Docent moet vakkennis overdragen, maar ook een beetje sociaal werker worden

AMSTERDAM - Met het toenemend probleemgedrag van scholieren doet op basis- en middelbare scholen een nieuw vak z'n intrede: sociale vaardigheden. En de resultaten? Leerlingen schelden niet meer als ze de klas uit worden gestuurd. Dankzij de les om eerst tot tien te tellen voor je reageert.

Prof. Jaap Schouten, oud-hoogleraar onderwijskunde aan de VU, vindt dat het vak vanzelfsprekend zou moeten zijn. Hij paste het van oorsprong Amerikaanse lesprogramma leefstijl aan aan de Nederlandse situatie. “In de jaren '30 werd gestreden voor de invoering van de gymnastiekles. Dat vond niemand nodig: aan lichaamsbeweging deed iedereen die kon lopen toch al automatisch? Nu is die opvatting niet meer voorstelbaar. Zo zou het vak sociale vaardigheden ook ingeburgerd moeten raken.”

Zo kwam een leerling van groep 3 bij de leerkracht met een gloednieuw gestolen ski-jack. “Mijn moeder vroeg of u dit jack wilt kopen voor dertig gulden.” De leerkracht, na een pijnlijke stilte: “Ik heb al een ski-jack”. De onderwijzer van nu kan niet meer volstaan met alleen vakkennis overdragen. Steeds vaker wordt hij voor opvoedkundige dilemma's geplaatst.

Leefstijl wordt in Nederland op ruim 200 scholen voor voortgezet onderwijs gegeven. Het stamt uit de VS. In Amerika is drugspreventie belangrijk. Daar gaat men ervan uit dat druggebruik onder jongeren is te voorkomen als zij leren omgaan met gevoelens, kritisch denken en zelf beslissen. De ontwerpers van leefstijl vinden het aanleren van deze vaardigheden een doel op zichzelf. Verder hopen zij met het programma schooluitval en criminaliteit tegen te gaan.

Ook in Nederland is het aanleren van zelfstandigheid een speerpunt. Schouten: “Als het een troep is op school en een leraar maakt een corveerooster, is het de volgende dag een nog grotere troep. Als je leerlingen bij elkaar zet en hen de verantwoordelijkheid geeft voor het schoonmaken van de school, gaat het waarschijnlijk beter. Een goede opvoeder is iemand die zichzelf zo snel mogelijk overbodig maakt.”

Andere pijlers: werken aan een positief zelfbeeld. En: je gevoelens leren uiten. Schouten: “Als je niet leert zeggen hoe je je voelt, ontwikkel je vaak probleemgedrag. Veel jongeren kunnen dat niet. Dan zeggen ze: ik voel me kut. Meer komt er niet uit. Wij proberen de woordenschat op het gebied van emoties uit te breiden en we oefenen daarmee.”

Leefstijl is niet het enige programma sociale vaardigheden: de kasten van het Centrum Educatieve Dienstverlening in Rotterdam staan vol boeken als 'Skills for life' en 'Opkomen voor jezelf zonder de ander te kwetsen'.

Ook voor basisscholen zijn er dergelijke programma's. Een greep: 'Project spelregels' van de GGD in Rotterdam, 'Spelend leren, leren spelen' van het Riagg Midden-Holland en 'Sociale vaardigheden in de klas' van het Pedologisch instituut Rotterdam.

Ineke van der Zwaal van het Riederwaard College in Rotterdam geeft een uur per week 'Leefstijl' aan de brugklas VBO/Mavo. “De lessen zijn vaak een chaos. De onderwerpen hebben geen bedding. Dan hebben we het over 'goed leren luisteren'. Maar waarom, er is geen directe aanleiding voor. Dat zijn ook de reacties: wat hebben we aan dit vak. Op de voorbereidingscursus voor leraren zag ik het helemaal zitten. Ik was misschien te optimistisch.”

Ze geeft buiten deze lessen geen les aan eersteklassers. “Dat was fout. Juist voor deze lessen heb je een vertrouwensband met je docent nodig.” Van der Zwaal vindt sociale vaardigheden op school belangrijk. “Vooral bij brugklassers is de groepsdruk groot. Dat herkennen ze zelf ook. Daarom is een vaardigheid als leren nee-zeggen tegen de groep essentieel.”

Ze zag graag meer structuur in de lessen, óók voor de docent die met die enge kringgesprekken en spelletjes ook maar voor de leeuwen wordt geworpen. Velen van hen zouden zelf een cursus sociale vaardigheden kunnen gebruiken. Van der Zwaal: “Meer houvast voor de docent, zoals een stuk voorlezen aan het begin van de les en daar leerlingen vragen over laten stellen en ook individuele opdrachten geven, zodat het tussendoor even rustig is.”

Een veel gebruikte methode om de leerlingen om de beurt te laten spreken is het gooien van een bal naar degene die aan de beurt is. Van der Zwaal: “Dat kan goed werken. Maar wat als de bal niet wordt gegooid, maar gesmeten?”

Op dezelfde scholengemeenschap geeft Hans Dieleman levensvaardigheden aan derdeklassers. Dit project van 12 lessen valt onder het preventief jeugdbeleid van de GGD in Rotterdam. Uitgangspunt is dat veel Rotterdamse jongeren onvoldoende sociaal vaardig zijn en te weinig oplossingen kunnen vinden voor lastige kwesties. Levensvaardigheden draait proef op vijf IVBO, VBO en Mavo-scholen. Projectleider Fawzia Nashrullah: “Leerlingen bij dit onderwijs hebben de grootste behoefte aan sociale en emotionele vaardigheden. Het doel is dat levensvaardigheden straks op alle scholen in Rotterdam wordt gegeven.”

Dieleman: “Wij zaten al jaren verlegen om zoiets. Er wordt onder leerlingen veel gescholden, er is veel agressie, reacties zijn vaak primair en velen hebben moeite een gesprek aan te gaan, ook met de docent.” Dieleman is blij met het project, maar: “Je moet geduld hebben, met 12 lessen heb je niet meteen andere leerlingen.”

Niet alle docenten zijn er even blij mee. Dieleman: “Tijdens de lessen komt er vaak veel los bij leerlingen, sommige docenten weten niet hoe ze daar mee om moeten gaan. Ze zeggen: ik ben docent, geen sociaal werker. Een voorbeeld. Laatst gaf ik les over seksualiteit en ja- en nee-zeggen. We deden dat aan de hand van een video waar een jongen met een meisje naar bed wil, maar zij twijfelt. Ze durft niet écht nee te zeggen, want dan vindt hij haar misschien niet meer leuk. Leerlingen reageren daar heel persoonlijk op. Ze hebben de neiging om uit reacties van de anderen conclusies te trekken en te zeggen: 'jij zal wel met iemand naar bed geweest zijn' of 'ben jij dan nog maagd'? Mensen die elkaar niet zo liggen, proberen elkaar hierop te pakken. Je moet daar niet bang voor zijn en proberen terug te krijgen waar we het over hebben. Veel docenten zeggen dan: ik stop ermee en komen er niet op terug. Dan blijft er toch iets hangen in de klas.”

Dieleman ziet bij leerlingen kleine stapjes in de goede richting. “Bij levensvaardigheden heeft degene die aan het woord is een knuffel of een spons in z'n hand. De anderen mogen deze dan niet onderbreken. Als je dat consequent doet, werkt dat door in andere lessen. Ik merk dat ik daar dan ook op terug kan komen. Jongens, de spons.”

Wat zijn tot dusver de resultaten? Projectleider Nashrullah: “We ontwikkelen toetsen om de resultaten te meten. Harde uitspraken hebben we nog niet. Verslagen van docenten zijn wel vaak positief. Het volgende duikt regelmatig op. Als een leerling de klas uit wordt gestuurd, gaat hij niet meteen meer schelden. Als hij niet begrijpt waarom, vraagt hij dat na de les.” De levensvaardigheid 'eerst tot tien tellen en dan pas reageren' lijkt in elk geval vrucht af te werpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden