Doemzegging is niet meer dan achtergrondgeruis

AMSTERDAM - Vrijdagmorgen om half zeven komen de eerste moskeegangers aangelopen. In de Amstel lichten smeltende ijsschotsen op in de ochtendschemering. De moskee is alleen te herkennen aan twee kleine arabische bogen, midden tussen de woonhuizen. Een zwak verlicht uithangbord boven de ingang vermeldt de naam van God. Al kabir el maschid staat er in het arabisch boven: 'De grote moskee'. Het bord staat scheef, aangereden door een vrachtwagen. Geld om het recht te zetten, is er niet.

De schoenenrekken in de hal zijn op dit vroege uur nog bijna leeg. In de open wasruimte reinigen mannen hun blote voeten voor ze de gebedsruimte betreden. Lange, witgekalkte muren, tot borsthoogte voorzien van goedkoop, geschilderd mozaiek. In een van de lange zijden een hoge houten poort en een met tegelwerk versierde nis.

Het plafond is zo laag dat het op je lijkt te vallen. In het midden belemmeren betonnen pilaren het zicht. Alleen een dik tapijt, overdwars gelegd in bruine en heldergroene banen, geeft de voormalige garage iets weids en luxueus. Een stukje Marrakesj in Amsterdam.

Als een kleine man in een witte djellaba uit een poortje komt, schuiven de aanwezigen naar voren.

De imam neemt op de vloer plaats, met zijn gezicht naar de betegelde nis en zijn rug naar de moskeegangers. Bij het tweede 'Allahu Akber' lopen alle mannen naar voren en gaan naast elkaar staan, met de voeten en schouders tegen die van de buurman aan, tot de eerste rijen achter de imam over de volle breedte van de moskee gevuld zijn. Met een heldere, doordringende stem zingt de imam de tweede regel van het gebed, de uitspraak gepolijst door eeuwenlange oefening. Zijn stem trilt alleen als hij knielt en met zijn voorhoofd de grond raakt. Onder geritsel van kleding volgen de mannen als één lichaam zijn voorbeeld. Binnen een seconde kijk je over een zee van gebogen ruggen.

Plotseling, ergens midden in het gebed, beantwoorden de mannen de zang van de imam met aan langgerekt, geneuried amieeen. De toon wordt zo lang aangehouden, dat iedereen er haarzuiver op af kan stemmen. Een amen dat diepe snaren beroert.

Het voormalige schoolgebouw naast de gebedsruimte is ook eigendom van de moskee. Na het gebed hangt hier een wat landerige sfeer.

In het lokaal dat dienst doet als religieuze boekwinkel klinkt een donderende tirade uit de radio. “Abdelhamid el Qasjk uit Egypte”, vertelt de boekverkoper. “Hij zegt dat aardbevingen de straf van God zijn voor het slechte gedrag van de mensen.”

Malik Aknin (24) haalt zijn schouders op. Voor hem betekent de doemzegging van een Egyptische imam niet meer dan achtergrondgeruis. “Dit is mijn moskee, ik ben hier opgegroeid”, zegt hij trots.

Veel van zijn schoolvrienden bleven weg toen ze het te druk kregen met andere dingen, maar Malik bleef Koran-lessen volgen, vijf avonden in de week. Hij kent de Koran uit zijn hoofd, iets dat weinig leeftijdgenoten hem nadoen. Naast zijn baan als elektromonteur is hij rayon-manager voor de krantenbezorging en werkt hij 's avonds bij Pizza Hut.

- Vervolg op pagina 10

Wie te laat komt, moet 'bidden met de schoenen' Tweeduizend mensen, opeengepakt in een verbouwde garage VERVOLG VAN PAGINA 1

Malik vindt ook nog tijd om arabische les te geven. “Ik heb nooit verzet gevoeld tegen het geloof. Gelukkig. Sommigen verliezen het helemaal.” Maar de laatste tijd ziet hij een paar oude vrienden weer terugkomen. “Ik denk dat ze iets missen in hun leven.”

Al Kabir is de grootste Marokkaanse moskee in Nederland. In het kantoor zetelt ook de Unie van Marokkaanse moskee organisaties (Ummon), die twee-derde van de honderdtwintig Marokkaanse moskeeën zegt te verenigen. Zijn er eigenlijk verschillen tussen deze Amsterdamse moskee en een moskee in Marokko? “Ik zou het niet weten”, zegt Malik. “Ik zie eigenlijk geen verschil.” Een beetje vreemd is dat wel, geeft Malik toe. “Het is hard nodig dat er wat verandert. Dat de ouderen eens wat Nederlands leren, bijvoorbeeld. Sommige mannen zitten zowat de hele dag in de moskee. Na het gebed kunnen ze ook wat nuttigs doen.”

Drie uur in de week is er nu Nederlandse les, ook voor vrouwen. Dat is eigenlijk niet genoeg, volgens Malik. “Maar leraren kosten geld, en dat is hier altijd een probleem. Regelmatige bezoekers betalen een tientje per maand, daar kun je niet veel mee doen.” Aan initiatief ontbreekt het niet. “In de jaren tachtig had de moskee een opvangcentrum voor jongeren. Er stond een tafelvoetbalspel, ik kwam er vaak. Het was gezellig.”

Zelf organiseerde Malik wekelijkse gespreksbijeenkomsten voor jongens, maar tegenwoordig heeft hij daar geen tijd meer voor. “Dat heb je met vrijwilligers. Na een tijdje krijgen mensen het te druk, ze beginnen onregelmatig te komen, en dan verloopt de zaak. Zo gaat het helaas met veel dingen in de moskee.”

Een kwartier voor het verplichte vrijdagmiddag-gebed begint, is de moskee afgeladen. Zelfs in het voorportaal is geen centimeter ruimte over. Wie te laat komt, moet 'bidden met de schoenen'. De overgave is er niet minder om, en voor laatkomers wordt altijd ingeschikt. Vijftienhonderd, misschien wel tweeduizend mensen opeengepakt in een verbouwde garage. De buitendeur staat open om nog wat frisse lucht binnen te laten. Als hier brand uitbreekt is de ramp niet te overzien.

Bij de achteringang maant een oudere man in djellaba een paar achterblijvende jongens zich in de rij te voegen. Onwillige blagen worden stevig bij de arm gepakt. Opnieuw zindert dat intens geconcentreerde 'amien' door de massa. Door een raam in de gang kijk je per ongeluk recht in tientallen volstrekt onschuldige gezichten, mannen in gesprek met God.

Abdes Onasser, student aan de Hogere Economische School, komt hier door het jaar zelden, maar tijdens de ramadan bijna iedere dag. “Ik hoef uit school maar honderd meter te lopen”, grinnikt hij. Abdes heeft moeite om het hoog-arabisch van de preek te volgen. “De imam heeft het over verantwoordelijkheid”, vertaalt Rachid, een studiegenoot. “Je bent niet alleen verantwoordelijk voor je vrouw en je kinderen, maar ook voor de maatschappij. De verantwoordelijkheid voor onze jongeren ligt niet bij allerlei instanties, zegt hij, maar bij onze gemeenschap. Als je goed voor je kinderen wilt zorgen, dan vang je ze op als ze uit school komen en stuurt ze niet de straat op.”

Waar zijn eigenlijk de vrouwen? An nisaa vermeldt een koperen bordje bij een onopvallende deur naast het mannenportaal. “Alleen voor vrouwen.” De Nederlandse bovenbuurman wijst een traditioneel geklede moskeebezoeker op een wachtende vrouw die er naar binnen wil. “Hé, lelijke man, doe de deur 's open voor mevrouw”. De Marokkaan lacht. “Is goed baas”. Hij schiet een deur verder naar binnen, roepend om de sleutel van de vrouweningang.

De vrouwenruimte is een uitgeklede woonkamer. De vloer is van beton. Een tapijt met lakens er over heen maakt duidelijk dat de schoenen uit moeten. Het schoenenkastje staat scheef. Een openstaande deur leidt naar een toilet met wasgelegenheid. De tegels zijn afgebrokkeld, gebroken. Plastic matjes moeten het water opvangen dat uit de wasruimte de kamer binnensijpelt.

Aan de muren planken met exemplaren van de Koran, gebedskettingen en stenen. De stenen zijn voor degenen die zich niet hebben kunnen reinigen, bijvoorbeeld omdat ze ziek zijn of omdat de drukte in de moskee de toegang naar de wasgelegenheid verspert. Het buitenraam is geblindeerd met lamellen. Het raam daartegenover is dichtgespijkerd met een donker kleed. De deur er naast is op slot; daarachter bidden de mannen.

Na het middaggebed geeft de imam catechisatie. Vandaag is het onderwerp de reiniging voor het gebed. Zijn stem schalt veel te hard door het vertrek. De luidsprekers in de vrouwenruimte staan aan, voor niemand.

Moskeebezoek is traditioneel een mannen-aangelegenheid. Voor mannen is het vrijdagmiddag-gebed in de moskee verplicht. Vrouwen zijn van moskee-bezoek vrijgesteld, 'vanwege menstruatie, zwangerschap en zogen'. De rollen zijn helder verdeeld in de islam, daar kan moeilijk verwarring over onstaan.

De familie Aknin woont bij de moskee om de hoek. Hayat, de 17-jarige zus van Malik, zit thuis op de bank. Ook binnenshuis draagt ze haar donkerblauwe hoofddoek. Ze zit in havo-4 en maakt een zelfbewuste, eigenwijze indruk. Ze verkeert dagelijks in een Nederlandse omgeving maar staat volledig achter de oertraditionele rolverdeling die haar leeftijdgenoten meestal verafschuwen. “Vrouwen zijn meer geschikt voor de opvoeding van kinderen en huiselijke taken.”

Bij vrouwen zijn de emoties volgens haar sterker, ook tijdens het gebed. “Het avondgebed is het mooiste. Tijdens de smeekbede wordt er soms gehuild. Mannen huilen trouwens ook wel eens tijdens het gebed.” Haar grootste probleem met de vrouwenruimte in de moskee is niet de haveloze staat, maar het feit dat de ingang voor vrouwen niet voldoende gescheiden is van de manneningang. Sommige vrouwen bedekken bij het verlaten van de moskee hun hele gezicht met de sluier om niet door de mannen te worden bekeken. “Als die mannen na het gebed nou even binnen zouden wachten, dan konden de vrouwen eerst ongezien weggaan. Nu moeten we voor die mannen langs, dat is onprettig.” Volgens haar is dat de reden dat veel oudere vrouwen niet naar de moskee gaan.

Hayat heeft de koran in het arabisch leren lezen, en is daar blij om. Ze helpt in de moskee een gespreksgroep voor vrouwen organiseren. Elke zondagmiddag komen daar dertig, vaak jonge vrouwen op af. “Islamitische vrouwen, soms ook Nederlandse, komen er iets vertellen over de islam. We praten er over alles wat ons bezighoudt. Ja, ook over abortus en euthanasie als daarover weer iets in de krant staat.”

Die hoofddoek. Tja. Ze heeft er heel wat confrontaties over achter de rug. Gelukkig is ze op school lang niet meer de enige die hem draagt. “Dat je niet geïntegreerd kunt zijn met een hoofddoek op, dat is echt onzin. Van mij mogen mensen dat vinden, maar ik zal daar mijn hoofddoek heus niet om afdoen.”

Fatima Elatik (23) was tot voor kort bestuurslid van de stichting Iben Khaldoun, die de activiteiten in de moskee onder haar hoede heeft. Het komende jaar heeft de stichting grote plannen. Er staan thema-avonden op het programma over werk, scholing, gezondheid en buurtproblematiek. Eén middag in de week is er alfabetisering, in het Nederlands en het arabisch. Coördinator Mohammed Sadek houdt sinds kort een inloop-spreekuur en een apart ouder-spreekuur over contacten met de school. Huiswerkbegeleiding, sport en een computercursus moeten het aanbod completeren. De eerste computer is onlangs aangeschaft.

Elatik vertoont een hartveroverend, spontaan enthousiasme. Het feit dat ze diep gelovig is - en dus een hoofddoek draagt - lijkt haar allerminst te belemmeren in haar ontplooiïng: ze studeerde biologie en werkt met Marokkaanse vrouwen en meisjes in Rotterdam. Daarnaast is ze ook nog bestuurslid van de opleiding islam aan de Hogeschool Holland, en geeft ze een cursus interculturele communicatie aan marechaussees.

“Er is voor vrouwen enorm veel veranderd sinds de komst van imam Boujirar. Hij begon meteen over de rechten en de waarde van de vrouw in de islam. Daardoor kwamen er meer vrouwen naar de moskee en kwamen er gespreksgroepen.” De grootste belemmering zijn de vrouwen zelf, vindt Elatik. “We praten veel te negatief over elkaar. 'Studeer maar tot je moe bent, je eindigt toch in de keuken'. Dat zeggen vooral de oudere vrouwen tegen ons. Voor veel vrouwen is dat keiharde realiteit. Maar op die manier verandert er natuurlijk niets.” Opgewekt vertelt ze over het succes van de alfabetiseringscursus voor oudere vrouwen. “Daar heeft onze voorzitter Charrouti voor gezorgd. Hij is nu ook bezig te zorgen voor een vrouwelijke opbouwwerkster.”

Op negen mannen komt er tegenwoordig één vrouw naar de moskee. De meesten alleen voor het avondgebed. Elatik vindt dat niet vreemd. “In Rotterdam heb je wijken waar vrouwen helemaal niet naar buiten mogen. Een paar jaar terug was dat bij Al Kabir ook zo. Dit soort dingen verandert langzaam. En vrouwen zitten toch nog altijd met de kinderen, schoonmaken en eten koken. Naar de moskee komen kost tijd.”

In het kantoor van de moskee schenkt imam Omar Boujirar om half zes harirasoep uit een kan. Het is zijn iftar, het dagelijkse breken van de vasten. Het is een kleine, lenige veertiger met pientere ogen. Vijf jaar terug kwam hij uit Marrakesj naar Nederland. Tussen de gebeden rust hij meestal uit in een kamertje achter in de moskee, volgestouwd met boeken. Hij lijkt doodop. “In Marokko houdt de imam zich alleen bezig met religieuze zaken. Hier krijg je met allerlei sociale problemen te maken. Vorige week vroeg de politie me nog om te bemiddelen in een familieruzie. Andere religieuze instellingen om naar door te verwijzen zijn er niet, de familiehulp werkt hier niet goed. Het is een beetje veel werk voor één man.”

In Nederland zit de islam volgens Boujirar klem tussen twee grote misverstanden, die van westerlingen en die van moslims zelf. “Allerlei tradities worden tot geloofszaken verklaard. Maar bij ons draait het ook om sociale waarden, net als bij jullie. Degelijkheid, eerlijkheid, dingen tot een goed einde brengen. Het is jammer dat westerlingen dat niet zien.”

De westerse denkwijze wil altijd domineren, vindt hij. “Alle anderen worden aan dat ene normenstelsel gemeten, en moeten zich daarnaar richten. Maar je kunt van anderen toch niet eisen dat zij voor jou hun eigen normen en waarden opgeven?”

In plaats van uit te gaan van die gemeenschappelijke waarden, beginnen Nederlanders over democratie, scheiding tussen kerk en staat, gelijke rechten voor mannen en vrouwen. “Altijd beginnen ze weer over die hoofddoek, de hidjab. Daarover bestaan zoveel misverstanden. Ook onder moslims. Het wordt gezien als een symbool van onderdrukking. Maar een vrouw draagt alleen een hoofddoek als zij dat zelf wil. Niemand dwingt haar. Waarom zij dat wil, de achterliggende waarden, die lijkt men niet te willen begrijpen.”

“In jullie zesde eeuw is er een concilie geweest over de menselijkheid van de vrouw. Ze was een mens, besloot men, maar ze was geschapen om de man te dienen. Dat is een hiërarchische manier van denken, die de islam niet kent. De islam kent verschillende regels voor mannen en vrouwen, maar benadrukt hun gelijkwaardigheid.”

“Vrouwen verdienen bij jullie toch ook minder?” Nederlanders hebben nog liever een Marokkaanse in de goot, zegt Boujirar hatelijk, dan een islamitische die zich goed kan redden. “Als die hoofddoek maar af is.”

Het avondgebed, de tarawih, duurt in de ramadan langer dan gewoonlijk. Buiten houdt Boubker orde onder de jongens die na de eerste gebeden al naar buiten zijn gekomen. Hij heeft een vervaarlijke stok om fietsendieven en junkies af te schrikken. Direct na het gebed gaan de vrouwen linea recta naar huis. Een ouder vrouw roept een jong meisje weg dat te lang blijft dralen. Haar broek zit strak, terwijl ze wegloopt trekt ze voortdurend aan haar jasje in de hoop dat dat over haar kont zal vallen. De andere vrouwen, zoals Habiba, dragen wijde kleding die hun lichaamstrekken verhult. Habiba stopt haar zak-koran in haar tas. “Kom maandag kijken. Dan brengen we hapjes mee en blijven we de hele nacht om te bidden. Gezellig.” Maar ook Habiba moet er snel vandoor.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden