Dodendans

Hoezee, het meigebeuren is weer achter de rug. Ik hoef niet meer, respectievelijk blij te zijn, plechtig-treurig en wederom blij, ik kan weer gewoon doen. Dat verheugt mij zeer.

WILLY WIELEK

Koninginnedag, nu ja. . . Ik woon in het hol van de leeuw, vlak achter de Dam en als de stad zich oranje kleurt dringt de walm bij mij door alle kieren. Ik heb trouwens wel degelijk gemerkt dat er veel minder bezoekers waren. Was het mij in voorgaande jaren onmogelijk om ook maar een ommetje te maken, niet om een frisse neus te halen maar om het gekroel van dichtbij te bekijken, ditmaal kostte het mij niet de minste moeite. Wel is mij opgevallen dat het feestgedruis zo vroeg begon. De avond voor de grote dag was het om een uur of negen al raak. Er was niet alleen schetterende muziek, er werd ook gruwelijk geschreeuwd. Soms leek het of een krolse kat de gracht tot jachtterrein had gekozen, andermaal werd er gepiept, gekird en gekreund alsof temidden van de menigte een reuzenpaar de liefde bedreef. Ook werd er zo erbarmelijk gebruld en gegild dat je zou zweren dat iemand staandebeens, langzaam doch effectief, werd doodgemarteld. Bijna had ik de politie gebeld, niet uit woede maar uit mededogen.

Maar de vierde en de vijfde mei. . . dat is een heel ander koppie soep. Ik wil er niets mee te maken hebben, maar het lukt me niet de nodige afstand te bewaren. Hoe lang is het nu al geleden dat ik op de Dam stond tijdens de dodenherdenking waar de redevoering over mijn hoofd galmde en voor het eerst dacht: "Wat doe ik hier, ik hoor hier niet" ? Ik ben toen meteen naar huis gegaan en meende na het wassen van mijn handen verschoond te zijn van het hele gelazer, maar zo gemakkelijk gaat dat niet.

Ergens in de buurt van de aorta zit een gevoel dat zich vrijwel het gehele jaar koest houdt. Maar omstreeks het eind van april steekt het de slangekop op. Het ruikt iets, jazeker! De Dagen komen! Dus begint het met wellust aan mij te knagen.

In het begin, in de jaren kort na de oorlog, was dat gevoel er niet. Toen was het leven nog armetierig, de doden dichtbij en de herinnering vers. Er werd geimproviseerd: stond je bibberend ergens te gedenken (de avonden van de vierde mei zijn altijd koud) dan was er niets vals aan.

Maar gaandeweg nam het establishment het over en dan gaat het altijd mis, hoewel ik eerlijk gezegd niet zou weten hoe het anders moet. Ja, je kunt wel uithoeken zoeken waar je een paar lotgenoten vindt, net als vroeger, maar het is namaak. Op loopafstand wordt er gebast op de Dam zoals de wet het beveelt en het volksgevoel het blijkbaar wil en ook al hoor je het niet, je weet dat het er is.

Ik was in die vroege jaren razend als een auto doorreed tijdens de twee minuten stilte en ik stak mijn verontwaardiging over het feit dat de vijfde mei een snipperdag was en geen officiele feestdag, niet onder stoelen of banken. Dat is allang over. Ze doen maar, denk ik. Hoef ik me er wat van aan te trekken?

De ellende is dat ik me er wel degelijk wat van aantrek. Voor mijn gevoel wordt er de vierde en de vijfde mei een dodendans gehouden. Op vier mei dansen de skeletten bloot, op vijf mei hebben ze een krans op de kop en linten om hun knoken. Maar hol zijn en blijven ze, dus spreken ze holle woorden. Wat moet de jeugd daarvan opsteken? Dat het kwaad door heldenmoed verdreven is en de vrijheid kan worden bevochten? Maar om ons heen staat de wereld in brand en dat daar de vrijheid kan worden bevochten lijkt me een frase. Het is zoals de onvolprezen Martha Gellhorn voor de televisie zei: "Er hoeft maar een man op te staan en te zeggen dat de moslims of de Slovenen of de Kroaten niet deugen en duizenden zijn bereid hun buren de hersens in te slaan." Misschien is het enige dat je tegen jonge mensen kunt zeggen: "Wees blij dat het toeval je heeft geworpen op een stukje aarde waar het, zolang het duurt, redelijk goed toeven is."

Een mens is altijd geneigd om te denken: "Dat zijn van die enge landen, dat kan hier niet gebeuren." Ik zag een televisiefilm over een man die na 62 jaar terugging naar zijn 'sjtetl' in Galicie, een gebied dat deels in Polen, deels in de Oekraine ligt. Daar vertelde een inwoonster hem op verholen anti-semitische wijze dat de Duitsers alle joden, inclusief zijn familie, hadden uitgeroeid. Ze bracht hem langs het pad waar ze waren gegaan, het was toen bedekt met bloed want iedereen die achterbleef werd doodgeschoten. Ze ging met hem naar de met gras overgroeide kuilen die ze zelf hadden moeten graven voor ze werden vermoord. Ze had die kuilen, overvol met lijken, gezien. Mijn eerste gedachte was, zoals altijd: "Die rotlui daar. Geen poot uitgestoken." Maar direct daarop dacht ik: "Was het hier anders? Ja, je zag geen bloed langs de openbare weg, je zag geen kuilen. Maar de joden werden wel, nacht na nacht, met onze Amsterdamse trams naar de treinen gebracht. En als die treinen hun einddoel hadden bereikt wachtte hen hetzelfde lot als de joden uit het sjtetl. En die trams werden gezien door mensen die voor het grootste deel evenmin een poot uitstaken.

Ik leef met gedichten. In de jaren na de oorlog dreef de eindstrofe van Bloems gedicht 'Na de bevrijding' mij de tranen naar de ogen:

"Waard is het vijf jaren gesmacht te hebben,

Nu opstandig, dan weer gelaten, en niet

Een van de ongeborenen zal de vrijheid

Ooit zo beseffen."

Later kwam Leo Vromans 'Vrede':

"Kom vanavond met verhalen

hoe de oorlog is verdwenen,

en herhaal ze honderd malen:

alle malen zal ik wenen."

Het zijn prachtige gedichten, ik kan ze alleen niet meer gebruiken voor de vierde mei. Maar de doden dan, de doden die niet verdwijnen, die altijd jong blijven? De doden die het koud hebben in de koude avond? Ik neem nederig de vrijheid ze een gedicht op te dragen dat geschreven is door iemand die niets te maken had met het krijgsbedrijf, maar des te meer met de oorlog die leven heet. Swinburne is de naam, hij is een van Engelands grootste dichters.

"From too much love of living

From hope and fear set free,

We thank with brief thanksgiving,

Whatever gods may be

That no life lives forever,

That dead men rise up never,

That even the weariest river

Winds somewhere safe to sea."

Het ultieme bevrijdingsgedicht.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden