Doctor op het vmbo

Er moeten meer academici voor de klas staan, vindt de minister. Juist ook vmbo'ers hebben daar wat aan, weet promovenda Ilona de Milliano.

REPORTAGE | MARIJKE DE VRIES

Ingezonden brieven? Die staan vaak in de Girls, zegt een meisje achter in de klas (15). "Dan vragen ze bijvoorbeeld om advies over, ik zeg maar wat... seks." Inderdaad, zegt docent Nederlands en promovenda Ilona de Milliano. "Waar vind je nog meer ingezonden brieven? Levi?" "In de brievenbus", proest hij. Zijn baseball-pet ligt voor hem op tafel.

Voor leerlingen op het laagste vmbo-niveau kun je niet zomaar je les afdraaien, zegt De Milliano (29). "Hun gedachten gaan soms alle kanten op, daar mag je best even in meegaan. Ze hebben een kapstokje nodig om nieuwe kennis over zo'n ingezonden brief aan op te hangen."

Drie dagen per week staat De Milliano voor de klas op de vmbo-locatie het IJsselcollege in Capelle aan den IJssel. De andere dagen volgt ze een lerarenopleiding en schreef ze aan haar proefschrift over lees- en schrijfvaardigheid van vmbo'ers met achterstanden. Volgende week promoveert ze aan de UvA (zie kader).

Op Nederlandse scholen staan maar weinig docenten met een mastertitel, laat staan met een doctorsgraad voor de klas. In de onderbouw van havo en vwo heeft één op de vijf leraren een academische opleiding, op het vmbo slechts 6 procent. Van alle docenten op het voortgezet onderwijs heeft 1,3 procent een doctorstitel. Als het aan minister Bussemaker ligt, worden dat er meer. Ze trekt 57 miljoen euro uit om 1500 jonge academici een leerwerktraject tot leraar te bieden. Ook zijn er beurzen voor leraren die een masteropleiding willen volgen of promotieonderzoek willen doen.

De Milliano weet dat ze een uitzondering is. Voor haar onderzoek zat ze urenlang in de klas, op het vmbo. Zo ontstond het idee dat ze ook wilde lesgeven. Regelmatig oogst ze verbazing: waarom geeft ze geen les op de havo of het gymnasium? "Veel mensen denken dat dit een tussenstationnetje is. Maar mijn interesse ligt echt bij het vmbo. Hier gaan dingen niet vanzelf. Het gaat niet alleen om vakkennis, maar ook veel over burgerschap. Het gaat over het echte leven."

De vijftien tweedeklassers van wie De Milliano ook mentor is, volgen de basisberoepsgerichte leerweg, het laagste niveau in het vmbo. Daarbij krijgen ze leerwegondersteuning: vanwege hun achterstanden zitten ze in een kleinere klas. "Deze kinderen hebben het niet allemaal voor elkaar. Elke leerling is een onderzoekje op zich: welke achterstanden heeft hij? Hoe zit het met de motivatie? Hoe speel ik daarop in?"

Zo is er een leerling die thuis niet aan ontbijten toekomt, dus zijn brood mee naar school neemt. Maar in de pauze vindt hij het zo druk in de kantine, dat hij vergeet te eten. Dan kan het gebeuren dat hij de hele dag met een lege maag rondloopt, wat niet bevorderlijk is voor de leerprestaties. Ook voor dat soort situaties moet De Milliano een oplossing vinden. Juist dat maakt het vmbo zo uitdagend. "Je hebt een heel persoonlijk contact. Ze zijn spontaan en delen hun gedachten en gevoelens met je."

Het lesgeven lijkt haar moeiteloos af te gaan. Het verschil tussen een formele en informele groet legt ze uit met behulp van haar smartphone. "Is 'groetjes' persoonlijk of zakelijk? Wat zet jij onder een whatsapp-bericht?"

Als academicus wil ze haar leerlingen uitdagen. "Ik wil ze aan het denken zetten, ze verder helpen in hun ontwikkeling. Ik hoop dat ze in mijn les hun inzicht in taal en zichzelf vergroten. Als pubers groeien ze je aan alle kanten voorbij, letterlijk. Maar ze gaan ook echt vooruit, de vragen veranderen."

Want ze mogen dan een achterstand hebben, ze kunnen meer dan de lesboeken verlangen, zegt De Milliano. "Vaak is de gedachte: die vmbo'ers, die moeten we maar niet te veel lastig vallen met lezen en schrijven. Onzin! In een vervolgopleiding in het mbo en als burger wordt straks best wat van ze verwacht."

Bijna al haar mentorleerlingen werken uit een lesboek dat een niveau moeilijker is dan voorgeschreven. "Sommigen haalden achten en negens voor Nederlands. Dan wordt de indruk gewekt dat ze goed genoeg presteren." Zonde van hun capaciteiten, vindt ze. "Ik heb gezegd: ik ben trotser op een 7 in dit boek dan een 9 in het andere. Na een tijdje zei de rest: mogen wij ook het moeilijke boek?"

Lesgeven is zoeken en uitproberen, zegt De Milliano: "Je wilt als onderzoeker kijken wat er gebeurt. En als het niet lukt, doorgaan op plan B. Het is steeds zoeken en schakelen. Dat maakt het zo spannend op het vmbo."

Al staan niet alle leerlingen te springen om hun opdrachten te maken. "Levi, vind je het lastig of gewoon niet zo boeiend? Dat laatste? Toch moet je ze even maken." Als de bel gaat frommelt hij zijn papieren in een prop, stopt die in zijn pet en wandelt het lokaal uit.

Clearasil gebruiken of gewoon wassen?
Een doctor voor de klas, wat schieten leerlingen daarmee op? "Heel veel!" zegt hoogleraar onderwijskunde Wim van de Grift van de Rijksuniversiteit Groningen. "Leraren met een universitaire opleiding hebben een onderzoekende houding, die leven dat voor en bereiden daarmee havisten en vwo'ers voor op een toekomstige studie."

Ook vmbo-leerlingen profiteren van een leraar met mastertitel of doctorsgraad. "Vmbo'ers hoeven geen onderzoekers te worden, maar het is goed dat ze leren dat je welles-nietes-problemen kunt oplossen door te kijken of iets werkt."

Een van zijn studenten gaf een les biologie op het vmbo, vertelt Van de Grift. "Hij projecteerde een plaatje van een dwarsdoorsnee van de huid op het bord. Daarna liet hij een afgrijselijke puist zien. Alle meisjes gilden. Binnen de kortste keren discussieerde de klas over wat het beste werkt tegen puistjes: Clearasil of gewoon wassen. Deze student liet zijn oorspronkelijke lesplan schieten, verdeelde de klas in tweeën en zei: over een week kijken we wat het beste werkt."

Motivatie zegt niet alles
Boeken vmbo'ers met een achterstand die lezen en schrijven leuk en belangrijk vinden betere resultaten dan klasgenoten die er een hekel aan hebben? Dat onderzocht Ilona de Milliano. Met een beurs van onderzoeksfinancier NWO volgde ze drie jaar lang 63 vmbo'ers met een achterstand. Wat blijkt: meer gemotiveerde leerlingen scoren niet automatisch beter. "We denken vaak: als een leerling maar gemotiveerd is, zal hij veel oefenen en wordt hij vanzelf beter. Dat geldt misschien voor vwo'ers, maar een vmbo'er kan enthousiast beginnen, en een taak heel onhandig aanpakken, waardoor hij alsnog de mist in gaat." Het omgekeerde geldt ook: een leerling die met tegenzin plichtmatig gaat lezen, gaat vooruit. Er is ook reden voor optimisme: over het algemeen bleken vmbo'ers veel minder negatief: ze hebben helemaal geen 'gruwelijke' hekel aan lezen en schrijven. Wel zouden vmbo'ers meer vooruitgang kunnen boeken, denkt De Milliano. Leerlingen met een achterstand vinden zelf namelijk dat ze best goed zijn in lezen en schrijven. Het gevaar is dat ze te weinig uitdaging zien en achterover gaan leunen."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden