Dodelijk drankje bij euthanasie op retour

null Beeld anp
Beeld anp

Artsen vinden een injectie veiliger, maar willen de patiënt liever de regie geven.

Het aantal patiënten dat bij euthanasie zelf een dodelijk drankje drinkt is fors afgenomen, de afgelopen jaren. Dat blijkt uit een presentatie die apothekersvereniging KNMP gisteren gaf op het internationale congres Euthanasia 2016 van de NVVE.

Apotheker Annemieke Horikx bekeek hiervoor zo'n vijfduizend vragenlijsten die artsen na een uitgevoerde euthanasie hadden ingevuld. Horikx zit namens de apothekers in een richtlijncommissie over de uitvoering van euthanasie. Artsen vullen sinds 1998 zo'n vragenlijst in wanneer ze de overgebleven middelen terugbrengen naar de apotheek. Eén van de uitkomsten is dat het gebruik van het dodelijke drankje tussen 1998 en 2015 van dertig naar slechts vier procent daalde.

In Nederland verlenen artsen ongeveer vijfduizend keer per jaar euthanasie. Naast het drankje wordt voor euthanasie een injectie en sinds 2012 een infuus gebruikt.

Met name dementerenden, ouderen die hun leven voltooid achtten, en psychiatrisch patiënten maken nog gebruik van het drankje, zo blijkt uit de data. Volgens Horikx kiezen de patiënten hiervoor om duidelijk te maken dat de euthanasie écht is wat ze wilden. Onder patiënten met een psychiatrische aandoening zou zelfs de helft hiervoor kiezen. Helemaal zeker is dat laatste niet, omdat de onderzochte aantallen klein zijn.

Sterkere rol voor patiënt
Het teruglopende gebruik van deze methode, waarbij de regie bij de patiënt ligt, is opvallend; de NVVE pleit al jaren voor een sterkere rol voor de patiënt, onder meer met een laatste-wil-pil. Ethicus Theo Boer voegde daar eerder dit jaar aan toe dat het artsen kan ontlasten wanneer patiënten ervoor kiezen om het middel zelf te nemen. Hij haakte aan bij een studie van artsenfederatie KNMP die meldde dat artsen de toenemende vraag om euthanasie emotioneel als steeds zwaarder ervaren.

Volgens Horikx zijn het de artsen zélf die doorgaans voor de injectie kiezen in plaats van voor het drankje. Uit de duizenden dossiers die ze bestudeerde, viel haar op dat artsen willen werken met datgene wat ze kennen, en waarmee ze vertrouwd zijn.

Ook gaven ze aan geen zin te hebben in een ongelukkige afloop. "Dat is niet helemaal onterecht, want eind jaren negentig gebeurde het nog weleens dat iemand na tien uur nog leefde. Sinds de dosis in 2012 is verhoogd, is dat veranderd. Inmiddels leggen artsen uit voorzorg ook altijd een infuus aan. Als het te lang duurt, kunnen ze alsnog een injectie geven. Dat gebeurt nog in een kleine tien procent van de gevallen."

Er is een tussenoplossing: sinds 2012 is er de elastomeerpomp, een infuus met een kraantje dat de patiënt kan bedienen. Artsen vinden dat prettig omdat ze op het moment van de toediening - net als bij het drankje - op afstand staan, zodat de patiënt zich kan omringen met dierbaren. Nadat de patiënt in een coma is geraakt, wordt er na zo'n vijf minuten nog wel een injectie met een dodelijke hoeveelheid spierverslapper toegediend. Inmiddels maakt zo'n vier procent hier gebruik van.

null Beeld anp
Beeld anp

Huisarts kiest voor tussenoplossing: Fijn om een stapje terug te doen
Het liefst zou hij tijdens de uitvoering van euthanasie soms 'in het behang oplossen', zegt huisarts Michiel de Boorder (35) uit Beuningen. "Je hebt er uiteraard een rol in, maar het is niet jouw moment."

Sinds hij twee jaar geleden tot een huisartsenpraktijk bij Nijmegen toetrad, verleende hij vijf maal euthanasie. In alle gevallen maakte hij gebruik van een relatief nieuw middel: de elastomeerpomp, een infuus waarbij de patiënt zelf het kraantje opendraait. Hij ervaart het als een voordeel dat hij hierbij letterlijk een stapje terug kan doen. "Dat is niet altijd nodig, maar als er een tiental familieleden rond het sterfbed staat, dan is het fijn dat die optie er is."

Dat patiënten een dodelijk drankje dronken, maakte hij nooit mee, ook niet als huisarts in opleiding. Patiënten vroegen er weleens om, maar zagen daar vanaf als ze over de risico's hoorden. "Omdat je vergif inneemt, moet je eerst een antibraakmiddel drinken. Maar het blijft mogelijk dat de patiënt gaat braken. Patiënten vinden dat te onzeker."

Wel maakte hij als huisarts in opleiding mee dat een arts met een rechtstreekse injectie euthanasie verleende. Dat sprak hem minder aan. "In de vijf seconden waarin je het middel toedient, valt de patiënt al weg. Soms hoor je nog een geluid, een snurk, of een snik. Bij die pomp valt iemand in enkele minuten geleidelijk in slaap. Dat vind ik eleganter, hoewel er na vijf of tien minuten nog wel een injectie met een spierverslapper nodig is. Het zou prettiger zijn als beide middelen op de één of andere wijze met die pomp toegediend konden worden. Maar dat is niet ideaal, want dan zou je eigenlijk twee infusen moeten aanleggen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden