Documenten geven géén nieuw inzicht in val Srebrenica

Enkele van de Amerikaanse documenten over Bosnië die sinds 2013 openbaar zijn.

Srebrenica is gevallen door Britse en Amerikaanse nalatigheid. Die conclusie trekt toenmalig minister van defensie Joris Voorhoeve in zijn boek 'Veilige gebieden'. Hij baseert zich op geheime informatie die hij zegt te hebben, en documenten uit Amerikaanse archieven. Die documenten roepen een ander beeld op.

Wat is er gebeurd?
Op 6 juli 1995 openden de Bosnisch-Servische strijdkrachten onder leiding van generaal Ratko Mladic de aanval. Vijf dagen later trokken zij Srebrenica binnen. Ze vermoordden duizenden moslimmannen die via de bossen probeerden te vluchten. De lichtbewapende Nederlandse VN-vredeshandhavers konden de stad niet beschermen.

De vraag of de aanval te voorzien was, en waarom Navo-luchtsteun uitbleef, roept al sinds 1995 veel vragen op. Zo herhaalt Voorhoeve de oude hypothese dat het een bewuste keuze van bepaalde beleidsmakers in westerse veiligheidskringen was om van moeilijk verdedigbare gebieden af te komen.

Het staat vast dat de Navo eind mei luchtaanvallen uitvoerde nadat de Serviërs de markt van moslimenclave Tuzla beschoten. Daarbij stierven 71 burgers. Vervolgens gijzelde Mladic honderden Franse en Britse blauwhelmen en bond hen vast aan potentiële doelwitten. Na enkele dagen stopten de luchtaanvallen en kwamen de meeste gijzelaars vrij.

Wisten bondgenoten vooraf van het Servische offensief?
Volgens Voorhoeve wisten de inlichtingendiensten van twee Navo-lidstaten dat de Serviërs een offensief tegen de moslimenclaves in het oosten van Bosnië planden, zonder dit aan Nederland te melden. In 2002 concludeerde het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (Niod) juist dat de Serviërs pas besloten Srebrenica in te nemen toen zij begin juli bij het verder insluiten van de enclave geen tegenstand ondervonden.

Voorhoeve verwijst naar Amerikaanse archiefstukken over Bosnië die sinds 2013 openbaar zijn. Daaruit maakt hij op dat Londen en Washington eind mei rekening hielden met een Servisch offensief binnen zes weken.

Maar het Amerikaanse document van 1 juni 1995 meldt geen concrete Servische plannen. Het is een scenarioschets van wat er zou kunnen gebeuren als de VN zich uit Bosnië terugtrekken. De Amerikanen achten een Servisch offensief dan een reële mogelijkheid. Bovendien geven ze aan dat de Bosnische Serviërs onderling verdeeld zijn over de te volgen strategie. Commandant Mladic wil een agressieve aanpak, terwijl president Radovan Karadzic bang is voor militaire verliezen die zijn onderhandelingspositie verzwakken.

Luchtfoto van Srebrenica.Beeld reuters

Dat het om inschattingen van algemene Servische oorlogsdoelstellingen gaat, valt ook op de maken uit de verschillende conclusies van de Amerikaanse diensten en de Britse VN-generaal Smith. De Amerikanen denken niet dat de Serviërs zullen proberen de Bosnische hoofdstad Sarajevo in te nemen, omdat ze bij de stadsgevechten veel verliezen zouden leiden.

Smith waarschuwt in de documenten juist voor een groot offensief dat eerst de enclaves inneemt en dan Sarajevo verovert. Beiden wisten het dus niet precies maar maakten alleen (verschillende) inschattingen over wat er zou kúnnen gebeuren.

Was er een afspraak om bij Srebrenica geen luchtsteun te geven?
De tweede bewering van Voorhoeve is dat Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten eind mei besloten het gebruik van luchtaanvallen op te schorten, zonder dit aan Nederland te melden. In combinatie met voorkennis over een Servische aanval op Srebrenica krijgt het besluit een extra kwalijk karakter. Toen de enclave in juli werd aangevallen bleef hulp dan ook uit.

Het bewijs van Voorhoeve bestaat uit twee documenten. Het eerste is een interne geschiedenis van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken uit 1997, die sinds 2005 openbaar is. Dat document beschrijft een bijeenkomst van de belangrijkste Amerikaanse beleidsmakers over Bosnië op 28 mei 1995. Zij besluiten, zo staat in het document "om 'stil' het gebruik van luchtaanvallen tegen Serviërs op te schorten voor de voorzienbare toekomst, omdat de VN-vredeshandhavers gewoon te kwetsbaar waren voor Servische wraakacties." De beleidsmakers hebben een dag eerder over het plan met de Franse en Britse regeringsleiders gesproken, die ermee instemden. Een tweede document legt het besluit op 29 mei voor aan president Bill Clinton.

De relevante vraag bij deze documenten is niet of luchtaanvallen eind mei stopten. Dat was algemeen bekend. Op 28 mei verklaarden Frankrijk en Groot-Brittannië in de VN-Veiligheidsraad dat zij vanwege de gijzelingen tegen voortzetting van de luchtacties waren. De cruciale vraag is of Srebrenica het slachtoffer werd van een harde afspraak om in de verdere toekomst geen aanvallen uit te voeren. De documenten ondersteunen dat idee niet. Zij sluiten juist expliciet de mogelijkheid van toekomstige luchtaanvallen niet uit.

Het memo aan Clinton stelt ook dat de Navo harder toe moet slaan dan in het verleden, als Servisch gedrag daarom vraagt. Dat gebeurde ook na de val van Srebrenica. In augustus dwong een Navo-bombardement de Serviërs hun offensief tegen de enclave Gorazde te beëindigen en te gaan onderhandelen.

Bij Srebrenica kwam van luchtaanvallen weinig terecht. Volgens het Niod onder meer door een stroperig besluitvormingsproces. Sinds 1993 moest de secretaris-generaal van de VN persoonlijk toestemming voor bombardementen geven. Deze bureaucratie bleek niet geschikt om te reageren op onverwachte militaire situaties toen de Serviërs tussen 6 en 11 juli ten aanval trokken, en de dreiging aanvankelijk niet door iedereen werd herkend.

De val van Srebrenica had, voor zover nu bekend, andere oorzaken dan een harde overeenkomst om geen luchtaanvallen uit te voeren. Pas na de val van de enclave werd bijvoorbeeld de secretaris-generaal van de VN uit de besluitvorming gehaald, zodat de militaire commandant van de vredesmacht alleen met de Navo hoefde te overleggen bij de bescherming van Gorazde.

Voorhoeve: Info is vertrouwelijk
In een reactie zegt Voorhoeve dat de Amerikaanse documenten tot de conclusie leiden dat er een Servisch offensief aan zat te komen. Hij beschikt zelf over documenten waaruit blijkt dat een westerse inlichtingendienst wist dat het binnen een paar weken zou plaatsvinden. Deze documenten mag hij naar eigen zeggen niet openbaar maken. Voorhoeve zegt ook dat als gevolg van het besluit op 28 mei er dusdanige extra restricties op bombardementen kwamen, dat de luchtmacht niet langer adequaat inzetbaar was om Dutchbat te helpen. Die restricties gingen volgens Voorhoeve verder dan Nederland wist of had moeten weten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden