Doelpuntentotaal al een-derde van het vorige seizoen

UTRECHT - Ajax miste gistermiddag bij FC Utrecht ook nog zes opgelegde kansen; vrij voor de keeper verschijnende spelers, dat soort kansen. In volgorde waren het Arveladze, Witschge, Arveladze, Blind, Babangida en Arveladze die deze kansen lieten liggen en zodoende FC Utrecht de afgang van een thuisnederlaag met dubbele cijfers bespaarden. Maar 1-7 was uiteraard ook geen lolletje voor de club, die hardop praat over een plaatsje aan de top.

MATTY VERKAMMAN

Het is nog vroeg in het seizoen, maar nu al lijkt het zeker dat het nieuwe, super-superieure Ajax, de grens van honderd competitiedoelpunten ruimschoots gaat overschrijden. Ajax is momenteel zo goed, Ajax heeft thans ook zoveel aanvallende topspelers in de selectie, dat nu al kan worden gedacht aan het dertig jaar oude doelpuntenrecord.

In het seizoen 1966-1967 was met name de viermansaanval Sjaak Swart, Klaas Nuninga, Johan Cruijff, Piet Keizer verantwoordelijk voor de top-productie van maar liefst 122 competitiegoals. Die vier aanvallers tekenden samen voor 92 treffers. Cruijff schreef er 33 op zijn naam, Swart 25, Nuninga 23 en Keizer 11.

Drie decennia later zijn het veel meer spelers die kunnen scoren bij Ajax. Behalve de middenvelders Richard Witschge, Ronald de Boer en Dani heeft iedereen al gescoord. Het gevaar komt dan ook uit alle hoeken en gaten. Alleszeggend is dat de de complete achterhoede het net al heeft gevonden. In Nieuw-Galgenwaard werden drie van de eerste vier goals zelfs door verdedigers geproduceerd.

Nadat de in de vorm van zijn leven verkerende Tijani Babangida het festijn met een droge knal had geopend, waren het achtereenvolgens rechtsback Ole Tobiasen, centrale verdediger Danny Blind en nogmaals Tobiasen die toesloegen. Vooral Tobiasen - door balverlies overigens ook schuldig aan de vrije trap die Decheiver gebruikte voor het enige tegendoelpunt - zag er indrukwekkend uit wanneer hij naar voren ging. Aanvankelijk had de Deen weliswaar de hulp van de falende doelman Postma - hij kwam met zijn handen niet hoger dan Tobiasen met zijn hoofd na een hoekschop van Dani - maar zijn door niet één Utrechter te volgen rush over het halve veld die hij bekroonde met een bekeken trap, was imponerend. Op dat moment waren er nog 23 minuten te spelen. Ajax liet in die resterende periode de hulpeloze tegenstander alle hoeken van het veld zien. Shota Arveladze, Michael Laudrup en de bejubelde, heel sterk invallende Jari Litmanen scoorden toen nog.

“Als trainer zit je op de bank ook te genieten”, zo stelde Morten Olsen na de demonstratie van macht en overmacht vast. De sympathieke Deen had na de vorige vijf-nulletjes tegen Vitesse en Fortuna Sittard nog wel het een en ander aan te merken. “De lof in de media is overdreven”, zei Olsen steevast. Dat begon al in België, waar Ajax twee weken voor het begin van de competitie een fantastische wedstrijd speelde tegen het Club Brugge van coach Eric Gerets, de voormalige ijzervreter die ronduit verbijsterd was over de prestatie van de Ajacieden.

Zo weinig tijd en zo veel doelpunten verder, beseft Olsen dat hij moeilijk kan blijven ontkennen dat Ajax in een schitterende ontwikkeling zit. Na slechts drie competitieronden heeft zijn ploeg al bijna één-derde deel van de competitiegoals in het vorige seizoen te pakken. Met deze bliksemstart heeft Olsen in ieder geval bereikt dat niemand in de Arena nog lang stil staat bij Louis van Gaal. Voor zijn werk en prestaties verdient Van Gaal ongetwijfeld een standbeeldje, maar even zo goed is waar dat in het tamelijk hopeloze seizoen 1996-97 kwam vast te staan dat hij een jaar te lang is gebleven. Een vierde plaats en slechts 55 doelpunten waren Ajax-onwaardig.

In de ruim veertig jaar oude geschiedenis van het betaald voetbal is het nooit eerder gebeurd dat Ajax na drie duels op 17 doelpunten stond. Een clubrecord is het overigens niet. In het seizoen 1915-1916 had de toenmalige tweedeklasser Ajax er ook zeventien na drie wedstrijden gemaakt: 9-1 tegen LVV, 2-0 tegen EDO en 6-0 tegen Alcmaria Victrix. In de vierde partij tegen DEC kwamen er trouwens nog vijf bij.

Bijzonder is ook de score in het seizoen 1945-1946. Die competitie stond Ajax na zeven ronden op 35 doelpunten, die werden gemaakt tegen achtereenvolgens Hermes/DVS (6-2), Xerxes (4-2), RFC (3-0), Volewijckers (5-5), EDO (7-1), Emma (5-0) en VSV (5-1).

Wonderlijk is intussen dat het nieuwe Ajax zo snel is ingespeeld. In vergelijking met vorig seizoen werd tegen FC Utrecht met een half-nieuwe ploeg gespeeld. Het uitgangspunt is en blijft via een snelle balcirculatie de vrije man te vinden en dan op basis van de gevarieerde klasse van individuele en collectieve kwaliteit toe te slaan. Die kwaliteiten zijn legio. Oliseh is een krachtpatser tussen verdediging en middenveld, Blind kan net zo goed inschuiven, Frank de Boer en Tobiasen zijn sterke opbouwers, de techniek en het inzicht van Ronald de Boer zijn niet genoeg te prijzen, Witschge weet dat hij constant moet presteren om de zware concurrentie het hoofd te kunnen bieden en Dani is een prachtige speler, maar na zijn matige spel tegen Utrecht en het juist zo sterke spel van Litmanen heeft hij de strijd van de Fin nog lang niet gewonnen. Voorin is de keus ook al groot voor Olsen. Iedere voetblliefhebber geniet wanneer Laudrup aan de bal is, hoewel het sneu blijft dat de ook al zo goed begonnen Hoekstra weer eens op de bank zit. Babangida heeft als rechtsbuiten eigenlijk als enige speler geen enkele concurrentie. In de spits zijn Sibon en Arveladze aan elkaar gewaagd, zij het dat de Georgiër vooralsnog iets doelgerichter speelt.

De overmacht van Ajax heeft natuurlijk ook een schaduwzijde. De dubbele bezetting van de posities bij deze topclub contrasteert scherp met de soms niet eens volwaardige, enkelvoudige bezetting bij de mindere clubs. FC Utrecht is nog een club met ambities en ook wel zekere financiële mogelijkheden, maar gisteren werd weer eens benadrukt hoe groot het gat wel is tussen de top en de rest van het veld. Een competitie waarin één club te vaak met een doelpunt op vijf verschil wint, is geen serieuze competitie. Een korte periode was Utrecht gisteren in staat om de verdediging van Ajax oder druk te zetten. De door Ronald Spelbos na de snelle 0-2 achterstand veranderde tactiek - extra verdediger Van der Gaag er uit, Robbemond er in waardoor een één-op één situatie ontstond - bleek in de praktijk echter ook en vooral een suïcidale uitwerking te hebben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden