Doetjes

Rond drie uur in de middag, op de 27ste van de maand mei van het jaar onzes Heren 1610 in Parijs, werd François Ravaillac op een stortkar gehesen. En terwijl hij door een hysterische menigte werd beschimpt, bespuugd en bekogeld, werd de veroordeelde naar de Place de Grève gereden. Ravaillac was in de ochtend door het Parijse parlement schuldig verklaard aan de moord op koning Hendrik IV. Ongeveer twee weken daarvoor had hij met een gestolen mes de koning, die in zijn koets zat, dodelijk verwond. Na een laatste martelsessie waarbij hij bewusteloos raakte, werd de moordenaar in de middag aan zijn beulen overgedragen. Toen François Ravaillac op het schavot klom, werd hij door de beulen vastgezet. Met tangen en andere scherpe instrumenten werden verschillende plekken van zijn lijf opengesneden: tepels, armen, dijen. Tegelijk werd zijn rechterhand, waarmee hij de moord had gepleegd, met vuur van zwavel verbrand. In de wonden van de veroordeelde werden verschillende substanties gegoten: gesmolten lood, kokende olie, pek, hars en was. Vervolgens werd de nog levende Ravaillac op een rad gelegd en werden zijn ledematen aan vier paarden vastgebonden. Hoewel de trekkracht van de paarden behoorlijk was, lukte het niet om armen en benen van de romp te scheiden. Een van die paarden raakte zelf uitgeput en werd door de meetrekkende menigte geholpen. Een beul besloot in die ledematen te snijden om de vierendeling te bespoedigen. Eindelijk lukte het en na meer dan twee uur foltering blies François Ravaillac, 33 jaar, zijn laatste adem uit. De woeste menigte ging er met de ledematen vandoor.

Deze morbide beschrijving tart de verbeelding van ons, beschaafde burgers. Voorbeelden van dergelijke barbaarse praktijken zijn talrijk en betreffen niet alleen koningsmoordenaars. In de tussenliggende 400 jaar heeft de mensheid een grote sprong voorwaarts gemaakt. In de EU bestaat geen land meer dat de doodstraf toepast, laat staan dergelijke folteringen in zijn strafrecht tolereert. De rechten van veroordeelden worden gegarandeerd en wrede wraakzuchtigheid is taboe. En toch schijnen er steeds meer klachten van veroordeelden te bestaan over inhumane behandeling. Gisteren, bijvoorbeeld, werd bekend dat de Noor Anders Breivik aangifte heeft gedaan van marteling tegen de Noorse minister van justitie en de directeur van zijn gevangenis. Breivik heeft geen koning om zeep geholpen. Als massamoordenaar is hij wel verantwoordelijk voor een moord of 77. Maar ja, ook een monster heeft rechten en daarom klaagt Breivik over zijn eenzame opsluiting. Eerder al had hij concrete voorbeelden gegeven van de martelpraktijken die de Noorse autoriteiten op hem toepassen: hij kreeg koude koffie en niet genoeg boter op zijn brood. Altijd beter dan gesmolten lood op je wonden, zou je zeggen.

Dit is ook het verschil met 400 jaar geleden. Fanatiekelingen als Ravaillac gingen nog dapper hun verschrikkelijke lot tegemoet. Maar moordenaars als Breivik of Volkert van der G. (hij ging in honger-vruchtensap-staking wegens te weinig bezoek en luchtmomenten) zijn doetjes die alsmaar zeuren en procederen. Een mogelijkheid die ze koel en berekenend hun slachtoffers hebben ontnomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden