'Doenerig' Den Helder probeert van maritieme monocultuur af te komen

Marinestad Den Helder wil de bakens verzetten. De marine staat niet langer garant voor werk en zekerheid. Grote projecten en betere bereikbaarheid moeten de afhankelijkheid verminderen: het 'spookbeeld van een onleefbare stad' met steeds minder inwoners en voorzieningen mag geen werkelijkheid worden.

GEORGE MARLET

Het verschil in behuizing van de civiele en militaire leiding van Den Helder heeft iets symbolisch. De gemeente zetelt in een voormalig bejaardentehuis, dat soberheid en doelmatigheid ademt. Het hoofdkwartier van de Commandant Zeemacht Nederland straalt nog veel van de vroegere grandeur van een zeevarende natie uit, met kroonluchters, eikenhouten lambrizeringen en dikke tapijten. De thee wordt er uit een zilveren pot geschonken.

Los van elkaar geven burgemeester Willem Hoekzema en vice-admiraal Gijs Hooft hetzelfde voorbeeld om de goede betrekkingen tussen gemeente en marine te illustreren. Voor het zee-aquarium in Fort Kijkduin was een grote hoeveelheid zeewater nodig. “Eén telefoontje naar de marine en het was geregeld: een fregat nam ten zuiden van Engeland het zeewater in de ballasttanks en heeft het hier in Den Helder afgeleverd.” Hooft: “Wij sponsoren niets in Den Helder, maar als ik een vrachtwagen langs kan sturen om iemand te helpen, dan is dat geen probleem.”

Hoekzema zegt klip en klaar dat 'ons belang ook het belang van de marine is'. De marine heeft er als grootste werkgever belang bij dat Den Helder niet wegzakt en een interessante plaats is om te wonen en te werken. Vice-admiraal Hooft, Commandant Zeemacht Nederland, legt een ander accent. “De marine en de gemeente hebben verschillende belangen. Waar die belangen samenvallen, kunnen we kijken hoe we elkaar kunnen helpen. Maar het is niet onze doelstelling om de werkgelegenheid in de kop van Noord-Holland in stand te houden.”

Vanaf de Zeepromenade wordt de skyline bepaald door grijze oorlogsschepen, kranen, werven en dokken. Voor de marine is Den Helder nog steeds de belangrijkste vlootbasis. Zestig procent van de ongeveer 19 000 marine-werknemers is in het 'Gibraltar van het noorden' te vinden.

De verbondenheid van Den Helder met de marine is minder vanzelfsprekend geworden. Niet alleen omdat de marine altijd een aparte, nogal geïsoleerde gemeenschap is geweest. De gretigheid waarmee de zaak van bordeelhoudende of illegaal vuurwerk verkopende marinemensen de afgelopen jaren in Den Helder werd uitgemeten, duidt op een wat tweeslachtige houding. Vice-admiraal Hooft: “Kennelijk verwacht de Nederlandse bevolking dat de marineman en -vrouw zich beter gedraagt dan de gemiddelde Nederlander, dat we een graadje beter zijn. Ik vind dat erg positief, al was het natuurlijk wel vervelend om daar op elk feestje over te worden aangesproken.”

De afgelopen jaren heeft Den Helder ook aan den lijve ondervonden hoe nadelig het is om zo sterk van de krijgsmacht afhankelijk te zijn. De werkgelegenheid bij de marine is al met zo'n 2000 arbeidsplaatsen teruggelopen en zal dat de komende jaren met nog eens 2000 doen. In het kielzog verdwijnen ook honderden banen bij toeleverende bedrijven. En dat voor een stad die voor zeker de helft van zijn werkgelegenheid direct of indirect op de marine is aangewezen. Geen streek is in Nederland zo sterk op defensie aangewezen als de 'Noordkop', waar Den Helder de belangrijkste gemeente van is. Burgemeester Hoekzema: “De inkrimping van de marine heeft Den Helder scherp gemaakt. Vanaf de tijd van Napoleon was dit de marinebasis van Nederland; alles is daaraan ondergeschikt gemaakt. Van die monocultuur moeten we af.”

In 'Kop en Munt', het economisch actieplan voor de Noordkop, heet het dat overheid en particulieren de komende vijf jaar in totaal 350 tot 500 miljoen moeten investeren om zo'n 3000 nieuwe banen te scheppen. Daarbij gaat het onder meer om het ontwikkelen van vroegere defensielocaties, het verbeteren van de infrastructuur en om toeristische projecten. “Zonder versterking van de economische structuur zullen nog meer jongeren wegtrekken. Een meer dan gemiddelde vergrijzing voor de streek ligt op de loer. Voor Den Helder doemt bovendien het spookbeeld van een onleefbare stad op.”

Niet alleen in de marine zit qua werkgelegenheid de klad. Andere zeegebonden bedrijfstakken als de visserij en de offshore bieden ook geen soelaas, terwijl de industrie slechts marginaal aanwezig is.

Als staatssecretaris van defensie kwam Hoekzema in 1982 op bezoek in Den Helder, dat toen - hij zegt het aarzelend en voorzichtig - 'een niet erg dynamische' indruk op hem maakte. De hernieuwde kennismaking in de herfst van 1994 was 'een complete verrassing'. De sfeer in de marinestad was vriendelijker en prettiger geworden, de mentaliteit bijna Rotterdams: 'zeer doenerig, snel, gedreven'.

Die mentaliteitsverandering heeft nog weinig tastbare resultaten gehad. Aan plannen schort het niet, maar ze blijken soms te hoog gegrepen of stuiten op bezwaren van omwonenden. Om die reden bestaat het prestigieuze woon- en recreatiecomplex Port Poseidon alleen nog op papier in de vorm van fraaie artists impressions. Driehonderdvijftig appartementen en een wandel- en recreatiepier in zee moeten er komen. Bij de presentatie begin 1994 ging de gemeente er nog optimistisch van uit dat de eerste bouwvergunning eind dat jaar zou worden afgegegeven.

Het oorspronkelijke plan om van het enorme complex Rijkswerf Willemsoord een cultuurhistorisch themapark, museumgebouwen, appartementen en een jachthaven te maken, bleek te hoog gegrepen. De gemeente is nu in onderhandeling met projectontwikkelaars om in elk geval delen van het plan te verwezenlijken. Van de nood van leegstand heeft de gemeente een deugd gemaakt: 35 particulieren en bedrijven huren voor hoogstens twee jaar een bestaande bedrijfsruimte. Een bonte verzameling van kunstenaars, bankwerkers, lassers en schilders geeft het terrein een licht anarchistisch sfeertje. De oorspronkelijke borden van de rijkswerf hangen er nog: 'schilderswerkplaats', 'metaalspuiterij'. Tot in de nok van magazijn 6 hebben werknemers van de voormalige Rijkswerf Willemsoord in de loop der jaren met krijt hun naam op de balken geschreven. 'A. van Baar, 3-3-'49; G. Ottervanger, juli 1916'. Het ijzermagazijn blijft staan en misschien de namen ook wel, als curiositeit.

“De Rijkswerf wàs Den Helder, was ons bedrijf”, oordeelt oud-werknemer Meindert Kalsbeek (64). “Als je de Rijkswerf en de marine wegdenkt, houd je een simpel vissersdorpje over. Meer zou Den Helder niet zijn.” Bij een kop koffie in een restaurant in de binnenstad wijst hij moeiteloos ex-collega's aan, wervianen. “Zie je die man daar, dat was een bankwerker. En dat stel ken ik ook. Het was zo, je had elkaar op de werf voor alles nodig. Dat schept een band.”

De afhankelijkheid van Den Helder van de marine zal nooit helemaal verdwijnen, maar moet wel verminderen. Vooral van het toerisme heeft Den Helder hoge verwachtingen. Het aantal overnachtingen is de afgelopen vijf jaar al gegroeid van 300 000 tot een miljoen per jaar. De stad is het hele jaar door behoorlijk in trek bij Duitse toeristen, die blijkbaar minder last hebben van de cliché's die voor veel Nederlanders het beeld van Den Helder bepalen. Wie daarmee behept is, ziet een grauwe stad, vooral in de wijken met revolutiebouw die na de bombardementen van de Tweede Wereldoorlog zijn gebouwd. En waaien doet het er altijd en goed hard ook. Hoekzema: “Dat beeld willen we doorbreken met een promotie- en imagocampagne van de Kop van Noord-Holland. Mijn vrouw en ik halen hier veel mensen naar toe, die zeggen: goh, wat is het hier leuk, veel meer groen dan we gedacht hadden en prachtige stranden.”

Het is de vraag of de campagne veel indruk zal maken op de 500 werknemers van het Marine-elektronisch en optisch bedrijf (Meob) in Oegstgeest, die rond de eeuwwisseling naar Den Helder moeten verhuizen. Zij ervaren dat zo ongeveer als een verbanning naar de onbewoonde wereld. De verplaatsing van het Meob moet enige compensatie bieden voor het banenverlies bij de marine. De werknemers verzetten zich met hand en tand tegen verhuizing naar 'het hoge noorden', zoals zij Den Helder ervaren. Inmiddels hebben al 40 werknemers ontslag genomen. Meob-directeur Hogendoorn: “Eenieder die er niets voor voelt om naar Den Helder te verhuizen en de kans ziet voortijdig weg te komen, zal die kans grijpen. Het zal naar verwachting dan ook niet bij deze 40 mensen blijven.”

De verhuizing van het Meob is volgens vice-admiraal Hooft een voorbeeld van hoe de belangen van marine en gemeente kunnen samenvallen. “Voor ons draagt dat bij aan de concentratie en efficiency en voor de gemeente aan de werkgelegenheid en het niveau van de voorzieningen. Dat geldt ook voor het marinezwembad. Dat wordt gesloten, nadat we met de gemeente zijn nagegaan dat onze mensen van hun voorzieningen gebruik kunnen maken.”

In de Helderse binnenstad lijkt het op een doordeweekse middag om kwart voor zes alsof er een signaal heeft geklonken dat iedereen naar huis moet. De uitstallingen worden al naar binnen gehaald en een verdwaalde klant 'mag nog even door de kassa naar binnen'. Toch is het in de zomer wel leuk in Den Helder, vindt student Peter Meier. “Kermis, vlootdagen, juttersmarkt en zomerspelen. Het is overal zo gezellig als je het zelf maakt. Zo'n mentaliteit moet je hebben; dan is het hier wel uit te houden.”

Ook werviaan Meindert Kalsbeek blijft Den Helder trouw. “Alleen die wind, als ze daar nog eens iets aan kunnen doen, dan wordt het wel wat.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden