Doelloze jongere smacht naar mentor

Veel jongeren zoeken alleen maar 'genot, gemak en gewin' en passendaardoor niet op de arbeidsmarkt. Zij hebben christelijke mentoren nodig.

De 'sociale kwestie' gaat nog altijd over mensen die worden uitgeslotenen over de missie om deze uitsluiting tegen te gaan. Armoede is voor velennog steeds de reden dat zij niet volwaardig kunnen meedoen aan desamenleving. En hoewel het armoedevraagstuk in Nederland zijn meestschrijnende kanten verloren heeft, krijgen kinderen die in armoedeopgroeien veel minder kansen dan kinderen uit meer welgestelde gezinnen.

Maar de moderne sociale kwestie gaat over meer. Onlangs bracht ik in eenbuurgemeente een werkbezoek aan een opleidingscentrum voor werk in demetaal. Op mijn vraag of er vooral Rotterdamse jongeren werden opgeleid,kreeg ik een nogal schokkend antwoord. Er worden juist géén Rotterdamsejongeren opgeleid, want daar hebben ze alleen maar slechte ervaringen mee.Die jongeren houden niet van vieze handen; als ze komen opdagen, dan is hette laat; en mochten ze al aan het werk komen in een bedrijf, danfunctioneren ze niet goed omdat ze zich niet weten te gedragen. GeenRotterdammers dus op dat opleidingscentrum, wel jongens uit het Westlanden de Zuid-Hollandse eilanden, want 'die weten nog wat werken is'.

Rotterdamse jongeren komen niet gemakkelijk aan het werk in hetreguliere bedrijfsleven, en dat is niet alleen het gevolg vandiscriminatie. In onze stad groeit een grote groep jongeren op voor wie'uitsluiting' het enige perspectief lijkt te zijn. Ik maak me daar grotezorgen over. Er is onder jongeren een verruwing gaande die zich niet alleenuit in excessen, zoals geweldsmisdrijven en groepsverkrachtingen, maar dieeen diepere onderstroom heeft: een gebrek aan incasseringsvermogen,doorzettingsvermogen, het nemen van verantwoordelijkheid en goedeomgangsvormen.

Bestuurder Piet Boekhoud van het Rotterdamse Albeda College wees recentop de doelloosheid van veel jongeren. Mensen hebben een doel nodig in hetleven, maar veel jongeren hebben dat niet. Jongeren gaan voor wat Boekhoudde drie G's noemt: Gemak, Genot en Gewin. Zo'n instelling is geen goedebasis voor een carrière op de arbeidsmarkt.

Aan de vooravond van de massale uitstroom van de babyboom-generatie uithet arbeidsproces, hebben we ieders talenten zeer hard nodig. Ik maak mezorgen over de 'mismatch' die bestaat tussen de werknemers die gevraagdworden en de vaardigheden van jongeren die een baan zoeken.

Voor de oplossing van dit probleem is meer nodig dan het aanspreken vanopvoeders op hun verantwoordelijkheid. Het vraagt ook meer dan harderoptreden van politie en justitie, het uitbreiden van het maatschappelijkwerk op scholen of een aantrekkelijker onderwijssysteem. De samenlevingheeft behoefte aan mensen en instituties die duidelijk richting aangeven.In plaats van de drie G's zal de christelijk-sociale beweging hetalternatief van de drie V's moeten tonen: Verantwoordelijkheid, Vakmanschapen Verbinding. Verantwoordelijkheid omdat ieder mens verantwoordelijkheidvoor zichzelf en voor zijn omgeving heeft te dragen. Vakmanschap omdat inde beoefening van een beroep het perspectief op een mooie toekomst beslotenligt. En verbinding omdat iedereen, ook Rotterdamse jongeren, behoefteheeft aan het functioneren in een maatschappelijke context, aan structuur,aan duidelijkheid, aan waarden en normen, aan relaties, aan gezelligheiden waardering.

In de christelijk-sociale traditie zijn de richtingaanwijzers te vindenwaar onze samenleving grote behoefte aan heeft. Het draait om mensen dievan betekenis zijn voor andere mensen. Het christelijke beginsel vannaastenliefde moet niet veralgemeniseerd worden tot 'solidariteit' of'sociaal beleid'. Naastenliefde roept mensen op om meer te doen dan wat zestrikt genomen volgens hun taakomschrijving zouden moeten doen. Het komterop neer andere mensen als medemens te zien en hen de goede richting tewijzen. Jongeren die het wel redden in onze samenleving, geven aan dat ookzij rond hun zestiende of zeventiende een moeilijke periode hebben gehad,maar dat ze op het juiste moment de juiste persoon tegen het lijf zijngelopen: een mentor, een docent, een decaan.

Hier ligt een belangrijke opgave voor christelijk-sociale organisatiesanno 2005: het creëren van instituties met mensen die alsrichtingaanwijzer of rolmodel willen functioneren.

De politieke en maatschappelijke opgave om de sociale kwestie aan tepakken is duidelijk: investeer in opvoeding en steun ouders daarbij, vormhet beroepsonderwijs om naar goed vakonderwijs, besteed meer aandacht aande ontwikkeling van sociale vaardigheden van jongeren en zorg nu echt eensvoor goede beheersing van de Nederlandse taal.

Maar het allerbelangrijkste is de menselijke factor. Het vraagstuk vande sociale kwestie schreeuwt om mensen die voor jongeren de persoon kunnenzijn die hun leven verandert. Het wordt tijd dat organisaties dezekwaliteit veel meer prioriteit geven in hun personeelsbeleid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden