Dodenmars voor het Institut Néerlandais

Het Institut Néerlandais in Parijs houdt op te bestaan, na ruim een halve eeuw. Eeuwig zonde, zeggen de fans. Of kan een ambtenaar op de ambassade de Nederlandse cultuur net zo goed, en goedkoper, aan de man brengen?

Finir en beauté. Mooi, feestelijk eigenlijk, eindigen. Dat was de bedoeling van Marieke Wiegel, nog even hoofd tentoonstellingen van het Institut Néerlandais (IN). "We wilden de sluiting niet in een gedeprimeerde stemming afwachten. We hebben dit jaar ontzettend veel gedaan, veel publiek getrokken."

In het pand in de statige rue de Lille, vlak bij het palais Bourbon waar het parlement vergadert, zijn nog tot 15 december drie exposities te zien. Werk van de internationaal gelauwerde boekontwerpster Irma Boom en de jong overleden fotograaf Sanne Sannes. En meer dan 150 prenten van de Antwerpenaar Hieronymus Cock (1517-1570).

De laatste tentoonstelling is georganiseerd door de Fondation Custodia, de stichting van de kunstverzamelaar Frits Lugt, de man die de Nederlandse staat in 1957 overhaalde het IN op te richten.

Dat het platform voor Nederlandse kunst zal worden gemist, weet Wiegel zeker. Die voorspelling was afgelopen dinsdag ook te horen in de Parijse concertzaal Gaveau waar Nederlandse muzikanten een hommage brachten aan het IN. De Amsterdam Klezmer Band besloot de avond met een marche funèbre nadat dit gezelschap eerst iedereen in beweging had gekregen met een jiddische klompendans.

In Frankrijk stuit het besluit om het IN weg te bezuinigen, dat vorig jaar zomer werd genomen, op onbegrip. Wiegel toont een mail van de cineast Michel Ocelot (die tekende voor de Kirikou-animatiefilms) die ze net heeft ontvangen. Ocelot toont zich geschokt over 'een slechte grap die geen grap blijkt'. "Met veel bewondering heb ik het IN gevolgd, het aanbod was altijd rijker dan dat van de instituten van andere landen."

Springplank
Ocelot is niet de enige Franse prominent die zich roert. "De kunstwereld hier vindt dat het kind met het badwater wordt weggegooid", zegt Wiegel. "Dat is ook zo. Wij boden Nederlandse kunstenaars een springplank naar Franse instellingen. Als je geen eigen gebouw meer hebt ben je afhankelijk van Franse musea of concertzalen. Waarom zouden die hun deuren openen voor onbekende Nederlanders?"

Volgens Wiegel wilden Custodia, dat het gebouw verhuurt aan het ministerie van buitenlandse zaken, en ambassadeur Ed Kronenburg eigenlijk nooit met het IN verder. "Dat had gekund met geld uit andere bronnen, wij begrepen heel goed dat BZ er niet alleen voor op wilde draaien. Ook de huurkwestie (aan Custodia werd bijna een halve ton per jaar aan huur betaald, red.) had opgelost kunnen worden. Maar doorgaan met het IN was niet in het belang van Custodia, dat nu delen van het pand kan gaan verhuren en exposities organiseren met oude kunst uit de collectie Frits Lugt, zonder de beperkingen van de samenwerking met IN."

En de ambassade gaat voortaan zelf over cultuur. "Dat is een troef in een tijd waarin ze ook daar worden getroffen door bezuinigingen en hun nut moeten bewijzen."

De kosten waren de enige reden om het te sluiten, bezweert Bart Hofstede, die nu de Nederlandse kunst als cultureel attaché aan de man moet brengen. BZ gaf het IN jaarlijks ruim twee miljoen euro subsidie, het instituut zelf zorgde voor zeven ton, vooral via de afdeling waar cursussen Nederlands werden gegeven. Hofstede: "De subsidie was niet meer te rechtvaardigen. In Nederland verdwenen 21 theaterproductiehuizen, literaire tijdschriften met een lange geschiedenis mochten digitaal verder gaan. Waarom zou je in dat klimaat zoveel geld uitgeven aan een culturele post in Parijs?"

'Smeergeld'
"Het is mijn bedoeling het IN voort te zetten met andere middelen", parafraseert Hofstede Von Clausewitz. Hij heeft een budget van vier ton tot zijn beschikking. Aanzienlijk minder dan het IN kon uitgeven, want alleen de tentoonstelling van Irma Boom kostte al 70.000 euro. "Maar je kunt Nederlandse cultuur ook anders ondersteunen dan door het zelf te laten zien. Ik wil Franse instellingen verleiden een topkunstenaar als Irma Boom te exposeren en ze daarbij financieel te ondersteunen. Zo doen we dat in Duitsland, Engeland en New York."

In Berlijn interesseerde Hofstede Duitse culturele instellingen voor Nederlandse kunstenaars door reizen voor programmeurs en directeuren van musea en festivals naar Nederland te organiseren. "De contacten kunnen ze dan zelf leggen, wij faciliteren. In Berlijn hadden wij maar een budget van 2,5 ton, en toch is de productie ¿ in termen van aantallen tentoonstellingen, deelname aan festivals, concerten en vertalingen ¿ gestegen. Een kwestie van het 'smeergeld' goed benutten."

Aan een eigen gebouw kleven bovendien ook nadelen. "Een eigen instituut is niet flexibel, voor sommige activiteiten is het te klein, of gevestigd in de verkeerde wijk. Daarbij is er een risico dat het te veel een trefpunt wordt van de Nederlandse gemeenschap. Het belangrijkste is dat de Fransen worden bereikt."

Het kost nog wel enige moeite de sector in Frankrijk, dat een echt institutenland is, te overtuigen van deze werkwijze merkt Hofstede. "De reacties tot nu toe zijn vooral dat Nederland er geen goed aan doet het IN te sluiten."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden