Dokter vindt tuchtrecht beter dan de patiënt

door Joop Bouma

De tuchtrechtspraak geniet respect en aanzien bij medisch beroepsbeoefenaren, maar klagers, meestal patiënten, lijken minder tevreden.

Begin vorig jaar werd in een rapport, opgesteld voor het ministerie van vws, sterk aangedrongen op onderzoek naar de publiekstevredenheid over de regionale tuchtcolleges voor de gezondheidszorg. De aanbevelingen uit dit rapport worden echter op z’n vroegst volgend jaar besproken tussen het ministerie en de tuchtcolleges, zegt een woordvoerder van vws.

Uit een enquête bij de evaluatie van de wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG) was eerder al gebleken dat de drempel voor patiënten om een klacht in te dienen tegen de dokter, psychiater, tandarts, fysiotherapeut of verpleegkundige, hoog is.

Een patiënt heeft moed nodig om een klacht in te dienen, bleek toen. Verder werd duidelijk dat patiënten twijfelen aan de objectiviteit van de tuchtcolleges. En de wachttijd tot afhandeling van de klacht vonden ze veel te lang.

De punten van kritiek komen naar voren in een onderzoek van ir. A. Zomerman, in opdracht van het ministerie van vws. Zomerman sprak in 2004 met vertegenwoordigers van regionale tuchtcolleges, de artsenfederatie KNMG, de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en ambtaren van Justitie.

Uit de studie bleek ook dat de tuchtcollege’s niet of onvoldoende nagaan of de sancties die worden opgelegd, ook daadwerkelijk worden nageleefd.

Burgers vinden dat bij uitspraken de medisch beroepsbeoefenaren de hand boven het hoofd wordt gehouden, aldus Zomerman. „Hoewel dit wellicht deels een imagoprobleem is, lijkt het raadzaam te bezien of verdere actie gewenst is.”

Zomerman pleit in zijn rapport onder meer voor een reorganisatie van het tuchtrecht. Hij vindt vijf regionale tuchtcolleges wel erg veel voor een landje als Nederland – Groot-Brittannië heeft er slechts twee.

De constatering van Zomerman dat tuchtcolleges respect en aanzien genieten bij medisch beroepsbeoefenaren, kreeg begin dit jaar overigens geen steun in een proefschrift van Erik Hout, onderzoeker aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Het tuchtrecht werkt onvoldoende als instrument om de kwaliteit van de gezondheidszorg te verbeteren, stelde hij. Artsen vinden dat tuchtcolleges niet genoeg rekening houden met de professionele normen. Artsen denken veel negatiever over het tuchtrecht dan advocaten, zegt Hout. De tuchtcolleges hebben, zo bleek, bij het vaststellen van hun standaarden soms weinig gevoel voor de medische praktijk. Bijna de helft van de arts-leden van de tuchtcollege’s herkende de kritiek van Hout.

Het artsenblad Medisch Contact analyseerde in 2005 de uitspraken van het hoogste tuchtorgaan van medisch beroepsbeoefenaren, het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG). Daarbij bleek dat waarneer dit CTG een uitspraak van een regionaal tuchtcollege vernietigde, dit in twee derde van de gevallen uitpakte in het voordeel van de arts.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden