Doet u mij maar een hersenschokje, dokter

Met elektrische stroompjes kunnen de hersenen zo gestimuleerd worden dat ze iets beter werken. Wetenschappers zijn nu voor eens en voor altijd aan het uitzoeken of dat ook nut heeft voor mensen die delen van hun taalvermogen verloren zijn.

Beter presteren, daar kun je tegenwoordig gewoon een apparaatje voor kopen in de winkel. Het is een soort plaatje dat je hersens stimuleert. Plak het op je hoofd en het stuurt een stroompje door je hersenen. Die werken daardoor beter.

Vooral gamers wagen zich aan het experiment. Met een apparaat dat stroom door hun hersenen jaagt, kunnen ze een heel klein beetje sneller reageren en worden ze ietsje beter in problemen oplossen. Dat lijkt genoeg om meer te winnen.

Tdcs heet het, transcranial direct current stimulation, wat zoveel betekent als stimulatie van het brein door er een elektrische stroom doorheen te laten lopen. Die stroom hoeft niet meer te zijn dan wat een batterijblokje van 9 volt opwekt. Er zijn twee elektroden nodig, de plus- en de minpool, waartussen de stroom loopt. Die plak je op je hoofd. Je voelt alleen een kleine tinteling. En voor de hersenen is het bekend terrein, want die geven zelf ook voortdurend kleine stroompjes af, waarmee signalen worden overgebracht van het ene naar het andere hersengebied. Tdcs doet dat alleen van buitenaf.

Gamen is zeker niet het enige dat een beetje beter gaat met tdcs. Ook bij allerlei hersenziekten lijkt het vooruitgang te kunnen opleveren, bleek de afgelopen jaren uit onderzoek. Mensen met alzheimer gaan beter onthouden, parkinsonpatiënten beter bewegen. En ook gezonde mensen hebben er wat aan, bijvoorbeeld bij het leren van nieuwe woorden. Duitse neurowetenschappers lieten dat zien door proefpersonen vijf dagen achter elkaar nieuwe woordjes te laten leren bij plaatjes. De ene groep met hersenstimulatie, de andere groep zonder. De groep die tdcs kreeg tijdens het instuderen van de woordjes, leerde ze sneller en beter, schreven de onderzoekers in hun artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Cortex in 2014. Na een week scoorden ze nog steeds beter op de woordjestest dan de groep die het zonder hersenstimulatie moest doen.

Euforisch

Maar hoe zit het als de woorden die al in de hersenen zitten niet goed meer geactiveerd raken, zoals bij mensen met afasie? Kan dat met hersenstimulatie hersteld worden, zodat ze weer sneller op hun woorden komen en een normaal gesprek kunnen voeren? Met de komst van de nieuwe methode om de hersenen met kleine elektrische stromen te stimuleren, sloeg men euforisch aan het onderzoeken bij afasiepatiënten.

"Elektriciteit is in alle eeuwen uitgeprobeerd om mensen beter te maken", zegt Mieke Van de Sandt-Koenderman. Ze is klinisch linguïst bij Rijndam Revalidatie in Rotterdam en doet onder meer onderzoek naar het effect van de elektrische stroompjes op het herstel van mensen met afasie. "Het duikt telkens weer op en daar is een reden voor." Meer dan tweeduizend jaar geleden werden al sidderroggen ingezet om met hun schokken de pijn te verdoven bij mensen met artritis en jicht. En vanaf het eind van de achttiende eeuw waren er artsen die elektroshocks inzetten om blindheid, depressie en psychosen te genezen.

Bij mensen met afasie was het nog niet eerder geprobeerd. Zij kunnen niet goed meer praten en begrijpen, omdat delen van hun hersenen die met taal te maken hebben - doorgaans in de linkerhersenhelft - beschadigd zijn geraakt, meestal door een beroerte. Stel je voor dat zij opeens weer beter kunnen spreken, alleen maar door een beetje elektriciteit door hun hersenen te jagen.

"Het idee van de elektrostimulatie is dat die de rustpotentialen verandert tussen hersencellen", legt Van de Sandt-Koenderman uit. Een hersencel in rust is dan iets actiever dan normaal en reageert vervolgens sneller op een prikkel. "Daardoor wordt een signaal makkelijker doorgegeven tussen verschillende hersengebieden. Het brein heeft dan minder activiteit van zichzelf nodig."

Dat is precies wat afasiepatiënten kunnen gebruiken. Veel van hen hebben last van woordvindingsproblemen. Ze vinden het juiste woord pas als ze op weg geholpen worden met bijvoorbeeld een beginletter - of het lukt helemaal niet. Dat maakt de communicatie zeer moeizaam, waardoor deze patiënten niet meer kunnen werken of meedoen in de maatschappij.

Dagelijks leven

Dus werd tdcs verwachtingsvol omarmd als een mogelijk wondermiddel. Italiaanse wetenschappers toonden in 2008 als eersten aan dat mensen met afasie beter werden in het benoemen van wat er op een plaatje stond als hun hersenen elektrisch gestimuleerd werden. Van de veertig plaatjes in totaal wisten de mensen die een elektrische stimulans van de hersenen kregen, van gemiddeld ruim veertien plaatjes te zeggen wat erop stond. Zonder stroompje waren dat er ruim elf, dus tdcs leverde een winst van drie plaatjes op. Dat lijkt misschien niet veel, maar in het dagelijks leven, met al die woorden die je gebruikt, kan dat toch een verschil maken.

Latere studies voegden er een therapieaspect aan toe: patiënten kregen meerdere dagen tdcs in combinatie met taaltherapie. Ook daarin gingen de elektrisch gestimuleerde patiënten doorgaans meer vooruit.

Die eerste resultaten brachten een euforie teweeg onder afasiewetenschappers. "We dachten: dit is het", zegt Roelien Bastiaanse, hoogleraar neurolinguïstiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. "Maar het is nog wel de experimentele fase." Wat betekent dat de meeste onderzoeken nog wel beperkingen hadden, waardoor je moeilijk de resultaten kon generaliseren naar grote groepen afasiepatiënten. Ze testten weinig patiënten, werkten soms zonder goede controlegroep en keken niet naar het effect van de elektrotherapie in het dagelijks leven.

"De resultaten tot nu toe laten zien dat patiënten misschien twee plaatjes meer kunnen benoemen", zegt Bastiaanse. "Maar de vraag is of ze er in het dagelijks leven beter van gaan praten. Dat is toch wat je wilt weten." Daarom loopt er een groot onderzoek dat echt moet gaan uitmaken wat tdcs kan betekenen voor afasiepatiënten in de praktijk.

Die studie voert Van de Sandt-Koenderman uit in het Erasmus MC en Rijndam Revalidatie in Rotterdam, en ook andere revalidatiecentra doen eraan mee. "Het is een gerandomiseerde studie volgens de regels der kunst", vertelt ze. "De patiënten moeten ook weer plaatjes benoemen. De ene groep krijgt elektrostimulatie, de andere niet, en patiënt, behandelaar en onderzoeker weten alle drie niet wie wat krijgt. Bovendien onderzoeken we of mensen er in hun dagelijkse taalgebruik op vooruit gaan door scenario's aan ze voor te leggen en te kijken wat ze in die gesprekken zeggen."

Volgens Bastiaanse moeten dit onderzoek en een andere grote studie die nu loopt in de Verenigde Staten, echt het verschil maken. Als er niks uitkomt, kunnen we er net zo goed mee ophouden, vindt ze. "De euforie van het begin is weggeëbd. Er is nog nooit iets spectaculairs gevonden. Dit jaar is er een groot internationaal congres waarop we een kritische discussie voeren. Moeten we hier wel mee doorgaan? Uit de studies komt dat de ene persoon een beetje vooruit gaat en de ander er geen baat bij heeft. Voor het dagelijks leven verwacht ik niet dat het veel uitmaakt. Niet dat ik de moed heb verloren, maar we weten niet goed hoe we het moeten doen."

"We weten niet wat er gebeurt met tdcs", erkent ook Van de Sandt-Koenderman. "Wat doet het precies? Waar moeten we de elektroden plakken? Hoe intensief moet de stimulatie zijn? Hoe lang moet die duren? Waarom lijkt het voor de ene patiënt wel te werken en voor de andere niet, of zien we soms zelfs een verslechtering?"

Doorgaans raakt de taal beschadigd als iemand hersenletsel krijgt in zijn linkerhersenhelft. Taal zit niet in één gebied in het brein, maar bij het gebruiken ervan zijn allerlei gebieden actief, die samen een soort taalnetwerk vormen. Dat zijn bijvoorbeeld gebieden voor het begrijpen, het plannen van wat je wilt zeggen en voor het aansturen van de tong- en mondspieren. Als een deel van die hersengebieden wegvalt door een beroerte raakt het hele netwerk verstoord en krijgt de taal een opdoffer. In de eerste maanden na de beroerte herstelt het netwerk zich weer deels en nemen gezonde hersengebieden ook functies over van het kapotte gebied. Maar vaak blijft een deel van de taal gestoord.

Schade is schade

"De beschadigde gebieden gaan het niet meer doen. Schade is schade", stelt Van de Sandt-Koenderman. "Maar in de gebieden eromheen gebeurt nog van alles. Daar worden juist meer verbindingen aangemaakt en een complexer netwerk gebouwd. Het idee is dat de hersenstimulatie daarmee kan helpen."

"Maar wat willen we dat de hersenstimulatie doet: het omliggende weefsel activeren of juist de rechterhersenhelft deactiveren?", vraagt Bastiaanse retorisch. Bij de ene patiënt kan de rechterhersenhelft een deel van de taalfuncties overnemen, bij de ander kan het zijn dat het taalnetwerk in de linkerhersenhelft zich inmiddels zodanig hersteld heeft, dat de bemoeienis van de rechterhersenhelft alleen maar tegenwerkt. De ene patiënt is dus gebaat bij een elektrische stroom die de rechterkant stimuleert om mee te doen, bij de andere patiënt werkt het juist beter om dat deel van het brein te onderdrukken. Dat maakt het gebruik van tdcs bij afasiepatiënten ingewikkeld. En er zijn onderzoeken met grote groepen patiënten nodig om tussen al die variatie effecten van tdcs te vinden die voor iedereen gelden.

Toch is Van de Sandt-Koenderman hoopvol. "Als ik dat niet was, zou ik deze studie niet doen. Maar ik kan al wel zeggen dat tdcs afasiepatiënten niet beter gaat maken. Het gaat om hooguit een paar procent meer herstel van het taalvermogen bovenop wat je met de reguliere therapie kunt bereiken. En voor sommigen dat niet eens." Dat is voor haar geen reden om er dan maar mee op te houden. "Het is makkelijk, veilig en goedkoop. We willen daarom snel weten of het iets doet, zodat we het al dan niet aan de behandeling kunnen toevoegen."

Bastiaanse is bang dat therapeuten het om diezelfde redenen al gaan gebruiken, voordat bekend is hoe tdcs het best ingezet kan worden. "Een logopedist kan gewoon een apparaat op internet bestellen en op het hoofd van patiënten zetten. Patiënten vragen daar ook om, want ze hebben in de krant gelezen dat het werkt. Maar ik betwijfel ten zeerste of patiënten er echt iets aan gaan hebben." Daarnaast speelt nog de vraag welke langetermijneffecten de elektrische stimulatie heeft. Daar is maar weinig over bekend. Het lijkt bij sommige mensen epileptische aanvallen te kunnen opwekken.

Voorzichtigheid is geboden. En dat geldt net zo goed voor scholieren die het willen gebruiken bij het leren van Franse woordjes of gamers die er wedstrijden mee proberen te winnen. Bovendien, als iedereen tdcs gaat gebruiken, dan wint uiteindelijk toch gewoon weer de beste.

Ingeplugd bij de psychiater

Inmiddels is al voor heel wat psychiatrische stoornissen bekeken of tdcs enig effect heeft op de genezing. Vooral depressie is flink onder de loep genomen, maar ook schizofrenie, verslaving en dwang- angst- en eetstoornissen zijn onderzocht. In een overzichtsartikel in het wetenschapstijdschrift Journal of Psychiatric Research dat eind december online kwam, stellen Britse onderzoekers dat het gebruik van een elektrische stroom door de hersenen psychiatrische patiënten echt een beetje beter lijkt te maken. Mensen met een zware depressie krijgen een lichter gemoed van de hersenstimulatie en schizofreniepatiënten hebben minder last van hallucinaties. Het zou veel geld schelen en het patiëntenwelzijn ten goede komen als mensen er minder medicijnen door hoeven in te nemen. Maar zover is het nog niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden