwachts bereikte vanuit het Duitse Potsdam. Of hij kans zag 150 sinaasappelboompjes te kweken, voor Sanssouci, het voormalige zomerpaleis van de Pruisische keurvorst Frederik de Grote (1712-1786).

Het paleis van de Hohenzollern met zijn uitgestrekte tuinen had in 1990 het predicaat Unesco werelderfgoed gekregen en ontwikkelde zich tot een nieuwe toeristische trekpleister. De oorspronkelijke citruscollectie van Sanssouci was in de DDR-tijd verloren gegaan. Om het paleis geheel in oude luister te herstellen, moesten ook de oranjeboompjes terugkeren, vonden de nieuwe gezagsdragers.

De opdracht moest wel historisch verantwoord uitgevoerd, wat inhield dat Perdijk boompjes moest kweken van 2,5 meter, met een stamhoogte van 2 meter. Want dat was de maat die de vroegere Duitse keizers passend vonden bij hun imperiale status. Zelfs tijdens het eten pronkten zij met hun oranjeboompjes: in de tafel was een gat gemaakt, zodat de sinaasappelen als voorname decoratie boven de dis hingen. De stamhoogte van de oranjeboompjes was indertijd bij de Oosterburen strikt omschreven: de geoorloofde maat liep af van 2 meter voor de hoogste adel - de keizer - tot 75 centimeter voor de lage adel. Het Nederlandse koningshuis hield destijds diezelfde maat aan - een stuk bescheidener dus dan de Duitse vorsten.

Zeven jaar heeft het Perdijk gekost om de 150 boompjes op te kweken, vertelt de specialist in traditionele botanische technieken aan de koffie bij hem thuis in Glanerbrug. "Bij een onderstamkwekerij in Noord-Spanje heb ik een hele partij onderstammen gekocht, met daarop mooie rechte tussenstammen van mijn eigen keuze. Na een jaar groei heb ik op de stammen enten gezet uit eigen kweek: citrus aurantium, de bekende bittere sinaasappel, waarvan ook oranjebitter wordt gemaakt en marmelade."

Niet alleen in Potsdam, ook elders in Europa zwaaien paleis- en kasteelpoorten en binnenkort zelfs pauselijke deuren voor Perdijk open. De sleutel tot die soepele entree in de maatschappelijk hogere echelons is zijn bijzondere deskundigheid op het gebied van de citrusteelt en -verzorging. Juist in die 'betere kringen' zijn de sinaasappelboompjes erg geliefd, maar kennis over deze exotische planten is dun gezaaid. Zelf zwijgt hij bij elke suggestie in die richting, maar Dirk Perdijk is misschien wel de grootste citrusexpert van Nederland, met een roep tot ver over de landsgrenzen.

Een recent project is Kasteel Freijr, een 17de-eeuws landgoed langs de Maas bij Dinant. De grote verzameling sinaasappelbomen in de klassieke kasteeltuinen - sommige meer dan 250 jaar oud - was hard toe aan een opknapbeurt. "Ik ben er twee keer geweest, dit jaar ga ik weer een ronde snoeien." Ook een kleinzoon van de Zweedse koning Gustav V, graaf Lennart Bernadotte (1909-2004) heeft tot zijn klantenkring behoord. Perdijk knapte de citrusverzameling op van Mainau, het 'bloemeneiland' in de Bodensee, dat de 'groene graaf' had gekregen van zijn vader prins Wilhelm van Zweden (1884-1965). "Na Potsdam riep Slot Weikersheim mijn hulp in, een mooi barokpaleisje in Zuid-Duitsland met een bijzondere oranjerie. Ik heb daar het personeel begeleid, en ook boompjes geleverd voor het slot."

Zoveel wijd en zijd gewaardeerde deskundigheid vergaar je niet op een achternamiddag. Perdijk is dan ook al jong begonnen met zijn exclusieve liefhebberij. "Toen ik vijf jaar was, namen mijn ouders mij mee naar Paleis Het Loo. Daar zag ik voor het eerst citrusboompjes - de toenmalige collectie van Wilhelmina. Ik was zo onder de indruk van die imposante planten dat mijn ouders me een eigen citrus beloofden, als ik zeventien werd. Die eerste plant, een kamersinaasappel, was een mooi oefenboompje, want ik was er al gauw achter dat een citrus geen stekkie van de fuchsia is, maar een moeilijke plant om te houden."

Na een paar jaar experimenteren met grondsoorten, bemesting en bewatering schafte Perdijk een tweede citrusplant aan en daarna volgden er nog vele meer. Zijn collectie groeide in de loop der jaren uit tot 144 verschillende cultivars (varianten). Zoveel boompjes passen met geen mogelijkheid in zijn eigen tuintje. Daarom heeft hij ze in 2010 ondergebracht in een stichting, Behoud Citruscollectie Prik Perdijk, en ze 'gestald' op twee landgoederen, Vollenhoven bij De Bilt en De Gelderse Toren in Spankeren. Niet al zijn planten heeft hij uitbesteed. Enkele tientallen citrusboompjes, een paar laurierstruiken en een olijfboom staan nu nog bij een kwekerij in Boekelo in de winterstalling, maar die komen eind mei - na de ijsheiligen - naar huis, zodat hij er in de zomermaanden zelf van kan genieten.

Met het uitdijen van zijn verzameling nam ook zijn kennis toe over deze bijzondere plantengroep van sinaasappels, citroenen, limoenen, grapefruits, pomelo's, mandarijnen en kumquats. Want van elke nieuwe aanwinst - vaak door hemzelf opgekweekt uit oud entmateriaal, stekjes die hij uit andere collecties mee naar huis kreeg - bestudeerde hij grondig de bladvorm en -kleur en de grootte en vorm van de vruchten.

Prinsgezind

Om meer te weten te komen over de vaderlandse geschiedenis van de 'appeltjes van oranje' ging hij op zoek naar literatuur uit de begintijd van de citruscultuur in Nederland. In 'Nederlantze Hesperides' bijvoorbeeld, een werk uit 1676, met de lange ondertitel 'Dat is, Oeffening en Gebruik Van de Limoen- en Oranje-Boomen; Gestelt na den Aardt, en Climaat der Nederlanden', heeft hij al menig uurtje studie zitten. "De schrijver, Johannes Commelyn," licht Perdijk toe, "was koopman in Amsterdam en tevens een van de Heren XVII, het centraal bestuur van de Vereenigde Oostindische Compagnie. Nadat de VOC het verbod op het transport van levende planten had opgeheven, werd Commelyn een van de eerste grote verzamelaars van citrussen."

Ook uit 'Den Nederlandtsen Hovenier' van J. van der Groen (1679), waarin de aanleg en beplanting wordt beschreven van 'Princelijke en Heerlijke Lust-hoven en Hofsteden' in Nederland, heeft hij aardig wat historische kennis over citrussen opstoken. "In dat boek worden onder andere de tuinen beschreven van het Prinselijk Huis te Honselersdijk, waar koning-stadhouder Willem III en zijn vrouw Mary Stuart, koningin van Engeland, vaak verbleven, voordat ze Paleis Het Loo betrokken. Zij waren dol op de citrusboompjes met hun oranje vruchten, die vanwege de kleur destijds ook de prinsgezinden in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden erg aanspraken. Door een oranjeboompje in het zicht te plaatsen, toonde je openlijk prinsgezind te zijn."

Om zijn vakkennis over citrus in de Nederlanden nog verder te vergroten, spoorde Perdijk, in samenwerking met onder andere de Universiteit Leiden, de tegenwoordig nog bestaande citruscollecties op en inventariseerde die, bij particulieren, op landgoederen, in universiteitshortussen. Door gebrek aan deskundige verzorging bleken veel collecties niet in goede conditie te verkeren. Juist op dat vlak heeft Perdijk een grote troef in handen. "Toen ik op de hogere tuinbouwschool in Boskoop zat, werd ik gegrepen door de zogenoemde beredeneerde snoeiwijze, een traditionele, van oorsprong Noord-Franse manier van snoeien die rekening houdt met de groeikracht, groei en bloeiwijze van een boom. Door op deze wijze te snoeien kun je een plant naar je hand zetten en weet je precies wat ermee gaat gebeuren. Oude bomen gaan er weer volop vrucht door dragen en ook de oorspronkelijke vorm van de bomen kun je ermee herstellen. Mijn olijfboom snoei ik op dezelfde beredeneerde wijze, met een rijke olijvenoogst als resultaat."

Behalve het beheer van zijn 144 citruscultivars heeft de Stichting Behoud Citruscollectie Dirk Perdijk tevens als doel de citruscultuur in Nederland te behouden en verder te ontwikkelen, onder meer door het veiligstellen van genetisch materiaal van citrussoorten, rassen en cultivars. Een van de speerpunten van de stichting is aanwezige kennis over de citruscultuur in Nederland toegankelijk te maken voor het grotere publiek. Op een website in aanbouw wil Perdijk zoveel mogelijk van zijn eigen specialistische kennis overdragen aan de hedendaagse oranjerieliefhebber.

"Citrus is een ongewoon stukje Nederlandse cultuur, waar we zuinig op moeten zijn," meent Perdijk. "Wat Rembrandts Nachtwacht is voor de Nederlandse schilderkunst, is een oude citrus voor ons levende cultuurgoed."

Banjeren door de tuin van de paus

Dirk Perdijk heeft al heel wat citruscollecties in Nederland en Europa afgestruind, maar de privétuin van de paus ontbrak nog aan zijn lijstje. Binnenkort zwaaien ook daar de deuren voor hem open. "Via Antoine Bodar en de Friese kerk in Rome ben ik aan de gegevens van de tuinbaas gekomen. Die heb ik gemaild met mijn verzoek om de pauselijke citrusverzameling te bekijken en entmateriaal te verzamelen van cultivars die ik nog niet ken. Hij vond het leuk, op 3 juni ben ik welkom." Strikt verboden toegang, die tuin, waar ook de groente van de paus wordt gekweekt. Maar niet voor Perdijk. Die banjert straks tussen de pauselijke boontjes en sla door, op zoek naar oranjeboompjes.

Drie boompjes op elkaar

Een citrusboompje is een soort drietrapsraket, bestaande uit drie boompjes op elkaar. De onderstam met de wortels bepaalt de groeikracht, de tussenstam bepaalt de vorm van de stam - recht of krom, en de ent - het oudste onderdeel van het boompje - bepaalt de soort sinaasappel of citroen. De oudste citrusboompjes van Nederland zijn te vinden bij Paleis Het Loo en op landgoed Twickel (bij Hengelo). Sommige enten zijn wel 350 jaar oud.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden