Dode kinderen

Ik wilde vandaag iets moois schrijven over het nieuws dat doodgeboren kinderen voortaan opgenomen mogen worden in het gemeentelijke geboorteregister, maar ik ga eindigen bij abortus en ik weet nog niet in welke bewoordingen.

Er was de afgelopen dagen iets anders te doen in politiek Den Haag, zodat het bericht wat onderbelicht bleef, maar de regering heeft besloten dat doodgeboren kinderen niet langer, in de termen van artikel 1:2 van het Burgerlijk Wetboek, 'geacht worden nooit te hebben bestaan'. Een petitie van moeders die niet konden leven met deze bureaucratische ontkenning van hun kinderen, leverde 82.000 handtekeningen op, waarna de Tweede Kamer er bij minister Plasterk op aandrong de wet te wijzigen. In februari liet de minister nog weten dat registratie van levenloos geboren kinderen 'niet doelmatig' was, maar nu wil hij toch 'tegemoetkomen' aan de behoefte van ouders 'aan erkenning van het feitelijk bestaan van hun kind'. Dat is, het houten taalgebruik daargelaten, geweldig nieuws voor duizenden vaders en moeders.

Parool-columniste Roos Schlikker, een van de initiatiefnemers achter de petitie, beviel in 2008 van een dochter die leed aan een aandoening die 'onverenigbaar was met het leven', een term die ik maar al te goed ken - voor mijn eigen dochter Evy gold hetzelfde. Evy overleed vijf kwartier na haar geboorte, zij werd opgenomen in de basisregistratie personen (BPR). De dochter van Schlikker - ze heette Liv - stierf tijdens de bevalling; zij haalde de basisregistratie niet. Dit wrange onderscheid dreef in het gezin van mijn ouders zelfs een te vroeg geboren tweeling uiteen: Reint werd in 1964 geregistreerd onder die naam, omdat hij twee dagen geleefd had, zijn broertje Galke bleef een anoniem 'levenloos kind' omdat hij zijn geboorte niet overleefde.

Maandagavond zat een opgetogen Schlikker aan tafel bij 'Pauw' om te vertellen hoeveel het voor haar betekende dat haar dochter bijgeschreven mag worden als 'persoon'. En toen zei ze in een bijzin iets dat mij nogal aan het denken zette. Dit: "Gelukkig geldt dit ook voor kinderen van vóór 24 weken".

Wacht even, wat gebeurt hier? Die 24 weken is de wettelijke abortusgrens, dat wil zeggen de grens waarvan de wetgever vindt dat die bepaalt of een 'vrucht' buiten de baarmoeder levensvatbaar is. Ervoor is abortus toegestaan, erna niet, dan geldt het afbreken van een zwangerschap als het 'beroven van het leven van een vrucht die naar redelijkerwijs verwacht mag worden, in staat is buiten het moederlichaam in leven te blijven' (Artikel 82a Wetboek van Strafrecht).

Door doodgeboren kinderen jonger dan 24 weken toegang te geven tot de 'basisregistratie personen' lijkt de regering impliciet een uitspraak te doen over hun wettelijke status als persoon; hoe verhoudt dat zich tot de wettelijke mogelijkheden hen te aborteren? Ik roep die vraag niet op uit pro-life motieven - mijn denken over abortus is onhelder - maar als het bestaan van het ene kind erkend wordt, lijkt me dat toch moeilijk los te zien van het bestaan van het andere kind.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden