Documentaire wordt lesmateriaal artsen

Regisseur Suzanne Raes zocht niet naar medische rampspoed, maar naar de alledaagse 'ruis' in het contact tussen arts en patiënt. ,,Ze zouden elkaar eens moeten vertellen hoe hun dag eruitziet.''

'Ga even zitten als je wilt'', vraagt leukemiepatiënt Jan Groot aan de jonge zaalarts. Ze neemt ongemakkelijk plaats op een krukje. ,,Voor ons is dit ongebruikelijk'', zegt ze later. Lastig vindt ze het, als een patiënt zo het gesprek overneemt: ,,Dat jij vragen van hem aan het beantwoorden bent in plaats van andersom.''

Het is een van de momenten in de tv-documentaire 'Ruis', vanavond te zien bij de Ikon, waarbij je als kijker even moet slikken. Regisseur Suzanne Raes (34) was tien weken lang te gast in het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam. Niet om, zoals zo vaak gebeurt, enge ziekten en bloederige operaties in beeld te brengen, of medische missers aan de kaak te stellen. Nee, het ging Raes om iets veel ongrijpbaarders: de complexe relatie tussen arts en patiënt. Hun communicatie -al vindt ze dat eigenlijk een vervelend woord.

Het terrein was haar niet helemaal onbekend. Ze is kind van een dokter. Als haar vader dienst had, hoorde ze het meteen als hij in het weekeinde werd gebeld: dan zette hij zijn doktersstem op. ,,Zachter, ingehoudener'', schetst ze. En dan dat jargon -onbegrijpelijk voor een niet-ingewijde. Dat bijzondere stemgeluid hoorde ze vorige zomer weer terug in het AMC, vooral bij de oudere artsen.

In 'Ruis' zijn het echter de jonge dokters die het meest in het geheugen blijven hangen, onder wie een groep vrouwelijke co-assistenten die voor het eerst in het ziekenhuis werken. Zij verbazen zich nog over de gang van zaken. Zoals ze daar met zijn tienen om de patiënt staan in hun witte jas, en dat niemand zich voorstelt. Of dat ze de hele dag naast de hoogleraar staan in de operatiekamer, en dat er even later op de gang geen knikje af kan.

Een trapje hoger in de hiërarchie lijken de jonge dokters inmiddels wel opgenomen in de heersende cultuur in het ziekenhuis. In lange, witte colonnes schuiven ze achter de hoogleraar aan; hoog torenen ze boven de patiënten uit, die vanuit hun bed omhoog kijken.

,,Patiënten en dokters zouden elkaar eens moeten vertellen hoe hun dag eruitziet'', suggereert Raes. Want neem deze visites: een prachtig voorbeeld van wederzijds onbegrip. ,,Patiënten liggen daar de hele dag op te wachten, omdat de professor dan eens goed komt kijken. Achteraf proberen ze elk woord te duiden. Maar de professor komt eigenlijk helemaal niet voor de patiënt. Hij is er voor de jonge dokters, om onderwijs aan het bed te geven.''

Ze heeft groot respect voor de artsen die ze tegenkwam, benadrukt ze. ,,Ze doen vreselijk hun best en moeten keihard werken.'' Juist dat laatste verklaart volgens haar voor een groot deel de wrevel die artsen soms voelen als patiënten het naadje van de kous willen weten. ,,Zij hebben jarenlang gestudeerd en dan denkt een patiënt net zoveel te weten als hij een artikeltje van internet heeft geplukt.''

Omgekeerd heeft Raes alle begrip voor patiënten als Daniëlle Romet, die al haar hele leven lijdt aan sikkelcelanemie, een aangeboren bloedafwijking. Zij wordt soms nijdig van dokters die vinden dat een middeltje moet werken, terwijl ze zelf allang weet dat dat niet zo is.

In die weken in het ziekenhuis zag Raes mensen met heel ernstige ziekten. De beginnende co-assistenten raakten erdoor van slag. ,,Dat is niet zo raar, dat gold ook voor ons. Het vreemde was: bij hen was het na drie weken over.'' Eelt, denken de co-assistenten zelf. Raes vindt die afstand tussen arts en patiënt wel verklaarbaar. ,,Voor de patiënt is het zijn leven, voor de arts zijn werk.''

Dit wordt geïllustreerd door een van de meest confronterende fragmenten van 'Ruis'. Een jonge chirurg staat aan het bed van een oudere kankerpatiënt die mogelijk uitzaaiingen heeft. 's Middags gaan ze daarover praten, belooft de arts, als de echtgenote van de man er is: ,,Dan gaan we kijken wat we allemaal nog kunnen doen''.

Even later laat hij aan zijn collega-artsen op een monitor 'knollen' van uitzaaiingen zien. ,,Je moet die mokerslag toch een keer uitdelen'', zegt hij. Hij zal empathie tonen en een halfuur later nog eens terugkomen om te vragen of alles duidelijk is. Maar nee, hij is er niet stuk van. Een oudere man met een dodelijke ziekte, dat is toch anders dan iemand van zijn eigen leeftijd. ,,Dat is natuurlijk ook zo'', denkt Raes. ,,En toch wil je als patiënt niet dat een arts zo denkt. Je wilt dat hij er net zo stuk van is als jijzelf.''

Naast de tv-documentaire, heeft Raes haar beeldmateriaal gebruikt voor een dvd. Die wordt door onderzoeksorganisatie ZonMw verspreid onder alle ziekenhuizen in Nederland waar artsen worden opgeleid, als lesmateriaal. In het AMC kreeg Raes bij de voorvertoning, twee weken geleden, lovende reacties. Een arts zei niet te weten dat het nog zo erg was, een ander verzuchtte: ,,Wat hebben wij nog veel te doen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden