Dodendans

Helemaal eens met inktbroeder Ephimenco. 'Dit soort taferelen werpt een ander licht op ons beschaafde voorkomen', schreef hij gisteren naar aanleiding van de straatfeesten in Groot-Brittanië rond Margaret Thatchers dood. Meestal mijd ik onderwerpen die hij aanroert, zeker als ik het met hem eens ben, onder het motto 'niet twee keer over hetzelfde', maar dit keer ging het me te zeer aan het hart. Verbijsterd zat ik te kijken naar de vreugdedansen op het graf van de gehate politica. Overigens, ook de corpsbal die Thatcher niet meegemaakt had maar toch nog even z'n complimenten kwam brengen, ergerde me, maar veel minder. Tegelijkertijd vroeg ik me af waarom ik dan zo geschokt was. Als er elders op de wereld wordt gefeest omdat er een dictator dood is of een vijand gelyncht, snap ik het ergens wel. Moest ik het de Irakezen kwalijk nemen dat ze de dood van Saddam Hoessein hadden gevierd, de Cambodjanen gispen dat ze de na dood van Pol Pot vreugdevuren ontstaken (hadden ze dat trouwens gedaan, of verzon ik maar wat?). Maar misschien ging ik ervan uit dat ze in landen waar ze de Karolingische renaissance hadden gemist anders, minder beschaafd omgingen en móchten omgaan met zulk soort gebeurtenissen. Misschien was ik diep in mijn hart wel een cultuurrelativist die meende dat de westerse beschaving toch net een treetje hoger stond dan die van hossende lijkenschenners. Maar was het niet zaak, nu ik mijzelf toch als een krypto-cultuurrelativist had ontmaskerd, om dan ook binnen de westerse cultuur te relativeren? Per slot van rekening was Margaret Thatcher voor de luitjes in Brixton en Glasgow een heel ander iemand geweest dan voor de geslaagde kapitalisten in Londense villadorpen. Misschien verhulde mijn geschoktheid over de taferelen rond haar dood wel het besef dat ze zoveel erger was geweest dan ik me realiseerde. Per slot van rekening had ik zelf nooit veel last van haar gehad; ze stond op het lijstje foute en naargeestige politici dat iedere generatie wel opstelt, samen met Ronald Reagan en nog een paar anderen, maar werkloos en ongelukkig had ze me niet gemaakt. Ik geloof dat ik Thatcher ook nog zo'n beetje als onbedoelde patroonheilige van de punkbeweging beschouwde. Maar de vreugde-uitbarsting rond haar dood, die een postume woede-uitbarsting in travestie was, toonde aan dat ze ook mensen en gezinnen kapot had gemaakt. En toch schokte me vooral hun ongelikte woede, alsof ik, soepeltjes op mijn paard dravend door de westerse cultuur, opeens steigerend halt moest houden voor een enorme kloof. Goed, niet alle Europeanen, Britten waren dus zo netjes opgevoed als we dachten, dat was de conclusie, maar tegelijkertijd voelde ik het beschavingseilandje waarop ik mijzelf kennelijk waande, almaar kleiner worden. De PVV had er al geen goed aan gedaan, maar ook de opkomst van het islamitisch extremisme en onlangs nog de homofobe praatjes van Erdogan en zijn mannen, en dan nu die uitbraak van Thatcher-haat. Maar na een dag was het gevoel ook alweer wat weggeëbd en had plaatsgemaakt voor een wateriger droef besef: dat de wereld er nog lang niet is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden