Doen wat werkt voor piepjonge criminelen

(Jörgen Caris, Trouw) Beeld
(Jörgen Caris, Trouw)

In Toronto werd een speciaal programma gemaakt voor kinderen die zich antisociaal ontwikkelen. Voer het hier in.

„Vier aanrandingen, een poging tot beroving, een bedreiging en twee openlijke geweldplegingen. [...] De bende bestond uit 13 jongens in de leeftijd van 9 tot 15 jaar.” Een bericht uit de krant van 28 juni, over de aanhoudingen door een speciaal politieteam in de Rotterdamse wijk Delfshaven-Schiemond. Met enige regelmaat verschijnen dit soort berichten in de media, en altijd is de verontwaardiging onder burgers en politici groot. Nu wil de Rotterdamse PvdA fractie weten ’waar het is misgegaan met de preventie in Schiemond?.’

Er is een aanpak die werkt: in de Canadese stad Toronto worden een aantal preventieve maatregelen ingezet die heel effectief blijken te zijn. Dit wordt ondersteund door wetenschappelijk onderzoek dat wij aan de Universiteit Maastricht hebben verricht in samenwerking met het VU Medisch Centrum. Het betrof een groep van circa 200 kinderen onder de twaalf jaar uit Utrecht, Arnhem en Rotterdam die voor de eerste keer gearresteerd waren wegens een verdenking van een misdrijf. Wij hebben voor elk kind geïnventariseerd welke ’criminogene risicofactoren’ aanwezig waren: kenmerken van het kind, het gezin en de omgeving die een risico vormen voor (ernstig) antisociaal gedrag. Voor de duidelijkheid: het gaat hier niet om kinderen die een rolletje drop uit een winkel hebben gestolen, of een brandje hebben gesticht, maar om kinderen die zich al langere tijd bezighouden met serieus crimineel gedrag.

De meeste kinderen uit het onderzoek woonden in een achterstandswijk en het gezin had vaak te maken met financiële problemen. Deze groep zou ondersteund moeten worden middels een actieve, preventieve aanpak. Denk aan het opknappen van de verpauperde wijk, (her)introductie van buurthuizen, sportfaciliteiten en gratis naschoolse opvang. Ik herinner mij een concreet geval van een alleenstaande moeder met drie kinderen die als caissière bij de supermarkt werkt, en vanwege haar werk niet in staat is voldoende toezicht na schooltijd te bieden, maar ook geen geld heeft voor naschoolse opvang of andere gestructureerde activiteiten voor haar kinderen. Als zo’n gezin in een onveilige, criminele buurt woont, wekt het geen verbazing dat de jongere kinderen op sleeptouw worden genomen door oudere, criminele kinderen.

Uit ons onderzoek bleek dat 80 procent van de ouders van de kinderen die een delict hadden gepleegd zwakke opvoedingsvaardigheden hadden. Dat betekende concreet dat zij de regie in de opvoeding kwijt waren, inconsequent of te streng straften, onvoldoende toezicht boden, en tevens te weinig positieve betrokkenheid toonden bij hun kind. Ouders zouden dus veel meer ondersteund moeten worden en gerichte hulp krijgen bij de opvoeding van hun kind.

Wat verder opviel aan de groep kinderen met crimineel gedrag was de ernst van hun persoonlijke problemen: meer dan 50 procent had last van depressieve en angstgevoelens; 70 procent was minimaal een jaar achter op school en ongeveer 20 procent had last van concentratieproblemen of hyperactiviteit. Ook deze problemen moeten effectief preventief aangepakt worden.

Langlopend onderzoek toont aan dat als er niet effectief wordt ingegrepen in deze leeftijdsperiode, de kans zeer groot is dat een kind een antisociale ontwikkeling doormaakt en uiteindelijk verder ontspoort. Helaas zijn er in Nederland te veel partijen bij deze problematiek betrokken, die elk vanuit hun eigen ideeën en belangen opereren, zoals de politie, Bureau HALT, en Bureau Jeugdzorg. Niet allemaal sluiten die even goed aan op de complexe problemen van de kinderen, hun gezinnen en hun leefomgeving – reden dat Bureau HALT (terecht) gestopt is met het aanbieden van de STOP-reactie voor criminele 12-minners. Er zijn ook wel positieve ontwikkelingen gaande, zoals de Veiligheidshuizen, waarin onder meer zorginstellingen en politie samenwerken om jeugdige delinquenten op het rechte pad te krijgen.

In Toronto bestaat het Center for Children Committing Offenses, waar ze een aanpak van delinquente 12-minners hebben ontwikkeld die wél werkt. Voor elk kind wordt een uitgebreide analyse gedaan met de EARL – de Early Assessment Risk List – waarmee je de risicofactoren inventariseert die samenhangen met een antisociale ontwikkeling. De aanpak wordt dan gericht op de risicofactoren die bij dat specifieke kind een rol spelen. Ik zou het moedig vinden als het nieuwe kabinet zo’n aanpak gaat invoeren. Want we moeten ons niet door politieke voorkeuren en onderbuikgevoelens laten leiden, maar door wat werkt. Dat zijn we aan kinderen verplicht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden