Doet zij het beter dan haar voorgangers?

Joska Roelfsema studeert volgende zomer af op de pabo van de Hanzehogeschool Groningen, waar rekenen en taal de lessen domineren. Levert dit nieuwe curriculum al betere leerkrachten op? Het laatste deel van een tweeluik over de pabo.

Tranen biggelen over Tycho's wangen als hij bij juf Joska op schoot klimt. De vierjarige zit pas in groep 1 en moet daar nog erg aan wennen. En nu is hij ook nog gevallen tijdens het buitenspelen. Juf Joska strijkt even door zijn haren en stelt voor dat hij een slokje water gaat drinken. Op het plein dient zich al een volgend klusje aan. Vier jongetjes staan moeilijk naar een boom te kijken, waarin hun vouwvliegtuigje is blijven steken. Met een bezemstok schudt juf Joska hem uit de boom. De kleuters juichen.

Elke maandag en dinsdag staat derdejaars pabo-student Joska Roelfsema (24) voor de klas in groep 1-2 van basisschool de Beijumkorf in Groningen. Ze poetst blauwe verf van neuzen, legt een knutselopdracht uit en start ondertussen gauw een nieuw spel voor de kleuters die met het digibord aan het werk zijn. "Juf, hoe heet dit ook alweer?", roept een donkerharig meisje door de klas terwijl ze een prentenboek opengeslagen houdt. "O ja, een file!"

De ranke studente met steil donker haar, aan één kant weggestoken met een schuifspeldje, deed na de havo eerst een mbo-opleiding tot schoonheidsspecialiste. Daarna besloot ze alsnog naar de pabo te gaan. "Vroeger wilde ik altijd juf worden, mijn vader is leerkracht in het speciaal onderwijs. Maar op de middelbare school dacht ik aan andere dingen - mode, uiterlijke verzorging - toch kwam ik steeds weer bij de pabo uit."

De afgelopen jaren werden de opleidingen tot basisschoolleerkracht zwaar bekritiseerd. Afgestudeerden zouden niet meer kunnen rekenen en spellen. Bovendien hadden ze te weinig algemene kennis. Dat moest anders, want de kwaliteit van het onderwijs staat of valt met de leraar voor de klas. Op de pabo werden onder meer taal- en rekentoetsen ingevoerd voor eerstejaars studenten. Wie drie keer zakt, moet met de opleiding stoppen. Volgend jaar komen daar landelijke eindtoetsen bij op het gebied van rekenen en taal. Studenten kunnen pas afstuderen als ze die 'examens' hebben gehaald.

Merken ze in het basisonderwijs al iets van die veranderingen?

Op de pabo van de Hanzehogeschool Groningen denken ze van wel, zegt directeur Peta de Vries. In 2010 ging het hele studieprogramma er op de schop. Studenten krijgen nu drie keer zoveel rekenen-wiskunde en twee keer zoveel taal-Nederlands. Daarbij komt dat studenten het hele jaar door naast hun opleiding stage lopen. Eén dag per week vanaf het tweede semester in het eerste jaar, vanaf het derde jaar twee dagen per week en in het laatste jaar doen ze een voltijdse stage van zes maanden.

Dagopening
"Stagiairs komen beter beslagen ten ijs", vertelt Joska's stagebegeleider Hetty van Rijn tijdens de middagpauze op de Beijumkorf, tussen twee boterhammen en een kop thee door. Voorheen was ze veel tijd kwijt aan het doorspreken en uitleggen van haar lessen. "Studenten waren vooral bezig met het uitzoeken van een leuke les."

Bij Joska is dat een heel ander verhaal. "Ze weet hoe ze taal- en rekenonderwijs bij kleuters moet aanbieden. Ze komt zelf met voorstellen voor een hele schooldag en houdt daarbij ook nog rekening met verschillende niveaus in de groep. Ze denkt na: sluit een les aan bij het kind en zijn belevingswereld?"

Hoe dat er in de praktijk uit ziet? Tijdens de dagopening in de kring leert Joska de kleuters niet alleen om naar elkaar te luisteren en hun vinger op te steken voor ze iets zeggen ('juf Joska, ik heb een keer een flat gezien', toetert een jongetje door de klas). Hulpjes Elsa (4) en Nina (5) hebben de 'taak' hun klasgenoten te tellen. Vierentwintig, concludeert de eerste. Nina controleert en telt inderdaad elf jongens en dertien meisjes. "Zijn er dan meer jongens dan meisjes, of andersom?", vraagt juf Joska aan de kleuters. "En hoeveel verschil zit daartussen?"

De verschillen in de klas zijn groot: er zitten kruimels die net vier zijn geworden en zesjarigen die na de vakantie naar groep 3 gaan. "De kunst is om ieder kind uit te dagen op zijn niveau. Tijdens de kring weet je dat bepaalde leerlingen meer kunnen dan andere, die stel je moeilijkere vragen. Je probeert alle kinderen een succeservaring te geven."

"Het leuke aan lesgeven bij de kleuters is dat ze echt aan het ontdekken zijn", zegt Joska, die zelf een dochter van drie heeft. "Het is mooi om te zien hoe ze zich ontwikkelen en ze zijn altijd enthousiast."

Maar leer je het vak nou op de opleiding of in de praktijk?

Niet overdrijven
Sommige docenten op basisschool de Beijumkorf zijn sceptisch over al die eisen waaraan pabo-studenten tegenwoordig moeten voldoen. "De gewone pabo'er voldoet prima voor de klas. Dat was vijf of tien jaar geleden ook zo", zegt bijvoorbeeld Renze Schat, de energieke leerkracht van groep 7, die af en toe eens op een tafel klimt en dropjes uitdeelt om zijn leerlingen in het gareel te houden.

Wat zal hij ervan zeggen... Ze maken wel eens een spelfout, maar ze zijn bedrevener in het bedienen van het digibord dan hijzelf, zegt Schat. "Ik heb nooit gemerkt dat ze te weinig kennis hadden. Voor de klas is één ding belangrijk: of je gevoel voor die kids hebt. Tuurlijk heb je een basisopleiding nodig, maar onderwijs geef je niet aan machines maar aan mensen."

Ook Van Rijn vindt dat de opleidingen niet moeten overdrijven. Ze vragen wel erg veel van de huidige lichting pabo-studenten. Het draait niet alleen om kennis, je moet ook 'feeling' hebben voor kleuters, benadrukt ze. "Een eerdere stagiair had dat niet, dan wordt het een lijdensweg."

Volgens Van Rijn wordt er nu wel heel eenzijdig ingezet op de cognitieve ontwikkeling van leerlingen door de leerkracht. "De sociaal-emotionele kant raakt in de verdrukking. Er zijn mbo'ers die er heel veel gevoel voor hebben en die didactisch misschien wel heel goed zijn. Het is niet alleen een kwestie van bedenken: wat is sneller en effectiever? Je werkt wel met kleuters."

Natuurlijk, haar vak is veranderd. Een lieve juf die mooi kan voorlezen is belangrijk, maar niet genoeg. "Er wordt steeds meer van kinderen verwacht. Vroeger moesten kleuters in groep 1 tot zes kunnen tellen, nu gaan we tot de tien in groep 1 en in groep twee tot twintig. Dus wordt er ook steeds meer van de leerkracht verwacht." Maar ze heeft moeite met mensen die ervoor pleiten dat er allemaal academici voor de klas moeten komen. "De pabo wordt steeds minder aantrekkelijk. Je maakt door zoveel eisen te stellen vele dromen met de grond gelijk."

Schooldirectrice Marga Hesseling heeft daar minder moeite mee. Ze wil niemand een baan ontzeggen, zegt ze. Maar ze heeft een voorkeur voor havisten en vwo'ers. "Wij willen zo hoog mogelijk opgeleide leerkrachten."

Want talent, gevoel voor kinderen en gezelligheid maken nog geen goede leerkracht, zegt Hesseling. "Het draait om kennis. Het hele taalsysteem is op 7-jarige leeftijd klaar. Als een kind van vier binnenkomt moet je dus heel goed weten hoe de taalontwikkeling en -verwerving loopt. De kleuters mogen het ervaren als spelen, maar docenten mogen geen minuut verknoeien."

Het beeld van de ideale leerkracht is veranderd, vult Anne Overbeek, stagecoördinator op de Beijumkorf, aan. Was dat vroeger een meester die alles wist, nu is dat een leerkracht met een onderzoekende houding. Een leerkracht die alleen maar kan uitvoeren is niet meer genoeg. "Als een kind iets niet snapt moet je je afvragen waar dat aan ligt: leg ik het verkeerd uit? Heeft het met zijn thuissituatie te maken? Scheelt er wellicht iets aan zijn gehoor? Een leerkracht moet zelf op zoek gaan naar een oplossing."

Maar door de focus op de cognitieve ontwikkeling van kinderen komen 'zachte' activiteiten als handvaardigheid wel eens onder druk te staan, zegt Hetty van Rijn. Niet alleen op de pabo, ook op de basisschool is minder tijd voor creatieve activiteiten. "Stagiairs vinden het moeilijk om het niveau van de kleuters in te schatten bij creatieve lessen." Al vindt Van Rijn ook dat docenten op een moderne basisschool niet alles zelf hoeven te kunnen. "De ene collega is sterker in gym, de andere in muziek. We moeten gebruik maken van elkaars talenten, dat doen we hier ook."

Leraar van de toekomst
Of een leerkracht die beter is in taal- en rekenen daadwerkelijk het verschil maakt, zal moeten blijken. Volgende zomer studeert de eerste lichting leraren van de toekomst af in Groningen. Joska heeft het taal- en rekenonderwijs volgens haar stageschool beter in de vingers dan haar voorgangers, maar maakt haar dat ook tot een betere juf voor leerlingen als Tycho?

"Het is een moeilijke vraag", zegt pabodirecteur Peta de Vries. De nieuwe leraren zijn misschien minder onderlegd in muziek en handvaardigheid, maar hun basis is beter, zegt ze. "Studenten waren na de pabo altijd wel klaar om een klas te runnen, maar inhoudelijk waren ze niet altijd sterk genoeg." Die zwakke leerkrachten zullen de eindstreep in ieder geval niet meer halen, denkt ze. "Ik sprak laatst een directeur die zei: op mijn school staan mensen voor de klas die het nu misschien niet hadden gered op de pabo."

Eerst een paar jaar invalwerk
De nieuwe leerkracht mag beter beslagen ten ijs komen, een vaste baan na afstuderen zit er voor de meesten niet direct in. Op dit moment heeft meer dan de helft van de pasafgestudeerde leerkrachten in het basisonderwijs een tijdelijke aanstelling of een invalbaan, blijkt uit cijfers van het Researchcentrum voor onderwijs en arbeidsmarkt (ROA). Tot 2015 neemt het aantal banen in het basisonderwijs verder af vanwege dalende leerlingaantallen, blijkt uit arbeidsmarktprognoses van het CAOP (kennis- en dienstencentrum op het gebied van arbeidszaken). Basisscholen zullen dus eerder docenten moeten ontslaan in plaats van aannemen.

Vanaf 2015 zullen door pensionering banen in het basisonderwijs vrijkomen, al zullen dat er door de krimp minder zijn dan het aantal vertrekkende docenten. De verwachting is dat vanaf 2017 de arbeidsmarkt voor beginnende leerkrachten aantrekt omdat de leerlingendalingen dan tot stilstand zullen komen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden