’Doet u die uitvaart maar in uw eigen tijd’

Uitvaartplechtigheden zijn tijdrovende en dus dure bezigheden voor geestelijk verzorgers in verpleeghuizen. Laat anderen het maar doen, vinden managers. Rieke Mes van de beroepsvereniging VGVZ geeft ze gelijk. Verpleeghuispastores vinden dat ’begraven erbij hoort’.

Humanist en pastoor, uitvaartleider en huisvriend, allemaal begeleiden ze doden op hun laatste gang.

Geestelijk verzorgers in verzorgings- en verpleeghuizen nemen veel begrafenissen en crematies voor hun rekening. Geen probleem: de uitvaartverzekering dekt dat. Maar lang niet iedereen heeft zo’n verzekering – en niet in elke verzekering is een uitvaartplechtigheid opgenomen.

De zorgverzekering dekt de kosten tot een patiënt de laatste adem uitblaast, zegt Wybe Dijk, voorheen pastor in de psychiatrie en nu stafmedewerker van Reliëf, een christelijke vereniging van 320 zorgaanbieders.

En dat is bijna letterlijk bedoeld, merkte Rieke Mes uit Den Bosch toen ze laatst de voorwaarden voor vergoeding van de AWBZ erop nalas. Mes is van de Vereniging van geestelijk verzorgers in zorginstellingen (VGVZ), belast met verpleeg- en verzorgingshuizen. „De verpleging mag, als je sterft in een verpleeghuis, hooguit je ogen sluiten. Alle verdere handelingen, zoals het afleggen, zijn voor rekening van de familie”, zegt Mes. De uitvaarten worden al helemaal niet vergoed. Toch vinden ze, onder begeleiding van geestelijk verzorgers, plaats. En dat is een bron van fricties.

Rieke Mes spreekt van een tendens onder het verpleeghuismanagement. „De verpleeghuispastor mag iemands uitvaart leiden, maar niet in de baas zijn tijd.”

Wybe Dijk snapt wel waarom zorginstellingen weinig voelen voor medewerking. De voorbereiding van een uitvaartplechtigheid plus nazorg kost zeker acht uur. „Bij een gecompliceerde familie zit je zo aan het dubbele”, zegt Dijk. Kosten: 250 tot 500 euro.

Acht tot zestien werkuren, dat zijn een tot twee werkdagen, een groot deel van de beschikbare werktijd van geestelijk verzorgers, zegt Dijk, want ze werken ’bijna allemaal in deeltijd’. „Bij een halve baan kost een moeilijke uitvaart je ongeveer een hele werkweek. Dan kom je aan andere taken minder toe. Ik snap best waarom verpleeghuizen er geen zin in hebben.”

Naar schatting van Rieke Mes heeft een geestelijk verzorger in een beetje verpleeghuis 50 tot 70 uitvaarten per jaar te leiden: ruim één per week.

Het beleid van verpleeghuizen varieert, leert een rondgang langs enkele huizen, van ’het leiden van een begrafenis hoort bij het werk, al is er geen vergoeding voor’, tot ’doet u, pastor, die crematie maar in uw eigen tijd’. Dat laatste wordt de norm. Mes stelt dat ’meer dan de helft’ van de verpleeg- en verzorgingshuizen niet meer op wenst te draaien voor de uitvaartkosten.

Mes’ VGVZ, de grootste beroepsvereniging van geestelijk verzorgers, hanteert een ’takenpakket’. Daarin is het leiden van uitvaartplechtigheden niet opgenomen, zegt Mes.

Het ligt voor de hand om voor het leiden van crematie of begrafenis een beroep te doen op een geestelijke waarmee de overledene een band had, zoals parochiepriester of wijkpredikant. Wybe Dijk van Reliëf zegt dat vroeger de familie nogal eens aankwam met een predikant of een pastoor. Maar dat wordt minder. „Patiënten verblijven vaak lang in een verzorgings- of verpleeghuis en dan is de band met de thuiskerk niet altijd even sterk gebleven, om het maar eens zacht te zeggen.”

Door de secularisatie, die nu ook de oudere generatie bereikt heeft, wordt de band met de kerk nog losser. Of die is helemaal afwezig.

Een beroep doen op de predikant of pastoor van een kerk in de buurt van een verpleeghuis stuit op nog een ander probleem, niet als het om één uitvaart gaat, maar wel als er geregeld gevraagd wordt om een voorganger. „Dan komt het gewone werk in de kerk in het gedrang”, zegt een betrokkene.

Tijdens het wonen in het verpleeghuis heeft de bewoner vaak wel een geestelijk verzorger leren kennen. Op hem of haar doen de nabestaanden graag een beroep om een uitvaart te verzorgen.

Ook als er geen vergoeding tegenover staat – voor het verzorgingshuis of voor de pastor – gaan veel geestelijk verzorgers daarop in.

Zoals Rieke Mes. „Toen ik begon met m’n werk, hoorde het nog bij mijn taak. In mijn volgende werkkring viel het erbuiten. Dus deed ik het in mijn eigen tijd.”

Wybe Dijk hoort dat vaak. „Geestelijk verzorgers offeren hun vrije tijd ervoor op.” Dijk vindt dat ’heel sympathiek’, maar voor een structurele oplossing is het ’schadelijk’.

Sommige geestelijk verzorgers maken van de nood een deugd, dankzij hun ’zakelijke instelling’, zegt Dijk.

„De een vraagt niets”, zegt hij, „de ander laat zich als voor een kerkdienst uitbetalen – 68 euro. Een derde is gewend om wat handgeld van de uitvaartleider in de zak geschoven te krijgen. Sommigen hanteren een eigen tarief: 250 tot 300 euro, plus reiskosten.”

Anderen hebben geen tarief, maar pakken het nog slimmer aan: ze laten het geheel over aan de goedgeefsheid van de nabestaanden. Een pastor die niet genoemd wil worden, zegt dat ze voorheen 100 tot 150 euro vroeg (’Mensen zijn eraan gewend, alles kost geld’), en nu, zonder normbedrag, ’veel grotere giften’ ontvangt.

Volgens Rieke Mes van beroepsvereniging VGVZ is niet geld het springende punt, maar de vraag of het wel zo’n goed idee is, dat leiden van uitvaarten door geestelijk verzorgers.

„Tegen managers zeg ik: als je een uitvaart op kosten van het huis laat doen, dan is dat zeer waardevol voor de familie. Die krijgt een gunstig beeld van het verpleeghuis waar oma gezeten heeft, ze kijken daardoor milder, vriendelijker naar de tijd die oma er woonde. Goed voor het imago van de zorg.”

Toch weegt iets ander voor haar zwaarder dan de familie en het imago van de zorgsector. Mes: „Ik schrik van de werkdruk van geestelijk verzorgers. Die is zo hoog dat ik vind dat ze geen uitvaarten meer moeten doen. Dat is beter voor hun welzijn.” Bovendien, zegt Mes, kweekt aanbod vraag. „Als mensen een keer weten dat je uitvaarten leidt en dat een huis dat goedvindt, dan loopt het storm. Weten ze dat het huis ertegen is, dan komt die vraag zelden; ze zoeken gewoon een andere oplossing.”

Zo’n oplossing is de ’professionele uitvaartpastor’. Voor deze vakbekwame leverancier van ’funeraire diensten’ is een ’enorme toekomst’ weggelegd, zegt Mes. Ze bepleit een kwaliteitstoets voor dergelijke specialisten, met oog voor ’tekst, beleving, symboliek, rouw’.

Wybe Dijk van Reliëf vindt het standpunt van Mes onjuist. „Als pastor trek je met mensen op, er ontstaan persoonlijke relaties, en dat werk wil je afronden”, zegt hij. „De VGVZ mag dan de grootste beroepsvereniging zijn, ik denk dat ze niet de opinie van de meeste collega’s verwoordt.”

Een geestelijk verzorger zegt het zo: „Als je iemand jaren begeleidt in het verpleeghuis en je mag haar niet begraven, dat is toch wreed?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden