Docentenbestaan: tot okselhoog in het papier

Grote scholen zijn efficiënt. Beweerden de dames en heren politici. Dus fuseerde elke zichzelf respecterende school met andere scholen in de nabije en verre omgeving. Kolossen werden het. Bakbeesten met honderden personeelsleden en duizenden leerlingen, verspreid over meerdere locaties.

Groot dus, maar efficiënt? Boventallige directieleden werden liefderijk opgenomen in de nieuwe organisatie en er werden voor hen passende functies gecreëerd en van alle moderne snufjes voorziene werkplekken gebouwd. Weldra konden ze bovendien beschikken over extra ondersteunend personeel voor alle bijkomende klussen. De school als pedagogisch-didactische samenlevingsvorm werd een managementocratie.

Grote scholen bieden zoveel extra onderwijskeuzemogelijkheden aan leerlingen. Meende men. Ondertussen heeft het beleid van het ministerie alleen maar tot gevolg dat het traject van leerlingen steeds eerder vastligt. Zijdelingse doorstroming van bijvoorbeeld de mavo naar de havo wordt ontmoedigd, de regel van de maximale verblijfsduur bevordert de angst om het een stapje hoger te proberen en misschien een jaar te doubleren. Kortom: wie in de brugklas z'n kans niet grijpt is voor de rest van z'n leven te laat. Een lokkend perspectief voor een onzeker kind van twaalf.

Grote scholen bieden meer mogelijkheden aan docenten. Was de bedoeling. De nieuwste bedrijfsfilosofie van het opsplitsen van docenten in groepjes die verantwoordelijk zijn voor bijvoorbeeld klas 1 en 2 - de zogenaamde teamgedachte - beperkt de inzetbaarheid in veel verschillende klassen en maakt het lesgeven eentoniger. Bovendien neemt de betrokkenheid van docenten op de school als geheel af. Het mijn-schoolgevoel kan immers niet meer gericht worden op een overzichtelijke, concrete werkelijkheid. Dus worden onder leiding van dure bureaus cursussen en studiedagen gehouden om het wij-gevoel op kunstmatige wijze op te roepen en de papieren missie van de school te concretiseren.

Op grote scholen hoeven leraren niet alles zelf te doen. Ondertussen staan docenten tot okselhoog in de paperassen: elke ademtocht in elke klas dient na overleg met de eigen en aanpalende vakgroep(en) schriftelijk vastgelegd te worden en na afloop te worden geëvalueerd en hernieuwd afgestemd.

Bovendien heeft iedere klas uit de basisvorming en de tweede fase per vak minder wekelijkse lessen, hetgeen betekent dat bijvoorbeeld een docent moderne vreemde talen met een volledige lesgevende taak nu wel zestien verschillende klassen heeft.

Grote scholen zijn slecht voor het onderwijs en het pedagogisch klimaat. De prioriteit ligt bij de organisatie en niet bij het lesgeven en de daarmee rechtstreeks samenhangende activiteiten. Hopelijk doet de politiek iets, na het reces.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden