Dodentuin vol donaties

reportage | Op de body farm in San Marcos onderzoeken wetenschappers het einde van het einde. Hoe snel vergaat een dik, ziek, oud of jong lichaam? Politie en wetenschap hebben baat bij de antwoorden.

BAS DEN HOND

De geur van een stuk of acht lijken bij elkaar valt eigenlijk best mee. Het aanzicht niet. Er waait een zwoele wind over het vlakke terrein van de Freeman Ranch in San Marcos, de opleidingsboerderij van de Texas State University. Het landschap en de temperatuur zijn subtropisch. De wind aait gras en groepjes bomen, glijdt door een dubbel hekwerk met dikke sloten, strijkt over een hoopje door elkaar gehusselde botten, de schedel iets weggerold van de rest. Zo ziet een stoffelijk overschot eruit als het maanden boven de aarde heeft gelegen en elk dier dat trek had eraan heeft mogen zitten.

"En zo ziet de grond eruit als er maandenlang een lijk gelegen heeft", wijst dr. Daniel Wescott, directeur van de Forensic Anthropology Research Facility (FARF). Het is een kale plek waar het zand een stuk donkerder is dan iets verderop. "Daar zijn de verrottingsvloeistoffen de grond ingelopen. Volgend jaar is het weer dichtgegroeid en dan zal het groen net wat dichter zijn dan normaal, dankzij die toevoeging van extra organische stoffen."

En dat is niet alleen maar leuk om te weten: "Aan de hand van dit soort plekken kunnen we leren hoe je met vliegtuigen of drones zoekt naar plaatsen waar lijken hebben gelegen. Dat scheelt enorm veel tijd en inzet van mensen."

Een vleugje lijklucht. Blijft die zo lang hangen? "Dat komt daarvandaan", wijst Wescott, en dan wordt pas duidelijk wat de FARF herbergt: dode mensen, een stuk of acht, sommigen - bruin, ingezakt, leerachtig - al wat langer geleden aangekomen, een enkeling - wit, bloot, obees - nog maar net.

Hoe moet je ze noemen? Doden? Lijken? Kadavers? "Die woorden gebruiken we allemaal, voel je vrij ze ook te gebruiken, zegt Wescott. "Maar het liefst zeggen we: donaties."

Helemaal naturel mogen de donaties niet vergaan. De meesten zitten opgesloten in lage ijzeren kooien die één belangrijke factor buiten het proces moeten houden: de gier. In Texas zijn er twee veelvoorkomende soorten, de zwarte en de kalkoengier, en als die hun kans schoon zien, storten ze zich met wel veertig tegelijk op de overledene en reduceren die in vijf uur tot een hoopje kale botten. Interessant hoe ze dat doen (ze beginnen bij het oog) maar in het werk voor de politie zijn zulke hoopjes maar zelden het onderwerp van het onderzoek. Meestal gaat het dan om een lijk in meer of minder gevorderde staat van ontbinding, en wil de recherche vooral weten: hoelang lag het daar al?

undefined

Mager of dik

Op de 'body farm' in San Marcos wordt op die vraag vooruitgelopen door in het veld allerlei scenario's zich te laten afspelen. Niet alle factoren kun je daarbij in de hand hebben: her en der op het terrein houden weerstations in de gaten met welke temperatuur en neerslag de lijken het moeten doen. Maar veel kun je wél regelen: seizoen, zon of schaduw.

De variatie in mensenlichamen speelt ook een rol. Naast overledenen die hun lichaam speciaal voor deze plaats hebben nagelaten, krijgt Wescott ook de stoffelijke resten binnen van mensen die hun lichaam voor orgaandonatie of ander onderzoek gebruikt hadden willen zien, maar na hun overlijden niet geschikt bleken: te ziek, te mager, te dik. Voor de body farm zijn dat meevallers: hoe meer variatie, hoe hoe beter je kunt uitzoeken hoe omstandigheid inwerkt op vergankelijkheid.

Wescott: "Wat enorm helpt is dat we heel veel informatie hebben over de tachtig donaties die we tot nu toe hebben gehad: hoe oud iemand precies was, de medische geschiedenis. Of iemand lichamelijk actief was of juist niet."

De nieuwste donatie, obees en wit, ligt in tegenstelling tot de anderen op haar buik. Het ziet er zielig uit, maar ook monumentaal, alsof de beroemde Colombiaanse beeldhouwer en schilder Fernando Botero is langsgeweest om eens in een ander materiaal dan steen te werken. "Meestal leggen we ze op de rug, ik denk dat deze is omgedraaid omdat er een monster is genomen", zegt Wescott.

Het witte bovenbeen is bedekt met een dikke grijze laag die voortdurend in beweging is: maden van de groene mestvlieg. Zo zal ze er gelukkig maar kort bij liggen. Na slechts een dag of twee, waarin dat gewriemel explosief toeneemt, is ze net zo plat als de buren, waarvan sommigen er al een week liggen en anderen een paar maanden, zonder dat je heel veel verschil ziet. Wescott: "We gaan tot een jaar. Dan zijn ze helemaal skelet geworden en halen we ze naar het laboratorium, voor onderzoek naar veranderingen in de tijd van de botstructuur en van de eiwitten die erin zitten."

undefined

Chemisch bazuingeschal

Sinds 2008 wordt er zo in San Marcos gewerkt. Maar wie denkt dat ze er bij de FARF nu onderhand wel achter zijn hoe en hoe snel lijken vergaan, heeft geen idee hoeveel vragen je kunt stellen over het einde van het einde, en hoe fascinerend de antwoorden kunnen zijn. En altijd gaan die over het leven dat zich te goed doet aan de dood, het necrobioom.

Neem die vliegen, die in feite de eerste grootschalige aantasting van het lijk zijn. Wescott: "Andere grote aaseters dan gieren zijn hier eigenlijk niet. Er komen wel vogels op af, maar die komen meer voor de insecten. En je hebt natuurlijk allerlei microben. Veel daarvan heb je om te beginnen zelf al bij je. Maar er zijn er ook die mee verhuizen met de vliegen, van het ene lijk naar het andere."

Sterker nog, als er een donatie wordt neergevlijd, gaat er een onhoorbaar chemisch bazuingeschal door het bos. "Sommige bacteriën zenden geurstoffen uit die insecten aantrekken, waarmee ze kunnen meeliften naar andere lichamen in de buurt. Die insecten scheiden op hun beurt weer stoffen uit die beïnvloeden welke bacteriesoorten het meest actief worden. We zijn nu aan het kijken over welke afstanden dat nog werkt."

Behalve kennis produceren de onderzoekers van San Marcos ook technieken: methoden en apparatuur die van direct nut zijn voor zowel wetenschappelijke als forensisch onderzoekers.

Voor het onderzoek naar de gassen die de lijken afgeven, werden die vroeger bijvoorbeeld in een omhulling geplaatst, waaruit dan geregeld lucht werd gezogen om te zien wat de samenstelling was. In San Marcos is uitgevonden dat als je een dot watten op het lichaam plakt, en die na een tijdje in een plastic zakje naar het laboratorium brengt, je de metingen met dezelfde betrouwbaarheid kunt doen.

"Het is echt een onderzoeksgebied dat nog maar net de kinderschoenen aan het ontgroeien is", zegt Wescott, terwijl hij het dubbele hekwerk achter zich dichtdoet.

En waar hij vooral tevreden over is: "Vroeger werkten we multidisciplinair. Iedereen, de ecoloog, de bioloog, de microbioloog, keek vanuit zijn eigen deskundigheid naar een lijk. Nu werken we interdisciplinair: we komen rond zo'n lijk bij elkaar en bespreken de gegevens die we hebben gevonden totdat we denken te weten hoe het zit. Net als een team artsen in een ziekenhuis."

undefined

Immigranten die het niet redden

Niet alle lichamen waar directeur Daniel Wescott van de Forensic Anthropology Research Facility (FARF) mee te maken krijgt, zijn afkomstig van donaties of misdrijven. In zijn laboratorium houden studenten zich bezig met het onderzoek van lichamen van illegale immigranten. Daarvan komen er elk jaar honderden van hitte en dorst om bij hun poging de VS te bereiken.

Doel van het onderzoek is te weten te komen wie de immigrant was. Daarvoor wordt het skelet onderzocht op opvallende kenmerken en worden bezittingen en kleding in kaart gebracht.

"Aan wat zo iemand bij zich had en aan had, kun je vaak het land van herkomst wel vaststellen", zegt Wescott. "Als er dan genoeg aanwijzingen zijn dat het iemand is die als vermist is opgegeven, dan halen we uit het bot een DNA-monster en vergelijken dat met het DNA van familieleden."

De doden komen allemaal uit het Brooks-district van Texas. De universiteit heeft hulp aangeboden, omdat het district geen eigen forensisch laboratorium heeft. Wescott: "Dat was nooit nodig, want er waren hoogstens tien doden per jaar te onderzoeken. Maar inmiddels zijn het er zo'n 200 per jaar."

En dat terwijl het district niet eens aan Mexico grenst. "Maar dichter bij de grens zijn er twee grote controleposten van de Border Control. Die mensen wordt verteld: in drie uur loop je eromheen. Maar het is meer dan zeventig kilometer in de zon van Texas. Daar doe je wel drie dagen over. Het is gewoon moord. En er is nauwelijks aandacht voor."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden